Nestlé 10-08-2026 : Décision de modification/arrêt

Adverteerder / Annonceur: NESTLE

Product-Dienst / Produit-Service: NAN opvolgmelk

Media / Média: TV

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De spot toont een mama die haar baby voedt en een papa die staartjes maakt in het haar van een baby. Vervolgens komen drie producten uit het gepromote productgamma in beeld.

VO: “Ouders hebben hun eigen wetenschap. Babytaal spreken, dat is mama wetenschap. Je speciaal laten voelen, dat is papa wetenschap. En voor een gezonde ontwikkeling is er NAN wetenschap (met als tekst op scherm: *borstvoeding is het beste voor baby). Nummer één merk aanbevolen door kinderartsen (met als tekst op scherm: *gebaseerd op de verkoopcijfers van december 2025.). NAN wetenschap.”

Klacht(en) / Plainte(s)

Volgens de klager wekt de reclame bij elke redelijke ouder de indruk dat het gepromote product het merk is dat kinderartsen als beroepsgroep aanbevelen aan ouders. Die indruk is krachtig en bewust: het woord « kinderartsen » straalt medische expertise en vertrouwen uit, en de formulering « aanbevolen » suggereert een actieve, professionele keuze. De klager stelt dat reclame waarheidsgetrouw moet zijn. Beweringen die feitelijk verifieerbaar zijn, zoals een aanbeveling door een beroepsgroep, moeten ook feitelijk onderbouwd kunnen worden. Die onderbouwing moet bovendien kloppen met wat de bewering zegt. Dat is hier niet het geval volgens de klager. Wanneer hij de asterisk volgt en de kleine lettertjes leest, blijkt de onderbouwing namelijk een heel andere te zijn: de claim steunt op verkoopcijfers van één specifieke maand (december 2025). Verkoopcijfers tonen aan dat een product veel gekocht wordt, zij tonen niet aan dat een beroepsgroep dat product aanbeveelt.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft kennisgenomen van de televisiespot die afsluit met de claim: “Nummer 1 merk aanbevolen door kinderartsen. NAN Wetenschap” en daaronder een vermelding met asterisk “gebaseerd op de verkoopcijfers van December 2025”.

Ingevolge het antwoord van de adverteerder, noteert de Jury dat de in de betreffende reclame vermelde claim “N°1 merk aanbevolen door kinderartsen” gebaseerd is op een onafhankelijke survey bij healthcare professionals (HCP’s), in België begrepen als gezondheidszorgbeoefenaars, die specifiek het aanbevelingsgedrag van kinderartsen meet. Dit wordt bevestigd door het APLUSA Claim Certificate Belgium dat door de adverteerder ter staving van de onderbouwing van de betreffende claim heeft voorgelegd.

Bovendien noteert de Jury dat uit de door de adverteerder voorgelegde gegevens blijkt dat adverteerders NAN-productgamma in 2025 marktleider was in België op basis van de verkoopcijfers: binnen het retailkanaal had NAN OPTIPRO het hoogste marktaandeel in de categorie « Infant Formula + Growing-up Milk Powder » volgens NielsenIQ, terwijl IQVIA bevestigt dat Nestlé Infant Nutrition met het NAN-productgamma marktleider was binnen het farmaceutische kanaal.

De Jury stelt vast dat de onderbouwing die de adverteerder in de reclame communiceert ter ondersteuning van de melding dat NAN het « N°1 merk aanbevolen door kinderartsen” is evenwel louter betrekking heeft op de verkoopcijfers van het product. Zij is van mening dat dergelijke gegevens geen geschikt bewijs vormen ter staving van een bewering over het aanbevelingsgedrag van kinderartsen. Cijfers over verkoop of marktaandeel wijzen hoogstens op het commerciële succes van het product maar volstaan zonder bijkomende, objectieve onderbouwing niet om aan te tonen dat het gepromote product daadwerkelijk het meest door kinderartsen wordt aanbevolen.

Volgens de Jury kan deze communicatie de gemiddelde consument in verwarring brengen en dit des te meer nu in de betrokken reclamespot herhaaldelijk de term « wetenschap » wordt gebruikt (« NAN-wetenschap »). Door die nadruk op wetenschap wordt niet alleen de indruk gewekt dat de aangeprezen eigenschappen van het product of de in de reclame vervatte aanbevelingen steunen op wetenschappelijk aangetoonde gegevens of op een wetenschappelijke consensus – wat overigens op zich niet werd aangetoond door de documentatie die door de adverteerder ter staving werd voorgelegd- maar wordt tevens de geloofwaardigheid en autoriteit van de vermelde aanbeveling door kinderartsen versterkt. De gemiddelde consument zal de verwijzing naar « wetenschap » immers gemakkelijk in verband brengen met de medische en wetenschappelijke expertise van kinderartsen.

Op grond van wat hierboven werd uiteengezet is de Jury dan ook van mening dat de communicatie de gemiddelde consument in verwarring kan brengen en deze potentieel kan misleiden betreffende kenmerken van het product die van wezenlijke betekenis zijn hetgeen strijdig is met artikel 5 van de ICC-Code.

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepaling, verzoekt de Jury de adverteerder derhalve om de reclame te wijzigen, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.

allergieën

Media / Média: TV

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

Spot 1: Een vrouw zit in de zetel televisie te kijken. Een man komt naast haar zitten en begint luidruchtig chips te eten. De vrouw ergert zich aan het gekraak, neemt de spray van de adverteerder en spuit ermee in de richting van de man.

Spot 2: Een vrouw en een man zitten samen aan tafel. Terwijl de man zijn spaghetti met luid geslurp eet, ergert de vrouw zich aan het geluid. Ze neemt de spray van de adverteerder en spuit ermee in de richting van zijn gezicht.

Beide spots eindigen met een beeld waarin de man het bed reinigt met de spray, terwijl een voice-over en tekst verschijnen:
“Q-Viva. Voor al uw allergieën. Allee, vooral voor huisstofmijt. Eén op de vijf mensen is allergisch voor huisstofmijt. Adem vrij met Q-Viva. 100% natuurlijk en doeltreffend.”.

Klacht(en) / Plainte(s)

1) De klaagster stelt dat het geadverteerde product oogirritaties kan geven als je het in iemands ogen spuit en het daarvoor niet is bedoeld, maar voor textiel. Het is volgens haar een misleidende reclame die kinderen kan aanzetten tot het spuiten naar vervelende kinderen en dat is heel gevaarlijk.

2) De klager heeft bedenkingen bij de spots van twijfelachtig of betwistbaar allooi. Het product als dusdanig is enkel via de apotheek verkrijgbaar en is vooral bedoeld om de huisstofmijt te lijf te gaan of te elimineren. Maar als datzelfde product dan in spots verschijnt en gebruikt wordt, waarbij op spaghetti etende of slurpende personen of chips etende personen wordt gespoten, geeft een dergelijke spot een totaal verkeerd beeld volgens hem. Die beelden zijn niet eens relevant voor het product op zich, waar de huisstofmijt toch aan de basis ligt. Hij vindt het niet kunnen dat dergelijke producten in deze omstandigheden worden getoond.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury neemt kennis van de twee reclamespots. In de eerste spot eet een man luidruchtig chips, in de tweede spot slurpt een man luid spaghetti op. In beide spots ergert de vrouw zich en spuit ze het gepromote product in het gezicht van de man. Beide spots sluiten af met de voice-over en tekst: “Q-Viva. Voor al uw allergieën. Allee, vooral voor huisstofmijt.”.

De Jury neemt nota van de klachten, waarin wordt aangevoerd dat de reclame-uitingen een onjuist gebruik van het geadverteerde product tonen, wat gevaarlijk kan zijn.

Ingevolge het antwoord van de adverteerder noteert de Jury dat het creatieve concept van de campagne vertrekt vanuit de veelgebruikte uitdrukking: “Ik heb daar een allergie aan”, waarbij de adverteerder in zijn campagne deze, doorgaans figuurlijk gebruikte uitdrukking, letterlijk heeft genomen. In deze context worden herkenbare alledaagse situaties getoond waarin iemand zich ergert, waarna de adverteerder de brug maakt met een spray tegen allergieën veroorzaakt door huisstofmijt.

De Jury neemt ook kennis van de door de adverteerder overgemaakte veiligheidsverklaring van zijn producent en stelt vast dat deze de veiligheidsaspecten analyseert uitgaande van een correcte naleving van de gebruiksaanwijzing.

Hoewel de Jury erkent dat er binnen reclame ruimte moet zijn voor humor en absurditeit, is zij van oordeel dat bij producten die bedoeld zijn voor de behandeling van allergieën en die gelet op hun aard en beoogde gezondheidsdoel een bijzondere zorgvuldigheid in het gebruik vereisen, de nodige voorzichtigheid aan de dag moet worden gelegd. De Jury meent dan ook dat de reclames, waarin het geadverteerde product telkens op een invasieve manier in de richting van het gezicht wordt gespoten terwijl iemand aan het eten is, een onjuist of onveilig gebruik van het product kunnen aanmoedigen, onder meer bij kinderen.

Bovendien is de Jury van oordeel dat de slogan aan het einde van de spots het gebruik van het product ten aanzien van personen niet op een voldoende duidelijke en ondubbelzinnige wijze uitsluit. Door de formulering “voor al uw allergieën” en “vooral voor huisstofmijt” kan immers de indruk ontstaan dat het product ook op personen kan worden gebruikt.

Dienaangaande oordeelt de Jury dat de reclames op dit punt getuigen van een gebrek aan sociale verantwoordelijkheid in hoofde van de adverteerder en een situatie tonen waarbij veiligheid en gezondheid niet in acht worden genomen, in de zin van artikel 2 en 21 ICC-Code.

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, verzoekt de Jury de adverteerder derhalve om de reclames te wijzigen, en bij gebreke daaraan de reclames niet meer te verspreiden.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.

autres décisions