FIAT – 25/05/2022

Beschrijving van de reclame

De Franstalige advertentie in de geschreven pers met bovenaan rechts de vermelding “Conditions salon” stelt het voertuig in kwestie voor op een rode achtergrond met de volgende teksten:
« Réservez votre siège … vers un avenir meilleur »,
« Nouvelle (500)RED
Conçue pour la planète.
Conçue pour l'humanité. » en daaronder:
« Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la Terre. (RED) pour soutenir l'organisation (RED) dans la lutte contre les pandémies mondiales. Parce que, comme tous les produits (RED), une partie du prix d’achat de chaque vente va directement au Fonds mondial pour aider à financer des programmes de santé vitaux au bénéfice des communautés les plus nécessiteuses.
*Fiat, Jeep et RAM, se sont engagés à collecter au moins $4M pour le Fonds Mondial entre 2021 et 2023 pour lutter contre les urgences sanitaires comme la COVID et le SIDA avec (RED). Chaque véhicule (FIAT)RED soutient cet engagement. »
Daaronder, « 0L/100KM - 0G/KM CO2 (WLTP) ».
Daaronder, onder andere, informatie over de verantwoordelijke uitgever, « Informations environnementales [A.R. 19.03.2004] : fiat.be ».
Rechts, een tweede foto van het gepromote voertuig met de vermelding « 100% électrique ».

De gesponsorde reclame op Facebook toont het gepromote voertuig op een rode achtergrond met de vermelding “conditions salon”. Bovenaan de tekst « La Fiat (500X)RED : un SUV robuste et éthique. Profitez dès maintenant des Conditions Salon exceptionnelles ! ».
Daaronder, onder andere een knop “profiter de l’offre"

De TV-spot toont personen die naar het voertuig in kwestie lopen. Na een achterwaarts tracking shot zien we de planeet aarde en vervolgens één en daarna meerdere voertuigen van het merk die op een weg rijden.
VO : « Question : combien de personnes peuvent entrer dans cette voiture ? 7.890.000.000. Oui, cette voiture peut tous nous emmener vers un avenir meilleur. Nouvelle FIAT (500)RED. Conçue pour la planète, conçue pour l’humanité. 100% électrique pour préserver l’environnement et (RED) pour combattre les pandémies. »
Op het scherm onder meer de volgende vermeldingen:
« Scènes de foule partiellement générées par ordinateur. Suivez toujours les règles de sécurité de la Covid-19.
7.890.000.000
(500)RED
Conçue pour la planète
Conçue pour l’humanité
100% électrique
Conduire (RED) aide à sauver des vies
*Fiat, Jeep et RAM, se sont engagés à collecter au moins $4M pour le Fonds Mondial entre 2021 et 2023 pour lutter contre les urgences sanitaires comme la COVID et le SIDA avec (RED). Chaque véhicule (FIAT)RED soutient cet engagement. ».

Motivering van de klacht(en)

1) De klager deelde mee dat de vermeldingen « conçue pour la planète » en « Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la Terre » in de advertentie in de pers absolute beweringen uitmaken die impliciet met zich meebrengen dat de wagen in kwestie geen invloed zou hebben op het milieu of op de klimaatverandering, wat in werkelijkheid niet het geval is (hij blijft CO2 uitstoten gedurende de levenscyclus – productie, exploitatie, vernietiging – en bij het gebruik daar een deel van de elektriciteit geproduceerd wordt vanuit fossiele energiebronnen). Volgens hem is deze reclame dus strijdig met artikel 7 van de Milieureclamecode en met de Code van de Internationale Kamer van Koophandel.
Hij voerde vervolgens aan dat de vermelding « conçue pour l'humanité » opnieuw een absolute bewering uitmaakt die impliciet met zich meebrengt dat de wagen in kwestie ontworpen is met een ‘gevoel van welwillendheid, van mededogen ten aanzien van anderen’ (‘sentiment de bienveillance, de compassion envers autrui’ naar de definitie van het woordenboek Le Robert), wat volgens hem een onrechtmatige bewering is.
Ten slotte deelde hij mee dat de aanduiding '0L/100KM - 0 G/KM CO2 (WLTP)' incorrect (of onvoldoende) is aangezien [1] de informatie met betrekking tot CO2-uitstoot dient te worden voorgesteld in 'G CO2/KM' en niet in 'G/KM CO2'; [2] een deel van de elektriciteit geproduceerd wordt vanuit fossiele energiebronnen (en dus CO2 uitstoot); [3] ze het elektriciteitsverbruik niet aanduidt in 'KWH/100 KM', wat volgens hem onvolledig is voor de consument en zou kunnen doen uitschijnen dat de wagen niets verbruikt om te rijden.

2) De klager verwees naar de gesponsorde reclame op Facebook en vroeg zich af hoe een wagen (SUV) ethisch kan zijn. Naar zijn mening gaat het hier om abusievelijk taalgebruik en een absolute bewering die ertoe strekt om de aandacht van de consument te trekken met een maatschappelijke kwestie (de personen die meer ethiek wensen zijn talrijk).
Hij benadrukte bovendien dat de reclame noch de CO2-uitstoot noch de brandstofverbruiksgegevens (petroleum, gas of elektriciteit) vermeldt. Volgens hem is dit strijdig met de Febiac-Code en met het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto’s.

3) Volgens de klager is de vermelding « Red contre la pandémie » in de tv-spot in strijd met de werkelijkheid, daar een wagen en a fortiori zijn kleur geen enkele invloed op een pandemie hebben.

Standpunt van de adverteerder

Met betrekking tot de reclame in de geschreven pers heeft de adverteerder de drie argumenten van de klager hernomen (ecologisch of milieu-aspect, bewering “conçue pour l’humanité” en aanduiding van de CO2 uitstoot).

Wat het ecologische of milieu-aspect betreft, betwist hij de lezing door de klager van de beweringen “conçue pour la planète” en “elle est entièrement électrique pour prendre soin de la terre ». Hij heeft uitdrukkelijk de uitdrukking « aider à prendre soin de la terre” gebruikt om zijn woorden te nuanceren. Het werkwoord “aider » is het synoniem van « assister », « épauler », « seconder”, “concourir à”, “contribuer à” (Le Larousse online). De boodschap herhaalt dus dat de elektrische wagen helpt om zorg te dragen voor de aarde, dat zij een van de elementen is om de klimaatcrisis op te lossen. Volgens hem gaat het dus niet om een absolute claim over het volledige ecologische karakter van de elektrische wagen en is artikel 7 van de Milieureclamecode dus niet van toepassing.
Hij voegde toe dat wetenschappers momenteel uiteenlopende meningen hebben over de vraag of elektrische voertuigen milieuvriendelijker zijn dan voertuigen met een verbrandingsmotor.
Het elektrische voertuig stoot geen CO2 uit bij gebruik en vervuilt dus de lucht niet. Niettemin moet er ongetwijfeld ook rekening gehouden worden met de manier waarop de elektriciteit die hij verbruikt geproduceerd werd.
Er moet eveneens rekening gehouden worden met het energieverbruik en het gebruik van zeldzame metalen tijdens de volledige levensduur van het elektrisch voertuig en de recyclage van deze elementen.
De elektrische wagen heeft in ieder geval als voordeel dat hij geen andere vervuilende stoffen produceert zoals NOx, kankerverwekkende chemische verbindingen.
De Europese Unie heeft een klimaatwet aangenomen die van haar de motor (sic) en het voorbeeld wil maken in de strijd tegen klimaatverandering en heeft besloten om de verkoop van nieuwe voertuigen met benzine- of dieselmotoren tegen 2035 te verbieden.
De regio Brussel heeft besloten om dit verbod al in te voeren in 2030 voor dieselwagens.
Elektrische voertuigen krijgen dus de voorkeur van de politiek die ervan overtuigd is dat zij onmiskenbare voordelen bieden in de strijd tegen de opwarming van de aarde omdat ze tijdens het gebruik geen luchtvervuiling veroorzaken. De politiek rekent ook op de toename van de productie van groene stroom en de aangekondigde verbeteringen in het productieproces van voertuigen en batterijen en in de recyclage van batterijen om elektrische voertuigen nog groener te maken.
Dit standpunt van de politiek wil elektrische voertuigen beschouwen als één van de elementen die bijdragen aan het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van CO2; dit wordt gedeeld door milieuorganisaties zoals Greenpeace die reclame voor niet-elektrische voertuigen wil laten verbieden.
Hij stelt ook vast in het kader van het Autosalon 2022 dat de grootste Belgische banken en kredietverleners voordelige tarieven geven bij aankoop van een zogezegd “properder” voertuig (elektrisch of hybride).
De adverteerder besluit met de stelling dat volgens de politieke besluitvormers, bepaalde wetenschappers en een deel van het publiek, waaronder bepaalde milieuorganisaties, elektrische voertuigen duidelijk bijdragen aan de totstandkoming van een wereld die niet meer (of in ieder geval minder) afhankelijk is van fossiele brandstoffen en minder CO2 uitstoot, wat goed zou zijn voor de planeet, en dat de betwiste beweringen dus slechts deze mentaliteit weerspiegelen. Deze beweringen zijn absoluut niet bedoeld om te suggereren dat een elektrische auto volledig milieuvriendelijk is.

Wat betreft de bewering « Conçue pour l’humanité”, deelde hij mee dat deze boodschap bedoeld is ter promotie van een product (RED), namelijk een Fiat (500)RED 100% elektrisch. (RED) is een innovatief initiatief dat iconische merken (Apple, Microsoft, American Express, Nike, …) gemobiliseerd heeft om aids, tuberculose en malaria te bestrijden in Afrika. Momenteel is de strijd tegen COVID hieraan toegevoegd. Partnerbedrijven creëren producten of diensten onder het merk (RED) en verbinden zich ertoe een percentage van de opbrengst van de verkoop van deze (RED)-producten of -diensten af te dragen aan het Wereldfonds voor de bestrijding van aids, tuberculose en malaria. Dit fonds gebruikt deze middelen om zijn projecten in Afrikaanse landen te financieren. RED-producten zijn herkenbaar aan hun rode kleur en hun merknaam tussen twee haakjes met het woord RED rechts als exponent.
De opbrengst van de verkoop van de Fiat (500)RED 100% elektrisch zal gedeeltelijk worden gedoneerd aan het Wereldfonds voor de bestrijding van aids, tuberculose en malaria, zoals uitgelegd in de reclame. Volgens de adverteerder is de bewering “conçue pour l’humanité” dus helemaal op zijn plaats in deze context.

Wat de aanduiding van de CO2 uitstoot betreft, deelde hij mee dat het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot duidelijk aangeeft dat de informatie over de CO2-uitstoot weergegeven wordt in g/km, wat hij gedaan heeft. De in dit verband aangevoerde klacht is volgens hem dan ook niet relevant.

Met betrekking tot de reclame op Facebook heeft de adverteerder de twee argumenten van de klager hernomen (gebruik van de kwalificatie “éthique” en afwezigheid van de vermeldingen met betrekking tot brandstof verbruik en CO2-uitstoot).

Wat het gebruik van de kwalificatie “éthique” betreft, verwijst hij naar de verklaringen die hierboven gegeven werden met betrekking tot de (RED) producten en is hij van mening dat men deze producten als ethisch kan kwalificeren aangezien deze morele criteria integreren in hun commercialisatie.

Wat betreft het ontbreken van de vermeldingen inzake brandstofverbruik en CO2 uitstoot deelde hij mee dat het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto’s geeft duidelijk aan dat de informatie met betrekking tot brandstofverbruik en CO2 uitstoot enkel vermeld moet worden in “al het reclamemateriaal” en in “de andere reclamemiddelen” (art.7).
Het “reclamemateriaal” wordt gedefinieerd als alle drukwerk dat wordt gebruikt bij de afzet van, het adverteren voor en het bevorderen van de verkoop van voertuigen aan het publiek (bijvoorbeeld: technische handboeken, brochures, reclame in kranten en tijdschriften, in de vakpers en op affiches…) (art. 1, 11°) « De andere reclamemiddelen » omvatten elk af te drukken medium dat wordt gebruikt bij de afzet, het adverteren voor en het bevorderen van de verkoop van voertuigen aan het publiek (bijvoorbeeld: diskettes, CD-rom en de internetpagina's met Belgische domeinnaam …) (art. 1, 12°).
Volgens hem zijn de reclames die verschijnen op Facebook als pop-up niet afdrukbaar en vallen ze dus niet binnen het toepassingsgebied van dit koninklijk besluit.

Met betrekking tot de TV-spot deelde de adverteerder mee dat de klager de verklaringen die gegeven worden in de 21ste seconde van de spot duidelijk niet gelezen heeft waarin hij zegt “et RED pour combattre la pandémie”. Er wordt aangegeven « conduire (RED) aide à sauver des vies » met de volgende vermeldingen onderaan het scherm « FIAT, JEEP et RAM se sont engagés à collecter au moins $4M pour le Fonds Mondial entre 2022 et 2023 pour lutter contre les urgences sanitaires comme la COVID et le SIDA avec (RED). Chaque véhicule FIAT (RED) soutient cet engagement. ».
Zowel het voertuig, waarvan een deel van de verkoopsprijs gestort wordt aan het Wereldfonds, als de kleur, symbool van het RED initiatief, zorgen dus voor de inzameling van fondsen om te strijden tegen de pandemie.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de reclamecommunicaties waarop de ontvangen klachten betrekking hebben.

Zij heeft zich vooreerst gebogen over de verschillende verklaringen die de klagers aanbrengen en heeft deze onderzocht in het licht van de algemene bepalingen inzake misleidende reclame et de specifiekere bepalingen van de Milieureclamecode.

Zij heeft eveneens kennisgenomen van het antwoord van de adverteerder die verduidelijkte dat het doel van de reclameboodschappen is om te herhalen dat een elektrische wagen een van de elementen is die de klimaatcrisis kan oplossen en dat ze volgens hem geen absolute claims bevatten over het volledige ecologische karakter van de elektrische wagen in kwestie.
De adverteerder deelde ook mee dat volgens de politieke besluitvormers, bepaalde wetenschappers en een deel van het publiek, waaronder bepaalde milieuorganisaties, elektrische voertuigen duidelijk bijdragen aan de totstandkoming van een wereld die minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen en minder CO2 uitstoot en dat de betwiste beweringen dus slechts deze mentaliteit weerspiegelen.

In dit opzicht is de Jury van mening dat vermelden “Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la Terre. » in de betrokken advertentie inderdaad in die zin geïnterpreteerd kan worden door de gemiddelde consument, gelet op het gebruik van het werkwoord “aider à” die de woorden nuanceert en eveneens rekening houdend met de politieke en mediacontext die elektrische voertuigen de voorkeur geeft ten opzichte van voertuigen met een verbrandingsmotor.

Zij is daarentegen van mening dat de vermelding “Conçue pour la planète” misleidend kan zijn wat betreft de eigenschappen en kenmerken van de wagen met betrekking tot haar impact op het milieu. Volgens haar geeft deze slogan op een impliciete manier aan dat de wagen in kwestie geen enkele impact zou hebben op het milieu in eender welk stadium van zijn levenscyclus, wat in de realiteit niet het geval is. Zij is derhalve van oordeel dat het gaat om een absolute claim in strijd met artikel 7 van de Milieureclamecode.

De Jury heeft vervolgens kennisgenomen van de uitleg van de adverteerder met betrekking tot het (RED) initiatief, waaraan hij deelneemt met de Fiat (500)RED, dat eruit bestaat om merken te mobiliseren om te strijden tegen pandemieën zoals AIDS en COVID. Zij heeft eveneens nota genomen van het feit dat een deel van de verkoopopbrengst van de Fiat (500)RED gestort zal worden aan het Wereldfonds.

Hoewel hij dit initiatief toejuicht, is de Jury van mening dat de slogan “Conçue pour l’humanité” veel verder gaat dan het engagement van de adverteerder in dit kader en dat deze te absoluut geformuleerd is. Hij zou op deze manier kunnen suggereren dat de adverteerder zelf humanitaire activiteiten ontplooit en de gemiddelde consument misleiden over de werkelijke inhoud van deze bewering.

Ook de bewering in de gesponsorde reclame op Facebook dat het voertuig in kwestie een “SUV (…) éthique” is, is volgens de Jury een vorm van taalmisbruik en maakt op een overdreven manier gebruik van de gevoeligheden van de consument voor maatschappelijke thema’s in het algemeen, aangezien de term “éthique” een zeer breed begrip is dat morele criteria omvat die op verschillende gebieden van toepassing zijn. De Jury is derhalve van mening dat deze term de gemiddelde consument kan misleiden en volgt de adverteerder niet in zijn stelling dat een (RED) product als ethisch gekwalificeerd kan worden louter op basis van het feit dat bij de commercialisering ervan morele criteria worden gehanteerd.

De Jury is derhalve van oordeel dat de voormelde beweringen “Conçue pour l’humanité” en “SUV (…) éthique” van aard zijn om de consument te misleden, wat in strijd is met artikels 4 en 5 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC-Code).

In de TV-spot daarentegen die om te beginnen het thema gelinkt aan het (RED) initiatief aanhaalt, is de vermelding “(RED) pour combattre les pandémies” genuanceerder volgens de Jury en vergezeld van de volgende verduidelijkingen op het scherm: “*Fiat, Jeep et RAM, se sont engagés à collecter au moins $4M pour le Fonds Mondial entre 2021 et 2023 pour lutter contre les urgences sanitaires comme la COVID et le SIDA avec (RED). Chaque véhicule (FIAT)RED soutient cet engagement.”. In deze context is de Jury van mening dat het aanhalen van de kleur van de wagen zorgt voor een link met het initiatief waaraan de adverteerder deelneemt en dit in de verf te zetten in het kader van deze TV-spot. De Jury is derhalve van oordeel dat deze vermelding niet van aard is om de gemiddelde consument te misleiden op dit punt.

Vervolgens heeft de Jury de vraag in verband met de informatie met betrekking tot verbruik en CO2uitstoot van het gepromote voertuig geanalyseerd voor wat betreft de advertentie in de pers en de gesponsorde reclame op Facebook.

Wat de advertentie in de pers betreft, stelt zij de aanwezigheid van de volgende vermelding vast: “0L/100KM – 0G/KM CO2 (WLTP)”.

Ten eerste heeft de Jury met betrekking tot de informatie over het verbruik opgemerkt dat de klager van mening is dat het niet vermelden van het elektriciteitsverbruik in ‘KWH/100 KM’ onvolledig is en zou kunnen suggereren dat de auto niets verbruikt om te rijden.

In dit verband verwijst de Jury naar het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 betreffende de beschikbaarheid van informatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot voor consumenten bij de verkoop van nieuwe personenauto's en naar artikel 5 van de Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren (Febiac-code) en stelt onder meer vast dat, zonder elektrische motoren te noemen, deze laatste bepaling wel degelijk een niet-limitatieve lijst van motortypes bevat. Hoewel men kan aanvoeren dat deze teksten oorspronkelijk alleen bedoeld waren om de vermelding van het brandstofverbruik in strikte zin te reguleren, is zij van mening dat het vermelden van “0 l/100 km” niet in overeenstemming is met de geest van deze regelgeving, temeer daar de advertentie in kwestie sterk de nadruk legt op de “0” en bepaalde milieukenmerken in de verf zet. Volgens de Jury geeft de reclame in kwestie dus geen correct beeld van het werkelijke verbruik van de betreffende elektrische auto en kan zij inderdaad de illusie wekken dat het gepromote voertuig niets verbruikt, wat, hoewel indirect, van dien aard is dat het de consument kan misleiden over de milieuvoordelen van het product in de zin van artikel D1 van de ICC-code en artikel 3 van de Milieureclamecode.

De Jury heeft de adverteerder derhalve verzocht om in dit geval het elektriciteitsverbruik van het betrokken voertuig te vermelden in ‘KWH/100KM’.

Wat betreft de informatie over CO2-uitstoot, heeft de Jury eerst gereageerd op de klacht door erop te wijzen dat het gaat om de uitstoot die wordt veroorzaakt tijdens het gebruik van de auto en dat deze wordt gemeten volgens specifieke officiële normen. In dit kader gaat het dus niet om de uitstoot die vrijkomt bij de productie van de energie die door de motoren wordt gebruikt, noch voor elektrische auto's, noch voor andere auto's.

De Jury is derhalve van mening dat de vermelding “0G” voldoet aan artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 5 september 2001, dat vereist dat de officiële specifieke CO2-uitstoot wordt vermeld. Deze verplichting moet echter voldoen aan de vereisten van bijlage IV bij het Koninklijk Besluit en van artikel 5 van de Febiac-code en, overeenkomstig de jurisprudentie van de JEP in deze materie, moet de informatie worden weergegeven in ‘G CO2/KM’ en niet in ‘G/KM CO2’.

Wat betreft de informatie over verbruik en CO2-uitstoot en de gesponsorde reclame op Facebook, heeft de Jury kennisgenomen van het antwoord van de adverteerder, die op basis van de definities van “reclamemateriaal” en “de andere reclamemiddelen” in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 5 september 2001, van mening is dat advertenties die op Facebook in de vorm van pop-ups verschijnen, niet kunnen worden afgedrukt en dus niet onder het toepassingsgebied van dit Koninklijk Besluit vallen.

De Jury benadrukte dat zij deze redenering niet volgt, aangezien zij enerzijds van mening is dat reclame via Facebook een medium is dat kan worden afgedrukt in de zin van artikel 1, 12° van het Koninklijk Besluit van 5 september 2001, dat met name in een niet-limitatieve opsomming internetpagina's vermeldt, en anderzijds artikel 5 van de Febiac-code precies bepaalt hoe de vermeldingen voor digitale advertenties kunnen worden aangegeven.

In het licht van deze bepaling heeft de Jury vastgesteld dat voor de reclame op Facebook de cijfers in verband met verbruik en CO2-uitstoot niet vermeld worden en dat het niet mogelijk is om er meteen kennis van te nemen door een klik naar een pagina waarop deze informatie vermeld wordt en afgedrukt kunnen worden, wat een inbreuk is op het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 en op artikel 5 van de Febiac Code.

Rekening houdend met wat voorafgaat en op basis van de voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder verzocht om de reclames aan te passen op deze verschillende punten en bij gebreke hieraan deze niet meer te verspreiden.

De adverteerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Jury in eerste aanleg.

Hoger beroep

Standpunt adverteerder in hoger beroep

De adverteerder heeft de volgende argumenten aangehaald in zijn verzoekschrift hoger beroep.

Met betrekking tot de advertentie in de pers, benadrukt hij vooreerst dat een reclame in zijn totaliteit moet beoordeeld worden om te onderzoeken of deze mogelijk het publiek kan misleiden. Het is onaanvaardbaar dat voor de beoordeling van dit risico op fouten (delen van) zinnen geïsoleerd en uit hun context worden gehaald. De slogan is eigen aan elke reclameboodschap. Slogans moeten kort en krachtig zijn en worden doorgaans toegelicht en genuanceerd door de tekst in de rest van de reclame. Volgens hem is dat het geval bij de omstreden reclame, zowel wat het ecologische en milieuaspect als wat het humanitaire aspect betreft.

Met betrekking tot het ecologische en milieuaspect, benadrukt hij dat in deze reclame de slogan “Conçue pour la planète” aangevuld wordt door de zin “Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la terre ». Deze tweede zin nuanceert de woorden van de slogan « conçue pour la planète”.
De adverteerder herhaalde vervolgens de argumenten die leidden tot zijn bewering dat, volgens beleidsmakers, bepaalde wetenschappers en een deel van het publiek, waaronder bepaalde milieuorganisaties, elektrische voertuigen duidelijk bijdragen aan de totstandkoming van een wereld die niet meer (of in ieder geval minder) afhankelijk is van fossiele brandstoffen en minder CO2 uitstoot, wat goed is voor de planeet, en dat de betwiste beweringen dus slechts deze mentaliteit weerspiegelen.
Hij benadrukt dat de Jury in eerste aanleg de gegrondheid van deze argumentatie erkend heeft in haar beslissing, maar enkel voor de zin “Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la terre” en van oordeel was dat deze zin op deze manier geïnterpreteerd kan worden door de gemiddelde consument gelet op het gebruik van het werkwoord “aider à” die de woorden nuanceert en rekening houdend met de politieke en mediatieke context die elektrische voertuigen de voorkeur geeft ten opzichte van voertuigen met een verbrandingsmotor.
Volgens de adverteerder onderzoekt de Jury echter, ten onrechte, de slogan “conçue pour la planète” volledig geïsoleerd zonder deze beweringen (“conçue pour la planète” en “Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la terre”) in hun geheel te bekijken, terwijl de ene bewering onmiddellijk volgt op de andere.
De zin “Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la terre” legt de slogan « conçue pour la planète » uit die er boven staat en nuanceert deze. Deze zinnen moeten samen gelezen worden en kunnen dus niet geïsoleerd onderzocht worden om te beoordelen of deze mogelijk de lezer kunnen misleiden. Deze beweringen samen gelezen, beweren absoluut niet dat een elektrische wagen volledig milieuvriendelijk is. In tegenstelling tot wat de Jury beslist heeft voor de slogan “conçue pour la planète” gaat het dus niet om een verboden absolute claim in de zin van artikel 7 van de Milieureclamecode.

Met betrekking tot het humanitaire aspect is de adverteerder nogmaals van mening dat de Jury enkel de slogan “conçue pour l’humanité” onderzoekt zonder rekening te houden met de uitleg die gegeven wordt in de rest van de reclame.
Uit deze verklaringen blijkt duidelijk dat een deel van de verkoopsopbrengst van de Fiat (500)RED 100% elektrisch en van elke ander (FIAT)RED voertuig gestort zal worden, aan een goed doel, het Wereldfonds voor de bestrijding van aids, tuberculose en malaria en dat Fiat, door zich met de (FIAT)RED in te zetten voor dit humanitaire initiatief (RED) waarvan de rode kleur het symbool is, deelneemt aan de strijd tegen wereldwijde epidemieën en pandemieën.
De slogan “conçue pour l’humanité” wordt dus volgens hem duidelijk uitgelegd en genuanceerd door de tekst die hierop volgt. In tegenstelling tot wat de Jury beslist heeft kan de slogan het publiek dus absoluut niet misleiden over de exacte draagwijdte van het engagement van Fiat.

Wat betreft de aanduiding van de CO-uitstoot en het brandstofverbruik in de advertentie in de pers, stelt de adverteerder dat het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 bepaalt dat de informatie met betrekking tot de CO2-uitstoot gegeven wordt in “g/km CO2 WLTP”, wat hij ook gedaan heeft, en niet in “g CO2/km” zoals de Jury wil. De bepalingen van het Koninklijk Besluit moeten voorrang krijgen. In tegenstelling tot wat de Jury lijkt aan te geven, spreekt de Febiac code zich helemaal niet uit over deze kwestie. De klacht die in dit verband wordt geuit, is volgens hem dan ook niet relevant.
Wat betreft het brandstofverbruik geeft hetzelfde Koninklijk Besluit in bijlage 4 aan dat het brandstofverbruik vermeld moet worden in liters per 100 kilometer (l/100km), met een nauwkeurigheid van één decimaal. Zolang dit Koninklijk Besluit niet aangepast is om rekening te houden met elektrische voertuigen, moet het verbruik volgens hem worden weergegeven in liters per 100km.

Wat betreft reclame op Facebook, met name in verband met het gebruik van het woord "éthique", verwijst de adverteerder naar zijn uitleg hierboven in het humanitaire gedeelte van de advertentie in de pers, om te beargumenteren dat deze (RED)-producten als ethisch kunnen worden beschouwd, aangezien bij de commercialisering ervan morele criteria worden gehanteerd.

Wat betreft het ontbreken van vermeldingen over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot, verwijst hij in de eerste plaats naar de argumenten die in eerste aanleg zijn ontwikkeld op basis van de definities van het Koninklijk Besluit van 5 september 2001, en concludeert hij dat de advertenties die op Facebook in de vorm van pop-ups verschijnen, niet kunnen worden afgedrukt, tenzij er tientallen pagina's worden afgedrukt. Bovendien bepaalt het koninklijk besluit dat websites die kunnen worden afgedrukt, een Belgische domeinnaam moeten hebben. Facebook heeft geen Belgische domeinnaam. Advertenties op Facebook vallen volgens de adverteerder dus niet onder het toepassingsgebied van dit Koninklijk Besluit. In tegenstelling tot wat de Jury ervan maakt, regelt artikel 5 van de Febiac-code alleen de advertenties waarop het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 betrekking heeft, en niet zomaar elke website.

Verweer klager(s) in hoger beroep

/

Beslissing Jury in hoger beroep

De Jury in hoger beroep heeft kennisgenomen van de inhoud van de reclame in kwestie en van alle elementen en standpunten die terzake meegedeeld werden in dit dossier.

Zij heeft er met name nota van genomen dat de Jury in eerste aanleg met betrekking tot de advertentie in de pers en de Facebookadvertentie inbreuken heeft vastgesteld op zes punten en dat zij zich op basis van het verzoekschrift van de adverteerder derhalve dient te buigen over de volgende vragen:

1) Houdt de vermelding “Conçue pour la planète” in de advertentie in de pers al dan niet een inbreuk in op artikel 7 van de Milieureclamecode?
2) Houdt de vermelding “Conçue pour l’humanité” in de advertentie in de pers al dan niet een inbreuk in op artikels 4 en 5 van de ICC-Code inzake misleidende reclame?
3) Houdt de vermelding “SUV (…) éthique” in de Facebookadvertentie al dan niet een inbreuk in op artikels 4 en 5 van de ICC-Code inzake misleidende reclame?
4) Houdt het feit dat de advertentie in de pers qua verbruiksgegevens uitsluitend “0L/100KM” vermeldt en geen melding maakt van het elektriciteitsverbruik in “KWH/100 KM” in casu, in de context van deze advertentie, al dan niet een inbreuk in op artikels D1 van de ICC-Code en 3 van de Milieureclamecode, rekening houdend met de geest van de reglementering van het Koninklijk besluit van 5 september 2001 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto’s (hierna: het KB) en artikel 5 van de Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren (hierna: de Febiac-Code) terzake?
5) Houdt het feit dat de advertentie in de pers inzake CO2-uitstoot “0G/KM CO2” vermeldt in plaats van “0G CO2/KM” een inbreuk in op Bijlage IV van het KB en artikel 5 van de Febiac-Code?
6) Houdt het feit dat de Facebookadvertentie geen gegevens over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot vermeldt en evenmin de mogelijkheid biedt om rechtstreeks door te klikken naar een pagina waar deze vermeld staan en kunnen afgedrukt worden al dan niet een inbreuk in op artikel 7 van het KB en artikel 5 van de Febiac-Code?

Met betrekking tot de eerste twee bestreden punten, heeft de Jury in hoger beroep vastgesteld dat de advertentie in de pers in vette hoofdletters als blikvanger de slogans “Nouvelle (500)RED Conçue pour la planète. Conçue pour l'humanité.” bevat, met daaronder in kleinere letters: “Elle est entièrement électrique pour aider à prendre soin de la Terre. (RED) pour soutenir l'organisation (RED) dans la lutte contre les pandémies mondiales. Parce que, comme tous les produits (RED), une partie du prix d’achat de chaque vente va directement au Fonds mondial pour aider à financer des programmes de santé vitaux au bénéfice des communautés les plus nécessiteuses.”.

Wat het argument van de adverteerder betreft als zou de Jury in eerste aanleg ten onrechte hebben nagelaten om de reclame in kwestie in haar geheel te beschouwen, houdt de Jury in hoger beroep er vooreerst aan om te benadrukken dat het loutere toevoegen van nadere toelichting bij een hoofdclaim in een reclame niet noodzakelijk betekent dat deze hoofdclaim niet langer te absoluut of misleidend zou kunnen zijn. Zo mag de toelichting bij een hoofdclaim niet van die aard zijn dat de draagwijdte van de hoofdclaim de facto verregaand wordt uitgehold.

Welnu, ook als de reclame in haar geheel wordt bekeken, is de Jury in hoger beroep van mening dat de kwestieuze slogans neerkomen op een in casu onaanvaardbare generalisatie tot een globale claim van bepaalde deelaspecten van het gepromote product waarop de adverteerder zich blijkbaar wenst te beroepen. Het is immers niet omdat er bepaalde specifieke positieve aspecten zijn met betrekking tot een gepromoot product waarover de adverteerder inderdaad gerechtigd zou zijn om te communiceren, dat deze dermate mogen worden uitvergroot in algemene en vage beweringen als hier het geval is.

Zij is met name van mening dat het hier gaat om disproportionele veralgemeningen van de eronder vermelde, derhalve geenszins nog langer gewoon verduidelijkende of nuancerende tekst, en dat het net deze onterechte veralgemeningen zijn die hier de aandacht van de gemiddelde consument trekken en in hoofde van die consument de indruk wekken van een zeer verregaande en ingrijpende louter positieve draagwijdte en significantie van het gepromote product als dusdanig voor het milieu in het algemeen en voor de maatschappij in haar geheel. Zij is tevens de mening toegedaan dat dit in casu des te meer het geval is daar de reclame in kwestie dergelijke overdreven veralgemeningen accumuleert.

Zij is derhalve van oordeel dat de vermelding “Conçue pour la planète” aldus wel degelijk indruist tegen artikel 7 van de Milieureclamecode en de vermelding “Conçue pour l’humanité” tegen artikels 4 en 5 van de ICC-Code inzake misleidende reclame.

Met betrekking tot het derde bestreden punt inzake de vermelding “SUV (…) éthique” in de Facebookadvertentie, is de Jury evenzeer van mening dat deze bewering de beperkte bijdrage die de adverteerder hier blijkbaar beoogde te claimen te ver overstijgt.

Ook hier is zij met name van oordeel dat het gehanteerde woordgebruik in de context van deze advertentie wel degelijk van aard is om in hoofde van de gemiddelde consument verkeerdelijk de indruk te wekken dat het product op een of andere wijze als dusdanig, in zijn geheel, “ethisch” zou zijn, wat echter niet voortvloeit uit de specifieke bijdrage waarop deze zeer ruime en algemene claim is gebaseerd, en om die consument aldus te misleiden.

De Jury in hoger beroept bevestigt derhalve de beslissing van de Jury in eerste aanleg op de eerste drie punten.

Met betrekking tot het vierde bestreden punt inzake het qua verbruiksgegevens wel vermelden van “0L/100KM” zonder (ook) een verbruik in “KWH/100KM” te vermelden, is de Jury in hoger beroep van mening dat de klacht in dat verband weliswaar een hiaat blootlegt in de huidige regelgeving waarnaar de Jury in eerste aanleg in haar beslissing verwijst (het KB en artikel 5 van de Febiac-Code), maar dat de adverteerder desalniettemin die huidige regelgeving correct naleeft met de vermelding die hij in zijn advertentie gebruikt.

Zij is ook de mening toegedaan dat deze vermelding van “0L/100KM” zich er in casu toe beperkt om op zich correcte informatie te verschaffen die het in de advertentie tevens vermelde 100% elektrische karakter van het gepromote voertuig bevestigt, zonder daarom meteen ook van aard te zijn om de gemiddelde consument, die geacht mag worden te weten dat een elektrische wagen om te rijden elektriciteit verbruikt veeleer dan niets, te misleiden, zodat naar haar oordeel geen inbreuk voorligt op dit punt.

De Jury in hoger beroep hervormt derhalve de beslissing van de Jury in eerste aanleg op dit punt.

Zij heeft echter evenzeer begrip voor de lectuur van de Jury in eerste aanleg, die net zoals zij immers diende te oordelen geconfronteerd met een reglementair kader dat onvoldoende aangepast is aan de huidige realiteit van elektrische (en hybride) voertuigen, en meent dat de gemiddelde consument derhalve desalniettemin in een geval zoals het onderhavige gebaat zou zijn bij aangepaste, meer volledige informatie over het daadwerkelijke verbruik van het gepromote type voertuig dan de huidige regelgeving strikt genomen vereist.

Zij heeft derhalve gemeend een advies van voorbehoud te moeten formuleren op dit punt in overeenstemming met artikel 1 van haar Reglement, en doet dienaangaande een beroep op de verantwoordelijkheid van de adverteerder. Een advies van voorbehoud impliceert dat de adverteerder vrij is op het vlak van het gevolg dat hij hieraan wenst te verlenen.

Met betrekking tot het vijfde bestreden punt inzake het qua CO2-uitstoot vermelden van “0G/KM CO2” in plaats van “0G CO2/KM”, is de Jury van mening dat noch bijlage IV van het KB inzake reclame, noch artikel 5 van de Febiac-Code zich specifiek over deze vraag uitspreken, maar heeft zij vastgesteld dat bijlage I van het KB inzake het brandstofverbruiksetiket (dus buiten de specifieke context van reclame), wel degelijk een vermeldingswijze bevat die eerder overeenstemt met de vermelding die de adverteerder in zijn advertentie in de pers hanteert. Hoewel zij zou kunnen begrijpen dat een uniforme vermelding van de gegevens inzake CO2-uitstoot in “G CO2/KM” in de context van reclameboodschappen zou worden aanbevolen, meent de Jury daarnaast dat de vermelding in “G/KM CO2” die de adverteerder in zijn reclame gebruikt niet indruist tegen de vereiste van punt 3 van bijlage IV van het KB omtrent de begrijpbaarheid van de informatie.

De Jury in hoger beroep hervormt derhalve de beslissing van de Jury in eerste aanleg op dit punt.

Wat daarentegen het zesde en laatste bestreden punt betreft, inzake het vermelden van de gegevens over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot op of via de betrokken Facebookadvertentie, is zij van mening dat deze laatste in elk geval duidelijk valt onder de bepalingen van artikel 5 van de Febiac-Code, met name als één van de “andere soortgelijke advertentieformaten” in de specifieke bepalingen die op grond van dit artikel voor websites gelden en op dit punt als volgt luiden: “Op banners, IMU’s, skyscrapers en andere soortgelijke advertentieformaten op andere dan de merkeigen website, worden de verbruiks- en CO2 gegevens eveneens duidelijk leesbaar vermeld of wordt de mogelijkheid geboden rechtstreeks door te klikken naar een pagina waar deze vermeld staan en kunnen afgedrukt worden.”. Zij is voor zover nodig tevens de mening toegedaan dat de online advertentie in kwestie “af te drukken” is in de zin van artikel 1, 12° van het KB betreffende de “andere reclamemiddelen”, en heeft daarnaast vastgesteld dat de opsomming in dit artikel waarnaar de adverteerder verwijst duidelijk niet limitatief is, zodat het loutere feit dat Facebook geen Belgische domeinnaam heeft haar onvoldoende voorkomt om deze advertentie van een Belgische adverteerder waarin verwezen wordt naar een model dat op de Belgische markt wordt aangeboden, van het toepassingsgebied van deze regelgeving uit te sluiten.

De Jury in hoger beroep bevestigt derhalve de beslissing van de Jury in eerste aanleg op dit punt.

De Jury in hoger beroep verklaart derhalve het hoger beroep gedeeltelijk gegrond, met name wat betreft het vierde en vijfde bestreden punt van de beslissing van de Jury in eerste aanleg, maar bevestigt deze beslissing wat de eerste drie bestreden punten evenals het zesde bestreden punt betreft.

Zij heeft de adverteerder derhalve verzocht om de betrokken reclame te wijzigen op deze laatste punten of bij gebreke daaraan deze reclame niet meer te verspreiden.

Gevolg

De beslissing van de Jury in hoger beroep is definitief.

De adverteerder heeft bevestigd dat hij de Jurybeslissing zal naleven.

Adverteerder: FIAT
Product/Dienst: Fiat (500)RED
Onderzoekscriteria: Milieu, Eerlijkheid, Waarachtigheid
Initiatief: Consument
Datum afsluiting:  25/05/2022