De spot begint met het logo van GAIA Productions en toont landelijke 3D beelden, gevolgd door een lieveheersbeestje. Dit wordt gevolgd door de titel “Henry het haantje”, de namen van de scriptschrijvers, de regisseur en de stem. Het lieveheersbeestje komt aan bij een boerderij, gaat een schuur binnen en landt op een ei in het stro.
Voice-over: “Hey, kom eens kijken. ’t Is zover. Amai, zo wiebelen zeg. Komaan kleine, ge kunt het.”
Het ei beweegt, barst en een haantje komt tevoorschijn
Voice-over: “Kijk toch eens, een donzen bolleke. Eindelijk ben je er. Dag Henry. Henry het haantje”.
Dan wordt de scène abrupt onderbroken en verschijnt het woord “Einde”, gevolgd door de volgende teksten, geïllustreerd door foto's van kuikens in bakken, met handen met handschoenen die ze vastpakken en een foto van een versnipperaar.
“Dagelijks stopt het leven van 65.000 mannelijke kuikens nog voor het echt begint. Ze worden levend verbrijzeld of vergast omdat ze geen eieren kunnen leggen. Help GAIA om supermarkten te overtuigen deze gruwelijke praktijken te stoppen. Ga naar redhenry.be. GAIA, voice of the voiceless.”
1) De klaagster deelt mee dat het filmpje start alsof het een trailer is voor een nieuwe animatiefilm. Haar kinderen van 10 jaar keken enthousiast tot blijkt dat het geen trailer voor een nieuwe animatiefilm is en vervolgens veel vragen beginnen te stellen waarop zij geen antwoord kan geven. Ze vraagt of het niet nodig is om vooraf een leeftijdscategorie te vermelden.
2) De klaagster deelt mee dat de reclame een landbouwbedrijf weergeeft waar het haantje wordt geboren. Volgens haar strookt deze weergave niet met de realiteit aangezien dergelijke praktijken gebeuren in broederijen.
De adverteerder stelt dat het gaat om een informatie- en sensibiliseringscampagne voor het grote publiek op basis van feitelijke informatie over het doden van mannelijke kuikens in België.
De verwijzing naar de adverteerder is duidelijk herkenbaar op alle media.
De talrijke vragen van de kinderen van de klager tonen aan dat de campagne het grote publiek informeert over een gangbare, maar weinig bekende praktijk in de pluimveesector. De clip bevat ook een link naar de website van de campagne, die een schat aan informatie over het onderwerp bevat en antwoord geeft op eventuele vragen.
Hij voegt eraan toe dat de campagne de werkelijkheid niet verkeerd weergeeft en verslag doet van een echte en gedocumenteerde situatie, waarvan de feiten niet worden betwist door de betrokken sector.
Met betrekking tot de eerste klacht en de vraag over de leeftijdsgrens verklaarde de adverteerder dat de uitgezonden reclame geen inhoud bevatte die de gevoeligheden van een jonger publiek zou kunnen kwetsen. Hierover was vóór uitzending ook een advies van het JEP uitgebracht.
Ten aanzien van de tweede klacht en het feit dat de spot de werkelijkheid niet juist weergaf, stelde adverteerder dat het doel van de spot was om het publiek bewust te maken van het lot van mannelijke kuikens in de eierproductie-industrie. In het tweede deel van de boodschap wordt deze kwestie zowel visueel als tekstueel expliciet aan de orde gesteld. Het eerste deel daarentegen heeft een verhalende toon om het verhaal in een context te plaatsen. Op geen enkel moment wordt gesteld of zelfs gesuggereerd dat deze situatie zich op alle boerderijen voordoet. Sterker nog, de beelden tonen geen werkende boerderij of bedrijf, maar een gebouw met een landelijke esthetiek dat als symbolische achtergrond dient. Zoals vaak het geval is in reclame, is de spot geënsceneerd om de aandacht van het publiek te trekken, maar gebaseerd op een feitelijke, gedocumenteerde werkelijkheid.
De Jury stelt vast dat de spot begint met het logo van GAIA Productions en 3D-beelden toont van de geboorte van een kuiken in een boerenschuur en dat deze scène abrupt wordt onderbroken om plaats te maken voor beelden en tekst over het slachten van kuikens in België.
Vervolgens merkt zij op dat de campagne in kwestie afkomstig is van een bekende dierenbeschermingsorganisatie en dat het gaat om een informatie- en sensibiliseringscampagne voor het grote publiek gebaseerd op feitelijke informatie over een weinig bekende praktijk in de pluimvee-industrie. Zij merkt ook op dat de reclame verwijst naar een website met informatie over het onderwerp.
De Jury heeft de spot onderzocht, in het bijzonder in het licht van de JEP Regels inzake niet-commerciële reclame.
In dit verband is zij met name van oordeel dat het concept van de communicatie rechtstreeks verband vertoont met de over te brengen boodschap en het nagestreefde doel van de campagne en dat het in verhouding is met het doel van sensibilisering van de adverteerder.
In deze context is de Jury van oordeel dat de reclame niet van aard is om geestelijke of morele schade toe te brengen aan kinderen en dat de uitzending ervan daarom niet onderworpen moet zijn aan beperkingen met betrekking tot bepaalde leeftijdscategorieën.
Zij is derhalve van oordeel dat de reclame niet getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op dit punt.
Bovendien is de Jury van mening dat de animatiefilm dient om de belangrijkste boodschap te introduceren die de adverteerder wil overbrengen, namelijk een boodschap over het lot van mannelijke kuikens in de eierproductie-industrie, zonder dat de 3D-beelden in kwestie bedoeld zijn om de werkelijkheid weer te geven.
Volgens de Jury suggereren deze geanimeerde beelden niet dat het slachten van kuikens per definitie op alle boerderijen plaatsvindt, dus ook niet noodzakelijk op de boerderij op het platteland die als decor voor de scène is gebruikt.
De Jury is dan ook van oordeel dat de spot niet van aard is de consument te misleiden en dat deze niet-commerciële reclame in de eerste plaats gericht is op sensibilisering met, in het tweede deel, beelden en tekst waarover meer gedetailleerde informatie beschikbaar is op de website waarnaar de spot verwijst.
Zij oordeelt ook dat het niet gaat om een stigmatiserende en/of denigrerende communicatie tegen kwekers in het algemeen.
Rekening houdend met wat voorafgaat, is de Jury derhalve van oordeel dat de reclame niet in strijd is met de JEP Regels inzake niet-commerciële reclame.
Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.
Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.
Barastraat 175, 1070, Brussel, Belgie.
E-mail: info@jep.be
Tel: +32 2 502 70 70
💡 Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks sectornieuws, inzichten en JEP-cases die de grenzen scherpstellen.