Play Media 21-10-2025: Geen opmerkingen

Adverteerder / Annonceur: PLAY MEDIA

Product-Dienst / Produit-Service: Televisieprogramma

Media / Média: Radio

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De radiospot gaat als volgt:
VO: “Je hoort Eric, die helemaal alleen probeert te overleven in Lapland.”
Man: “Godverdomme, godverdomme hé.”
VO: “Acht Vlamingen, elk apart, overgeleverd aan de natuur en aan zichzelf. Alone, dinsdag nieuw op Play4 en op Goplay en nu al volledig op Streamz.”

Klacht(en) / Plainte(s)

De klager stelt dat er brutaal gevloekt wordt en vindt dit ongehoord en schandalig.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Geen opmerkingen
Décision Jury de première instance: Pas de remarques

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft vastgesteld dat de radiospot een geluidsfragment bevat uit een televisieprogramma. De voice-over zegt eerst: “Je hoort Eric, die helemaal alleen probeert te overleven in Lapland”, waarna een fragment te horen is waarin een deelnemer van het programma zegt: “Godverdomme, godverdomme, hé.”

De Jury is van mening dat de uitdrukking ‘godverdomme’ in deze context niet zal worden beschouwd als een beledigende of brutale uitlating door de gemiddelde consument, maar eerder als een spontane emotionele ontlading. Deze uitdrukking draagt er tevens toe bij dat binnen enkele seconden aan de luisteraar de sfeerschepping en intensiteit van het programma wordt overgebracht.

Bovendien heeft de Jury genoteerd dat de opzet van het programma erin bestaat dat de deelnemers elk afzonderlijk en op zichzelf dienen te overleven in de natuur. Het is met andere woorden onmogelijk dat de uitlating bedoeld was om een andere persoon te kwetsen of te beledigen, en kan alleen maar slaan op de wellicht frustrerende situatie waarin de deelnemer zich bevond.

De Jury is derhalve van oordeel dat de radiospot niet aanzet tot vloeken en geen gedrag aanmoedigt dat in strijd is met de momenteel geldende fatsoensnormen.

Tenslotte oordeelt de Jury dat deze reclame niet van aard is om morele of mentale schade teweeg te brengen bij minderjarigen.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op dit punt.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.

andere beslissingen