Adverteerder / Annonceur: GAELE
Product-Dienst / Produit-Service: Zonnepanelen
Media / Média: Internet (website)
Beschrijving van de reclame / Description de la publicité
Op de website van de adverteerder staat de tekst:
“Een dak vol zonnepanelen, én een batterij? Gratis.” En daaronder “Ik wil een vrijblijvende afspraak”, waar je op kan klikken.
Klacht(en) / Plainte(s)
De klager stelt dat de adverteerder onder het mom van ‘gratis zonnepanelen en batterij’ de consument een contract aansmeert voor 25 jaar waarbij de zonnestroom uit de panelen en batterij aan zéér hoog tarief wordt verkocht. Daardoor betaal je volgens de klager de installatie tot 8 x terug in vergelijking met een normale marktprijs.
Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt
De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.
De Jury heeft kennisgenomen van de reclame op de website van de adverteerder die onder meer de volgende vermeldingen bevat: “…een dak vol zonnepanelen en een batterij? Gratis”.
Naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder noteert de Jury dat het woord “gratis” in deze context verwijst naar het ontbreken van een noodzakelijke initiële investering of financiering voor de levering en installatie van de zonnepanelen en bijhorende batterij door de klant, die aldus gebruik kan maken van de installatie zonder aankoop, zonder onderhoudsverplichtingen en zonder investeringsrisico.
Tevens noteert de Jury dat de klant in het kader van de gepromote serviceovereenkomst, meerdere jaren lokaal opgewekte zonne-energie gebruikt tegen een vaste, vooraf bepaalde prijs.
De Jury neemt er verder nota van dat de website van de adverteerder informatie geeft over de aanrekening van een maandelijks vast energietarief als contractuele tegenprestatie.
Daarnaast stelt de Jury aan de hand van de overige informatie beschikbaar op de website van de adverteerder (waaronder de informatie voorzien in de algemene voorwaarden en in de rubriek “aftersales”) vast dat de klant geen eigenaar wordt van de installatie, zich contractueel voor een uitermate lange periode dient te verbinden (25 jaar) en bij een eventuele opzegging van het contract de installatie dient over te nemen tegen de restwaarde vooraf vastgelegd in het servicecontract.
Gelet op het absolute karakter van het woord “gratis” en de complexiteit van het systeem, is de Jury van oordeel dat de term “gratis” in deze context een te verregaande vereenvoudiging inhoudt die de gemiddelde consument potentieel kan misleiden over wezenlijke productkenmerken die zijn beslissing kunnen beïnvloeden.
De Jury is bijgevolg van mening dat de betrokken reclame misleidend is voor de gemiddelde consument en aldus strijdig met artikelen 4 en 5 van de ICC-Code.
Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame te wijzigen, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.
De adverteerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Jury in eerste aanleg.
Beslissing Jury in hoger beroep: Hoger beroep ongegrond. Bevestiging beslissing in eerste aanleg: Geen opmerkingen
Décision Jury d’appel : Appel non fondé. Confirmation de la décision en première instance : Pas de remarques
De Jury in hoger beroep heeft kennisgenomen van de inhoud van de betreffende reclame en van alle elementen en standpunten die terzake meegedeeld werden in dit dossier.
De Jury stelt vast dat de reclame op de website van de adverteerder onder meer de volgende vermelding bevat: “…een dak vol zonnepanelen en een batterij? Gratis”.
In de eerste plaats wenst de Jury te preciseren dat de klacht betrekking heeft op de vraag of het gebruik van de term “gratis” in de betrokken reclameboodschap al dan niet oneerlijk of misleidend is, zonder de Jury te nopen een economisch-financiële beoordeling te maken van het dienstenmodel, de prijsvorming of de verhouding van de totale aangerekende prijs voor de diensteverling ten aanzien van de geldende marktprijzen, welke beoordeling buiten haar bevoegdheid valt.
Naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder noteert de Jury dat het woord “gratis” in het licht van de gehele context van de reclame niet verwijst naar het volledig ontbreken van enige contractuele tegenprestatie voor het aanbod, maar wel naar het ontbreken van een noodzakelijke initiële investering of financiering voor de levering en installatie van de zonnepanelen en bijhorende batterij door de klant, die aldus gebruik kan maken van de installatie zonder aankoop, zonder onderhoudsverplichtingen en zonder investeringsrisico.
Zowel de informatie beschikbaar op de website van de adverteerder als de Dienstenovereenkomst (“Gaele xl serviceovereenkomst installatie van zonnepanelen en afname van zonnestroom voor consumenten en klein-zakelijke klanten, Versie 1.1_NL”, hierna “de Dienstenovereenkomst”) waarvan een model aan de Jury werd voorgelegd, vermelden de aanrekening van een maandelijks vast energietarief als contractuele tegenprestatie voor het aanbod.
Tevens noteert de Jury naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder dat, in het licht van de gehele context, het reclame-aanbod niet kan worden herleid tot de levering van zonnestroom en batterij, daar waar het integendeel een geïntegreerd dienstenmodel betreft met een vast energietarief voor het volledige verbruik (zonnestroom en netstroom), niet een afzonderlijke verkoop van zonnestroom.
De Jury stelt vast dat volgens de bewoordingen van de Dienstenovereenkomst (art. 3.1.) “de essentie van de Overeenkomst de ter beschikking[stelling] is van een dak voor de productie van groene stroom door Clever Solutions, zodat de lokaal geproduceerde elektriciteit tegen een Vaste Prijs kan worden afgenomen door de Klant”. Uit de eerste paragraag van datzelfde art. 3.1. blijkt het ook te gaan om de gratis terbeschikkingstelling door de klant van het volledige dak van zijn onroerend goed.
De Jury is de mening toegedaan dat de terbeschikkinstelling van het volledige dak een juridische verbintenis in hoofde van de klant inhoudt, met name het verschaffen van een gebruiksrecht aan de adverteerder voor het volledige dak en dit de gedurende een uitermate lange periode (de duur van de Dienstenovereenkomst bedraagt in principe 25 jaar).
Volgens de Jury moet de toekenning van dit gebruiksrecht worden beschouwd als een juridische tegenprestatie, ook al wordt deze niet uitdrukkelijk als zodanig vermeld.
Een dergelijk gebruiksrecht vertegenwoordigt bovendien een reële economische waarde, aangezien het de adverteerder toelaat gedurende 25 jaar gebruik te maken van een essentieel onroerend goedbestanddeel voor commerciële exploitatie. Het is volgens de Jury dan ook niet juist om te stellen en voor te houden in de reclame dat de installatie van de zonnepanelen en de batterij “gratis” gebeurt.
Daarnaast stelt de Jury vast dat de adverteerder bij het aangaan van de Dienstenovereenkomst een niet-restitueerbare dossierkost van 150 euro aanrekent. Bovendien rusten op de klant, met betrekking tot de geïnstalleerde zonnepanelen en batterij, verschillende bijkomende verplichtingen, onder meer in het kader van een complexe regeling voor onderhoudskosten en de verplichting om de fotovoltaïsche installatie te laten verzekeren, hoewel hij daarvan krachtens de overeenkomst geen eigenaar is.
Volgens de Jury bestaat er een duidelijke asymmetrie tussen enerzijds de overdreven vereenvoudigde voorstelling door het gebruik van het woord “gratis” voor de installatie van zonnepanelen en de bijhorende batterij — wat de indruk wekt dat de installatie voor de klant geen enkele tegenprestatie inhoudt — en anderzijds het complexe systeem van diverse achterliggende juridische verbintenissen (de klant moet contracten sluiten met twee leveranciers) en financiële verplichtingen. Deze ongenuanceerde voorstelling strookt niet met de realiteit en is daardoor voor de gemiddelde consument niet gemakkelijk te doorgronden.
De Jury deelt de mening van de Jury in eerste aanleg dat de term “gratis” in deze context een te verregaande vereenvoudiging inhoudt die de gemiddelde consument potentieel kan misleiden over wezenlijke productkenmerken die zijn beslissing kunnen beïnvloeden.
In ondergeschikte orde wijst de Jury – wat betreft de relatie tussen de zelfregulerende bepalingen zoals vastgelegd in de advertising and Marketing Communications Code van de International Chambre of Commerce (hierna “ICC-Code”) en het wettelijk kader waaraan reclame en marketingcommunicatie als handelspraktijken dienen te voldoen – op de verduidelijking die de ICC-Code terzake verschaft (Inleiding 11e editie 2024). Gedragscodes en wetgeving hebben verschillende doelstellingen en mogelijk niet dezelfde reikwijdte. De ICC-Code omarmt echter het legaliteitsbeginsel in die zin dat alle marketingcommunicatie wettig, fatsoenlijk, eerlijk en waarheidsgetrouw moet zijn. Hieruit volgt dat het overtreden van de wet nooit in overeenstemming kan zijn met goede zakelijke praktijken. Maar het feit dat specifieke marketingcommunicatie legaal zou zijn, betekent niet noodzakelijkerwijs dat deze ook ethisch aanvaardbaar of gepast is. Marketeers en andere partijen moeten er dus voor zorgen dat hun marketingcommunicatieactiviteiten voldoen aan zowel de toepasselijke wet- en regelgeving in een markt, als aan de relevante bepalingen van de ICC-Code.
In dit opzicht wijst de Jury op de voorwaarden die door het wettelijk kader, meerbepaald door de bepalingen van boek VI van het Wetboek Economisch recht (hierna “WER”), aan het gebruik van de term “gratis” worden oplegd. Zo wijst de Jury onder meer op de bepalingen van art.VI.100.20° WER dat stelt dat het “gebruik van de term “gratis”onder alle omstandigheden als oneerlijk beschouwd wordt als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen”.
Rekening houdende met bovenstaande is de Jury de mening toegedaan dat de betrokken reclame misleidend is voor de gemiddelde consument en aldus strijdig is met artikelen 4 en 5 van de ICC-Code.
Gelet op wat voorafgaat, verklaart de Jury het hoger beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de Jury in eerste aanleg.
De beslissing van de Jury in hoger beroep is definitief.