Een bewegende affiche met de titel “Halloween Walibi” toont een personage gekleed in een Halloween-kostuum, met een bloederige mond en een litteken boven één oog, die zijn mond wijd opent en zijn tong laat zien, en dan dichterbij komt met zijn mond open.
Een statische affiche met de titel “Halloween Walibi” toont hetzelfde personage en daaronder de afbeelding van een attractie waaraan mensen ophangen.
1) De klaagster verwijst naar de affiche en de bewegende versie ervan in treinstations, die angstaanjagende en bloederige beelden bevatten die ongeschikt zijn voor een jong publiek dat er zonder waarschuwing mee worden geconfronteerd. Ze worden getoond op drukbezochte plaatsen waar mensen van alle leeftijden komen. Volgens haar zijn deze beelden traumatiserend en mogen ze niet door kinderen worden gezien.
2) Als vader vindt de klager de affiche ongeschikt voor kinderen, zelfs traumatisch. Volgens hem is het niet het juiste medium voor kleine kinderen die op straat lopen.
De adverteerder deelde mee mee dat de gebruikte afbeeldingen in lijn zijn met die van andere jaren. Halloween is elk jaar een groot succes in het park en weerspiegelt het leuke en fictieve aspect van het evenement. Studies tonen aan dat kinderen heel goed in staat zijn om het echte van het fictieve te onderscheiden en dat ze een aantrekkingskracht hebben voor wat angstaanjagend is.
Hij voegde eraan toe dat de affiche niets bevat dat niet al in de collectieve verbeelding voorkomt als het om Halloween gaat (monsters, heksen, zombies, enz.). Bovendien speelt het personage op de affiche zich af in een fictieve omgeving, wat de onwerkelijke aard van het geheel versterkt.
Het is een zoektocht om de juiste balans tussen afschrikken en shockeren te vinden. Televisie, stripverhalen en videogames laten ook dit soort beelden zien voor andere merken.
De Jury heeft kennisgenomen van de klachten en de betreffende affiches, waarvan de ene geanimeerd is en een personage toont dat verkleed is in het thema van Halloween en de andere hetzelfde personage toont en een afbeelding van een attractie waaraan mensen ophangen.
Vooreerst heeft zij in herinnering gebracht dat het feest van Halloween traditioneel inspeelt op angstgevoelens en dat de adverteerder vrij is om dit thema aan te snijden in zijn reclame.
Aangezien het echter om een affiche op de openbare weg gaat, is de Jury van mening dat het beeld van de man die met een bebloede mond dichterbij komt, in zijn concrete uitvoering en de sfeer die hiermee wordt opgeroepen, te realistisch kan zijn voor jonge kinderen en hen kan choqueren.
Zij is dan ook van mening dat de betrokken bewegende affiche bij een deel van het publiek negatieve reacties kan oproepen. Zij heeft dus gemeend een advies van voorbehoud te moeten formuleren overeenkomstig artikel 1 van haar Reglement en doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de adverteerder.
Een advies van voorbehoud impliceert dat de adverteerder vrij is op het vlak van het gevolg dat hij hieraan wenst te verlenen.
Bovendien, wat betreft de versie van de poster waarop ook een attractie met opgehangen personen te zien is, is de Jury van mening dat de afbeelding hier verder gaat dan wat strikt genomen als verwijzing naar Halloween kan worden beschouwd, met name door de mogelijke verwijzing naar zelfmoord.
Gelet op het voorgaande heeft de Jury geoordeeld dat de statische affiche mentale of morele schade kan berokkenen aan kinderen of jongeren in de zin van artikel 18.3 van de ICC-Code.
Op basis van bovenvoormelde bepaling, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame in kwestie te wijzigen, en bij gebreke daaraan, deze reclame niet meer te verspreiden.
De adverteerder heeft bevestigd zich te zullen houden aan de beslissing van de Jury.
Barastraat 175, 1070, Brussel, Belgie.
E-mail: info@jep.be
Tel: +32 2 502 70 70