De affiche van de campagne toont twee personen op een motor op een landweg. Achter op de motor vervoeren zij een hoop verpakkingen met een afbeelding van een doodshoofd (pictogram voor giftige stoffen). De tekst luidt: “Zonder gif, meer bestuivers. Zet een punt achter pesticiden in je tuin.”
Rechtsboven, de tekst “Week van de Bij 25 mei – 1 juni 2025”.
Onderaan, de logo’s van de partners en “Ontvang gifvrije tuintips: weekvandebij.be/bijenkrant”.
De affiche is op de website van de campagne beschikbaar, waar naast dezelfde visual, de volgende tekst verschijnt:
“Chemische bestrijdingsmiddelen schaden nuttige bestuivers zoals bijen en vlinders, terwijl er natuurlijke alternatieven bestaan.
Door geen pesticiden te gebruiken en je tuin natuurlijk in te richten, help je insecten en andere dieren. Doe tijdens de maand mei mee met de actie #MeiGifvrij: lever je oude pesticideproducten in bij het recyclagepark en maak kans op een leuke prijs!
Lees meer over de campagne en help ons de boodschap te verspreiden.”.
Volgens de klager, een vereniging van de industrie van plantenbescherming, geeft het campagnebeeld drie boodschappen aan het publiek:
- Je mag op een motor zitten op een onverantwoordelijke en onwettige manier, zonder de veiligheidsvoorschriften van het verkeer te volgen
- Je mag op onverantwoordelijke en onwettige manier gewasbeschermingsmiddelen die al lang niet meer in de handel zijn, vervoeren;
- Als je dit doet, dan ga je de bijen redden.
Dit is een foutieve en misleidende campagne: ze promoot een denkbeeld dat foutief is, ze maakt mensen bang, is ongepast, beschadigt de land- en tuinbouwsector en zet particulieren die gewasbescherming in hun tuin gebruiken in een slecht daglicht. Als overheid die mee instaat voor veiligheid op de weg en het correct vervoeren en verwerken van afval, moet de campagne minstens conform de veiligheidsnormen zijn en een gebalanceerde boodschap geven.
Verschillende bepalingen worden die manifest geschonden, aldus de klager:
- ICC-Code voor reclame- en marketingcommunicatie:
Artikel 1: de reclame is geen eerlijke en oprechte informatie. Gewasbeschermingsmiddelen kan je niet definiëren als “gif”. Ze worden gebruikt om planten te beschermen tegen ziekten en plagen. België volgt, in de toelatingsprocedures voor gewasbeschermingsmiddelen, de regels zoals Europa ze voorschrijft.
Artikel 2: de reclame moedigt onverantwoordelijk gedrag aan betreffende verkeersregels en rond vervoer van afval.
Artikel 3, 4 en 5: de reclame brengt land- en tuinbouwers in diskrediet, en ze zet particulieren die gewasbescherming in hun tuin gebruiken, in een slecht daglicht. De advertentie geeft een incorrect en zeer gedateerd beeld van gewasbescherming, door deze oude, vervallen, en al lang verboden producten (dat zien we aan de symbolen erop) voor te stellen.
De bedoeling van deze reclame is om het vertrouwen van de consument in gewasbescherming, en uitgebreider ook in de land- en tuinbouw te schenden, op basis van foutieve beeldvorming.
Artikel 6: de stelling “Zonder gif, meer bestuivers”, moet wetenschappelijk onderbouwd zijn. De boodschap die gegeven wordt, is dat gewasbeschermingsmiddelen de grote oorzaak zijn van de achteruitgang van de bijen. Wetenschappelijke studies tonen dat de achteruitgang van de bijen is eerst en vooral te wijten aan de varroamijt, Bij correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, is de impact op mens, milieu en dier minimaal. Dienaangaande verwijst de klager naar de website van de federale overheid www.fytoweb.be.
Artikel 17: de land- en tuinbouwers die volgens de geïntegreerde manier werken worden hier in diskrediet gebracht.
Art 21: deze reclame bevat potentieel gevaarlijke praktijken, of situaties waarbij veiligheid en gezondheid niet in acht worden genomen.
- de milieubepalingen van de ICC-Code:
Op deze advertentie worden pictogrammen gebruikt die al veranderd zijn sinds 2010 en producten met doodshoofd zijn niet toegelaten voor de particulier, en mogen dus niet meer in omloop zijn. Door o.a. de verkeerde gevarenpictogrammen te gebruiken, zal de consument denken dat alle gewasbeschermingsproducten schadelijk/dodelijk zijn voor mens en dier. Ten slotte kloppen de verpakkingsvolumes niet. Als het al producten voor particulieren zouden zijn, mogen die niet verkocht worden in zulke grote verpakkingen.
- de boodschap van de website (breng je oude bestrijdingsmiddelen naar het containerpark) is niet duidelijk in het campagnebeeld. Je moet heel de website lezen om deze boodschap te vinden.
- De Regels inzake milieureclame
- De Regels inzake humor in reclame
- De Regels inzake niet-commerciële reclame
- De Febiac-Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren
- De wegcode voor motoren rond de beschermkledij: De twee mensen zitten op een moto, zonder helm noch handschoenen. Eén persoon staat recht. Eén persoon heeft korte mouwen aan. De verkeersregels en veiligheidsregels worden hier niet gevolgd, wat tot onvoorzichtigheid kan aansporen.
- De wegcode voor motoren rond lading: Het is duidelijk dat de lading niet reglementair is vastgemaakt. Transport van dergelijk chemisch afval is enkel toegelaten door erkende transporteurs.
Tenslotte stelt de klager dat Bekende Vlamingen een voorbeeldfunctie hebben, omdat mensen hun vertrouwen in hen stellen. Het is niet gepast dat zij zulke onverantwoordelijke beelden ondersteunen.
De adverteerder deelt mee dat de Week van de Bij een jaarlijkse sensibiliseringscampagne is die aandacht vraagt voor de problematiek van onze bestuivers. Dit jaar roept de campagne op om geen pesticiden te gebruiken in de tuin. De campagne richt zich tot particulieren en meer bepaald tot de hobbytuinier.
Het jaarthema kreeg de slogan “Zonder gif, meer bestuivers”. Om niet te belerend te willen zijn, werd een fictief, ludiek en sympathiek beeld gecreëerd. Het is een komische, filmische en in scène gezette affiche geworden met Dominique Persoone en Britt van Marsenille, die al verschillende jaren de gezichten en peter en meter van de “Week van de Bij” zijn. Het beeld trekt de aandacht en ondersteunt de boodschap. Beeld en boodschap worden online tijdelijk versterkt met een heldere “call-to-action”: een oproep om restjes van oude bestrijdingsmiddelen naar het recyclagepark te brengen.
De achteruitgang van bestuivers is te wijten aan een mix van verschillende factoren die elkaar versterken. Welke studie je ook raadpleegt, pesticiden worden beschouwd als een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bestuivers. De varroamijt en de Aziatische hoornaar leiden vooral tot sterfte bij de honingbij.
Er is wel degelijk een duidelijke link tussen het gebruik van pesticiden en het verlies van biodiversiteit. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst de adverteerder naar het Europees Milieuagentschap en vijf wetenschappelijke studies, die deze conclusie eveneens onderschrijft. Verder haalt de adverteerder aan dat er nog andere neveneffecten zijn die invloed hebben op de menselijke gezondheid, onderbouwd met twee wetenschappelijke onderzoeken en inzichten van experten. Tenslotte verwijst de adverteerder ook naar een ophefmakende rechtszaak in Frankrijk, waarbij de link tussen pesticiden en het overlijden van een kind werd aangetoond.
Deze gezondheidsrisico’s staan dan ook op de radar van het Vlaamse departement Zorg.
Met betrekking tot het gebruik van het woord ‘gewasbescherming’ in de klacht is de adverteerder van mening dat het woord ‘pesticide’ de meest correcte en gangbare term is in de wetenschappelijke literatuur. De term ‘gewasbescherming’ is volgens hem misleidend en tracht de (hoge) toxiciteit en desastreuze negatieve impact van pesticiden te verbloemen.Daarnaast stelt de adverteerder dat de term ‘gif’ weldegelijk wetenschappelijk onderbouwd is, omdat pesticiden ontworpen zijn met als doel organismen te doden, een standpunt dat onderschreven wordt door het Nederlandse Rijksinstituut voor Milieu en Gezondheid.
Op de site Fytoweb, waar de klager naar verwijst, kan een lijst gedownload worden van de pesticidenformuleringen die verkocht worden (of werden) in België. In die tabel, die ook de ‘actieve stoffen’ van de pesticideformulering weergeeft, kunnen ook de gevarenpictogrammen en een deel van de toxische eigenschappen van deze producten worden teruggevonden (e.g. giftig, zeer giftig, kankerverwekkend, wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden, kan schade aan organen veroorzaken, kan dodelijk zijn… zijn enkele van de voorkomende eigenschappen). Producten aangeduid met de letters G/B zijn in België toegelaten voor particulier gebruik in de tuin. Door middel van de lijst wordt aangetoond dat er ook giftige stoffen zijn die gebruikt worden door de niet-professionele gebruiker.
Hij concludeert dat de slogan “Zonder gif meer bestuivers” wel wetenschappelijk gestaafd is.
De Febiac-Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren, de wegcode voor motoren rond de beschermkledij en de wegcode voor motoren rond lading zijn volgens de adverteerder niet van toepassing. Het campagnebeeld is duidelijk geen reclame voor een motorvoertuig, de personages begingen geen verkeersinbreuk want ze bevonden zich in een fotostudio, niet op de openbare weg.
Het gaat om een fictief beeld. Er werd een aantrekkelijk beeld gecreëerd dat sympathie oproept en enthousiasmeert. Het fantasiemotorvoertuig met bijenvacht bestaat niet en het campagnebeeld is een in scène gezette compositie. Volgens adverteerder lijkt het erg vergezocht te denken dat deze communicatie onverantwoordelijk gebruik of schadelijk gedrag zou aanmoedigen. Geen enkele burger zal na het zien van het campagnebeeld zijn moto in een bijenvacht hullen, een vliegeniersbril opzetten en tientallen pesticideproducten met spanbanden vervoeren.
Met betrekking toot te in de klacht aangehaalde punt dat landbouwers tot de doelgroep van de campagne zouden behoren, deelt de adverteerder mee dat dit allerminst het geval is: de affiche bevat de tagline 'Zet een punt achter pesticiden in je tuin'; onderaan valt op de affiche te lezen: 'Ontvang gifvrije tuintips'; de teksten op de website bevatten duidelijk verwijzingen naar particulieren; op de affiche staan de peter en meter van de Week van de Bij afgebeeld, twee gezichten die gekend zijn bij 'het grote publiek'. Er zijn op het beeld geen toestellen te zien die algemeen typerend zijn voor agrarisch gebruik, zoals metersbrede sproeiarmen, duizendlitertanks of sproeidrones.
De klager vindt dat het campagnebeeld pesticidegebruikers in een negatief daglicht wil stellen. De adverteerder ontkent dit en stelt dat het om een humoristisch beeld en sensibiliserende boodschap gaat, bedoeld om op een positieve manier aan te zetten tot nadenken over alternatieven.
Verder stelt de adverteerder dat de campagne niet tot doel heeft om een correct beeld van hedendaagse ‘gewasbescherming’ weer te geven en bewust oude, vervallen of zelfs verboden pesticideproducten (met oude pictogrammen, en sommige in volumes of recipiënten die niet langer toegestaan zijn) toont die worden weggevoerd. De affiche heeft dan ook geen call-to-action die oproept om oude pesticideproducten naar het recyclagepark te brengen, aangezien de adverteerder offline vooral de sensibiliserende slagzin ‘Zonder gif, meer bestuivers’ wil communiceren. Op de homepage van de website werkt de adverteerder wel met een tijdelijke call-to-action: daar valt in één oogopslag te lezen dat wordt opgeroepen om oude pesticideproducten in te leveren bij het recyclagepark.
De adverteerder wijst er tevens op dat het streven naar minder pesticidengebruik in tuinen niet alleen ondersteund wordt door alle partners van de campagne, maar minstens ook door een breed partnerschap dat de voorbij jaren samenwerkte binnen de Green Deal Natuurlijk tuinen.
Tenslotte wenst de adverteerder te onderstrepen dat het gebonden is aan het Europese Verdrag van Aarhus, gebaseerd op de aanname dat een groter publiek bewustzijn over en betrokkenheid bij milieuaangelegenheden de milieubescherming zullen verbeteren. Hij is van oordeel met deze sensibiliseringscampagne te handelen in overeenstemming met de bepalingen van dat verdrag.
Hij verwijst ook naar het Vlaams Actieplan Wilde Bestuivers, waarin gesteld wordt dat het Departement Omgeving en de VMM gericht zullen sensibiliseren in functie van het afbouwen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in tuinen.
De Jury heeft kennisgenomen van de klacht en van de geviseerde affiche die op de website van de campagne “Week van de Bij” beschikbaar is met bijbehorende tekst.
De slogan van de betrokken campagne luidt: “Zonder gif, meer bestuivers. Zet een punt achter pesticiden in je tuin.” en in de tekst op de campagne webpagina leest men onder meer: “Chemische bestrijdingsmiddelen schaden nuttige bestuivers (…)”, “Door geen pesticiden te gebruiken en je tuin natuurlijk in te richten, help je insecten en andere dieren.” en “lever je oude pesticideproducten in bij het recyclagepark”.
De Jury noteert dat de klacht afkomstig is van een vereniging van de industrie van plantenbescherming waarvan de leden gewasbeschermingsmiddelen produceren.
In dat opzicht begrijpt ze dat het door de campagne aangehaalde algemene thema gevoelig is voor deze beroepsfederatie en haar leden.
Echter is zij van mening dat de adverteerder (het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid) zich met deze campagne duidelijk naar het brede publiek richt. De affiche bevat de teksten “Zet een punt achter pesticiden in je tuin” en “Ontvang gifvrije tuintips”, en de teksten op de website bevatten ook duidelijk verwijzingen naar particuliere tuinbezitters. Op het beeld zijn geen elementen te zien die algemeen typerend zijn voor landbouwers, wel oude pesticideproducten die helemaal niet stroken met de realiteit.
Met betrekking tot het doelpubliek van de campagne en de opdracht van de adverteerder, noteert de Jury ook op basis van zijn antwoord dat deze handelt conform verschillende partnerschappen en binnen het kader van een Europees verdrag en een Vlaams actieplan.
De Jury is dus van oordeel dat de campagne niet gericht is tegen de land- en tuinbouwsector, deze niet in een negatief daglicht stelt en evenmin de gewasbescherming in het algemeen in diskrediet brengt.
Naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder met verwijzingen naar tal van studies en wetenschappelijke literatuur, neemt de Jury ook nota van enerzijds het feit dat de termen ‘pesticiden’ en ‘gif’ in deze context correct en courant gebruikt worden, en anderzijds dat de link tussen het gebruik van pesticiden en het verlies aan biodiversiteit – en dus aan bestuivers – wetenschappelijk gestaafd is.
Rekening houdend met wat voorafgaat oordeelt de Jury dat de betrokken reclame geen misleidende informatie bevat en evenmin vermeldingen die als verboden milieuclaims beschouwd zouden kunnen worden.
Bovendien is de Jury van mening dat er hier duidelijk sprake is van een niet-commerciële sensibiliseringscampagne die aandacht vraagt voor de problematiek van de bestuivers en met name consumenten aanmoedigt om geen pesticiden meer te gebruiken en oude pesticideproducten bij het recyclagepark in te leveren.
De Jury stelt vast dat de afbeelding die de adverteerder daartoe gebruikt verschillende elementen bevat waardoor deze volgens haar duidelijk onrealistisch overkomt: fantasiemotorvoertuig met bijenvacht en -ogen, vliegeniersbril, hoop oude pesticideproducten vastgemaakt met spanbanden, fictieve enscenering op een landweg tussen de bloemen met vlinders en bijen. Zij is van mening dat deze afbeelding zich beperkt tot het ludiek illustreren van de oproep om oude pesticideproducten terug te brengen.
Op basis van haar Regels inzake niet-commerciële reclame oordeelt de Jury dat de gebruikte visuele en tekstuele elementen van de affiche een rechtstreeks verband vertonen en in verhouding zijn met de boodschap en het nagestreefde doel van de campagne en dat deze elementen niet van aard zijn om het publiek te misleiden en evenmin getuigen van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder.
Het feit dat de twee afgebeelde personen geen helm noch handschoenen dragen, dat één persoon recht staat en de andere korte mouwen draagt en dat de lading mogelijk niet reglementair is vastgemaakt doet hier geen afbreuk aan volgens de Jury. Zij is van mening dat de visual door de gemiddelde consument niet geïnterpreteerd zal worden als een realistische rit in het verkeer die aan alle verkeersregels moet voldoen.
De Jury is derhalve van oordeel dat de betrokken affiche niet van aard is om aan te zetten tot onwettig gedrag of om verkeers- en veiligheidsregels te banaliseren.
Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.
De klager heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Jury in eerste aanleg.
De beslissing in eerste aanleg legt veel focus op de omkadering maar niet op de kern van de vraag, met name het campagnebeeld op zich en met het feit dat men van een Vlaamse overheid mag verwachten dat ze correct communiceert.
Dit campagnebeeld zou tien jaar geleden misschien minder aanstoot gegeven hebben (toen er nog grote verpakkingen aan de particulier verkocht mochten worden), maar in de huidige stand van zaken en regelgeving in de sector van gewasbescherming geeft dit beeld aan het grote publiek een totaal foute weergave van de huidige situatie. Het campagnebeeld richt zich naar het brede publiek en het is het zeer aannemelijk dat dit beeld voor een aanzienlijk deel van het publiek de oneigenlijke perceptie van cowboypraktijken bestendigt.
Door het gebruik van een zgn. “humoristisch” beeld miskent de overheid de inspanningen die de sector al 30 jaar levert om alles correct te laten verlopen. “Humoristisch bedoeld” mag niet als pretext gebruikt worden om foute info voor te stellen.
De klager haalt hierbij volgende argumenten aan en verwijst naar de vermelding van deze argumenten in zijn oorspronkelijke klacht:
- Objectief belang sectorvereniging: De klacht is niet ingegeven door gevoeligheden, maar door concrete, foutieve beeldvorming over de sector door een overheidsinstantie, wat de objectieve betrokkenheid van de klager benadrukt
- Verouderde voorstelling in brede campagne: De Vlaamse overheid richt zich met deze campagne tot het brede publiek, maar houdt onvoldoende rekening met de actuele context en evoluties binnen de sector.
- Visuele misrepresentatie van de sector: De campagne toont verouderde beelden van pesticideproducten die niet stroken met de wetgeving of huidige praktijk, wat misleidend is voor het publiek.
- Misleidende en oneerlijke informatie: De reclame bevat wél misleidende elementen en oneerlijke niet-waarheidsgetrouwe presentaties.
- Niet slechts een ludieke illustratie: De afbeelding gaat verder dan een ludieke oproep en miskent de vele inspanningen van de sector.
- Schending maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder: er worden duidelijk inspanningen gedaan op federaal vlak om het publiek correct in te lichten. De Vlaamse overheid werkt dit tegen door een ondoordacht beeld als dit van de Week van de Bij 2025, te gebruiken. (klager verwijst hierbij naar art 6 van KB betreffende het federaal reductieplan van gewasbeschermingsmiddelen, met inbegrip van hun gebruik in het kader van duurzame ontwikkeling dat spreekt over de opname van maatregelen ter informatie en correcte voorlichting van het brede publiek in het Federaal Reductieplan).
- Dubbele standaard in wetgevingstoepassing: De overheid tolereert in haar eigen campagne beeldgebruik dat niet wettelijk conform is, terwijl de sector op gelijkaardige fouten streng wordt aangesproken.
Volgens de adverteerder draagt de klager geen nieuwe elementen aan in het verzoekschrift tot instellen van hoger beroep. De adverteerder blijft dan ook houden aan zijn verweer zoals ingediend in eerste aanleg, aangevuld met hiernavolgende twee elementen:
- De klager stelt dat het campagnebeeld een verkeerde perceptie van "cowboypraktijken" in stand houdt, maar dit wordt weerlegd met een publieksonderzoek via Mindspeller. Uit dat onderzoek, gebaseerd op een representatief panel en wetenschappelijke methodologie, blijkt dat het beeld vooral positieve associaties oproept rond ‘natuur’, ‘bijen’ en ‘bloemen’, en niet als een sterke antipesticidenboodschap wordt ervaren.
- Pleidooi voor verbeeldingskracht in Vlaamse beeldcultuur:
De campagne "Week van de Bij" maakte bewust gebruik van humor en verbeelding als communicatiestijl, omdat die effectiever zijn in het stimuleren van gedragsverandering dan belerende boodschappen (het klassieke “wijzende vingertje”) Het beeld is duidelijke karikaturaal en fantasierijk, met stilistische verwijzingen naar o.a. Aziatische straatcultuur, het Burning Man-festival en surrealistische filmbeelden. De scène is duidelijk fictief en gelaagd, bedoeld om te verrassen en tot empathie aan te zetten, niet als een realistisch voorbeeld van gedrag.
Wat de ontvankelijkheid van het verzoek tot hoger beroep betreft, heeft de Jury vooreerst vastgesteld dat:
- het hoger beroep tijdig ingesteld werd binnen de 5 werkdagen na de datum van verzending van de beslissing van de Jury in eerste aanleg;
- de waarborg gestort werd;
- het verzoekschrift een duidelijke motivering van de redenen voor het instellen van hoger beroep bevat.
Gelet hierop, heeft de Jury in hoger beroep het verzoekschrift ontvankelijk verklaard.
De Jury in hoger beroep heeft kennisgenomen van de inhoud van de betreffende reclame en van alle elementen en standpunten die terzake meegedeeld werden in dit dossier.
De Jury oordeelt dat de reclame, met betrekking tot dewelke de Jury in eerste aanleg gemeend heeft geen opmerkingen te moeten formuleren op basis van de ingediende klacht, zich richt tot particulieren en meer bepaald tot de particuliere tuinbezitter en de hobbytuinier, wat volgens de Jury zowel blijkt uit de gebruikte afbeelding, de tekst van de affiche als uit de bijhorende teksten op de website.
De reclame betreft volgens de Jury een niet-commerciële sensibiliseringscampagne die op een positieve manier en met het gebruik van een ludiek campagnebeeld het grote publiek probeert aan te moedigen tot ander gedrag. Zij heeft naar dat publiek toe een pedagogisch doel en doet hiervoor een beroep op humor en verbeelding.
De Jury meent inderdaad dat het gebruikte campagnebeeld – waaronder de afbeelding van oude producten die niet langer in de handel zijn of worden weergegeven met volumes of pictogrammen die niet stroken met de huidige normen – duidelijk een humoristische insteek heeft.
Op basis van haar Regels inzake niet-commerciële reclame is de Jury van mening dat de gebruikte visuele en tekstuele elementen van de affiche een rechtstreeks verband vertonen en in verhouding zijn met de boodschap en het nagestreefde doel van de campagne.
De Jury is derhalve van oordeel dat de campagne niet gericht is tegen de land- en tuinbouwsector, deze niet in een negatief daglicht stelt en evenmin de gewasbescherming in het algemeen in diskrediet brengt.
In dit opzicht stelt de Jury op basis van de toelichting van de adverteerder bovendien vast dat het campagnebeeld van Week van de Bij 2025, volgens een associatieonderzoek uitgevoerd door Mindspeller op 11 mei 2025 niet wordt ervaren als een uitgesproken anti-pesticidenboodschap, maar bij de ondervraagden hoofdzakelijk positieve associaties oproept met thema’s als ‘natuur’, ‘bijen’ en ‘bloemen’.
Ingevolge de vele verwijzingen naar wetenschappelijke studies en literatuur die de adverteerder in zijn antwoord heeft opgenomen, oordeelt de Jury dat er voldoende wetenschappelijk bewijs bestaat om pesticiden – door de klager aangeduid als “gewasbeschermingsmiddelen” – die per definitie worden ingezet om ongewenste organismen zoals schimmels, insecten en knaagdieren te bestrijden of te beheersen - als “gif” of “giftig” te beschouwen.
De Jury acht bovendien dat het wetenschappelijk verband tussen het gebruik van pesticiden en het verlies aan biodiversiteit – waaronder het verdwijnen van wilde bestuivers – voldoende is aangetoond en dat er ruime wetenschappelijke consensus bestaat over de noodzaak om het gebruik van pesticiden terug te dringen, gelet op de potentiële schadelijke effecten voor mens en milieu.
Op grond van bovenstaande meent de Jury dat de betrokken reclame geen oneerlijke of misleidende informatie bevat, noch gebruik maakt van niet-onderbouwde wetenschappelijke stellingen, die als verboden milieuclaims beschouwd zouden kunnen worden.
De Jury stelt vast dat de afbeelding verschillende elementen bevat die haar een duidelijk onrealistisch en fictief karakter geven: een fantasievoertuig bekleed met bijenvacht, een bestuurder en passagier met vliegeniersbril, een stapel oude pesticideproducten vastgemaakt met spanbanden, een in scène gezette omgeving op een landelijke weg omringd door bloemen, vlinders en bijen, … Volgens de Jury betreft het hier een fantasierijke en ludieke compositie die bedoeld is om de campagneboodschap op speelse wijze te illustreren. Zij is geenszins bedoeld om reclame te maken voor een motorrijtuig. De Febiaccode inzake reclame voor motorrijtuigen is dan ook niet van toepassing op deze reclame.
Uit de context blijkt daarenboven duidelijk dat het motorrijtuig zich niet in een realistische verkeerssituatie op de openbare weg bevindt, waardoor de bepalingen van de wegcode – noch met betrekking tot beschermende kledij, noch inzake het vervoer van lading of andere algemene voorschriften – niet van toepassing zijn, aldus de Jury. De Jury is bijgevolg van oordeel dat de reclame geen visuele voorstelling of beschrijving bevat van potentieel gevaarlijke handelingen of situaties waarin de veiligheid wordt genegeerd.
Gezien het duidelijk fictieve karakter van het campagnebeeld, waardoor de gemiddelde consument de afgebeelde scène niet zal interpreteren als een denkbare realistische rit in het verkeer die aan alle verkeersregels moet voldoen, acht de Jury het bovendien hoogst onwaarschijnlijk dat deze uiting onverantwoord gebruik of schadelijk gedrag zou aanmoedigen.
Gelet op wat voorafgaat, verklaart de Jury het hoger beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de Jury in eerste aanleg.
De beslissing van de Jury in hoger beroep is definitief.
Barastraat 175, 1070, Brussel, Belgie.
E-mail: info@jep.be
Tel: +32 2 502 70 70