LEVI STRAUSS – 07/07/2022

Beschrijving van de reclame

De klager verwees naar een pagina op de website van de adverteerder waar men onder de kop « The Real Price of Fashion », onder meer het volgende kan lezen:

“We’re not saying that brands should stop producing or that you should stop buying clothes. We’re saying that brands have a responsibility to put more thought into how and what they produce, just as consumers have a responsibility to put more thought into how and what they purchase.
We make clothing; our footprint will never be zero. But this reality won’t stop us from striving to do as little harm as possible. As a company with a global supply chain, we’re accountable to the people who wear and love our clothes, the workers who make the garments, the communities in which they are assembled and the resources of this planet that we all share. It’s in this spirit that we commit to constant progress and self-assessment to ensure we're delivering quality products that people love, while leaving as little harm in our wake as possible.
(…)
Cotton
While we don’t grow cotton ourselves, we’re heavily invested in how it impacts the places where it’s planted and communities it supports.
(…)
Work in Progress
Every step of our process matters, and our production methods are no exception. We harness data and innovation to continuously transform every aspect of our manufacturing process.
- Labor standards: Our Terms of Engagement ensure that all the factories we work with meet ethical labor standards.
- Worker Well-being: We partner with suppliers and local organizations to create programs focused on financial empowerment, health, equality and acceptance. Before implementing any of these programs, LS&Co.’s suppliers survey factory workers to hear their needs first-hand. Once identified, LS&Co. and its suppliers partner with local and national non-profits and NGOs to implement programs to meet the needs of workers.”

Motivering van de klacht(en)

De klaagster, een vereniging, verwijst naar de inhoud van de website van de adverteerder met betrekking tot zijn "duurzaamheids"-praktijken, in het bijzonder die met betrekking tot arbeidsomstandigheden. Meer specifiek verwijst de pagina "The Real Price of Fashion" naar de schadelijke impact van de mode-industrie op de planeet, zoals waterverbruik en stortplaatsen, en vermeldt zelfs dat de adverteerder streeft naar goede arbeidsomstandigheden, wat volgens haar de indruk wekt bi de lezer dat hij ethisch is en geeft om mensen en de planeet via zijn bedrijfsmodel.
In maart 2020 werd het rapport "Uyghurs for Sale" van het Australian Strategic Policy Institute gepubliceerd. Daarin werden 83 modemerken genoemd die katoen en dwangarbeid gebruiken uit de Chinese regio Xinjiang, waar Oeigoeren worden opgesloten in concentratiekampen, wat Amnesty International een "culturele genocide" heeft genoemd. In deze kampen worden ze gedwongen om kleding te maken voor de mode-industrie, wat heeft geleid tot het ontstaan van internationale campagnes zoals de Coalition to End Forced Labour in the Uyghur Region (de Coalitie om een einde te stellen aan dwangarbeid in de Oeigoerse regio). Sinds deze oproep in 2020 hebben veel merken en winkeliers stappen ondernomen om hun banden met Oeigoers katoen en arbeid te verbreken en de adverteerder heeft ruim de gelegenheid gehad om dat ook te doen. Volgens de website van de coalitie heeft het bedrijf echter nog geen gehoor gegeven aan de oproep tot actie van de coalitie, in tegenstelling tot andere merken. Volgens haar is dit in directe tegenspraak met wat de adverteerder op zijn duurzaamheidspagina zegt over katoen in het bijzonder (bijvoorbeeld: "While we don’t grow cotton ourselves, we’re heavily invested in how it impacts the places where it’s planted and communities it supports."). Gezien de publieke boycotcampagne tegen merken die op de lijst van de coalitie staan al bijna twee jaar duurt, en de adverteerder zich hierover niet heeft uitgesproken, lijkt het de klaagster dat het bedrijf niet zo betrokken is bij de impact van het door hem gebruikte katoen op het tot slaaf gemaakte Oeigoerse volk. Bovendien is zijn welzijnsproject voor arbeiders vermeld op zijn duurzaamheidswebpagina even misleidend omdat daarin wordt beweerd dat het bedrijf geeft om de behoeften van arbeiders en deze aanpakt.
De klaagster concludeert dat de webpagina de lezer misleidt door te suggereren dat de adverteerder zich inzet voor het verbeteren van arbeidsomstandigheden en zorg draagt voor de gemeenschappen waaruit de arbeiders en het katoen afkomstig zijn. Dit zou volgens haar niet verder van de waarheid kunnen zijn, aangezien de adverteerder nog steeds wordt genoemd als een van de merken die niet hebben toegezegd te stoppen met het gebruik van Oeigoerse dwangarbeid en katoen.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder heeft meegedeeld dat zijn Amerikaanse moederonderneming, die de volledige eigenaar is van en zeggenschap heeft over de Belgische dochteronderneming, zich inzet voor de mensenrechten en de arbeidswetgeving overal waar zij actief is.
Hij koopt geen producten uit de regio Xinjiang en heeft geen commerciële betrekkingen met textielfabrieken in Xinjiang.
Hij betrekt geen producten van de fabrieken die in het rapport van het Australian Strategic Policy Institute worden genoemd.
Meer bepaald en in tegenstelling tot wat er wordt vermeld in een voetnoot in dat rapport, koopt hij niet in bij de Shandong Zoucheng Guosheng fabriek, en het kocht ook niet in bij die fabriek (of een van de andere fabrieken die in het rapport worden genoemd) op het moment dat het rapport meer dan twee jaar geleden, in maart 2020, werd gepubliceerd.
Daarnaast heeft hij ten aanzien van zijn leveranciers over de hele wereld duidelijk gesteld dat het geen materialen, waaronder katoen, kan aanvaarden die het product zijn van dwangarbeid of worden beheerd door entiteiten die betrokken zijn bij dwangarbeid, in overeenstemming met de onlangs aangenomen Uyghur Forced Labour Prevention Act in de Verenigde Staten ("UFLPA"). De UFLPA codificeert de centrale elementen van de oproep van de Coalitie van juli 2020 tot actie om een einde te maken aan dwangarbeid in de Oeigoerse regio, waarnaar in de klacht wordt verwezen.
Hij is daarom van mening dat de klacht ongegrond is.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de klacht die verwijst naar een pagina op de website van de adverteerder en in het bijzonder naar de volgende tekst:
“As a company with a global supply chain, we’re accountable to the people who wear and love our clothes, the workers who make the garments, the communities in which they are assembled and the resources of this planet that we all share. It’s in this spirit that we commit to constant progress and self-assessment to ensure we're delivering quality products that people love, while leaving as little harm in our wake as possible.” en "While we don’t grow cotton ourselves, we’re heavily invested in how it impacts the places where it’s planted and communities it supports” alsook naar de vermelding over het "Worker Well-being" onder de titel "Work in Progress".
Zij merkt op dat de klacht voornamelijk gebaseerd is op het rapport 2020 van het Australian Strategic Policy Institute evenals op de website van de Coalition to End Forced Labour in the Uighur Region (die sindsdien is aangepast om rekening te houden met de hieronder genoemde Amerikaanse wet) en op het feit dat de adverteerder werd genoemd als een van de bedrijven die nog niet alle maatregelen hadden genomen die in de oproep van de Coalition tot actie worden beschreven.

Vervolgens benadrukt zij vooreerst dat ze zich beperkt tot het onderzoeken van de inhoud van de reclame, zonder zich te buigen over de feitelijke kwestie van dwangarbeid in de textielindustrie of het toezicht op de maatregelen die al dan niet werden genomen om een einde te maken aan dwangarbeid in de Oeigoerse regio, wat niet onder haar bevoegdheid valt.

Ingevolge het antwoord van de adverteerder heeft de Jury nota genomen van de verstrekte informatie en verduidelijkingen, namelijk dat deze:
- geen producten koopt uit de regio Xinjiang ;
- geen producten afneemt van de fabrieken die in het rapport van het Australian Strategic Policy Institute worden genoemd;
- diens leveranciers over de hele wereld duidelijk heeft laten weten geen materiaal te kunnen aanvaarden dat geproduceerd is met dwangarbeid of dat wordt beheerd door entiteiten die betrokken zijn bij dwangarbeid;
- voldoet aan de onlangs aangenomen Uyghur Forced Labor Prevention Act (UFLPA), die de kernelementen van de oproep van de Coalitie tot actie codificeert om een einde te maken aan dwangarbeid in de Oeigoerse regio van juli 2020.

Op basis van de informatie waarover de Jury in deze zaak beschikt, kan zij niet afleiden dat de betrokken mededelingen op voornoemde webpagina van de adverteerder misleidend zouden zijn louter omdat de adverteerder op een site van een derde staat vermeld.

De Jury heeft de klacht derhalve ongegrond verklaard.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.

Adverteerder: LEVI STRAUSS
Product/Dienst: Jeans
Media: Internet
Categorie: Textiel/kleding
Type beslissing: Geen opmerkingen
Datum afsluiting:  07/07/2022