De affiche toont een vrouw in een zomerjurk met een split aan de zijkant en een blote schouder. De benen van de vrouw zijn zichtbaar tot aan het kruis, waar ze haar linkerhand voor houdt.
De klaagster is van mening dat wat op de affiche wordt gesuggereerd op verschillende niveaus storend is:
- het kledingstuk suggereert dat de kwaliteit ervan ligt in het feit dat het een vrouw maximaal uitkleedt om haar anatomie bloot te leggen, wat volgens haar weinig te maken heeft met de karakteristiek van de jurk en de vraag oproept of er een kledingstuk of een persoon wordt verkocht;
- de lome en suggestieve houding van seksuele uitnodiging is duidelijk te zien en lijkt haar ongepast op een plaats waar veel scholieren en studenten op de bus wachten;
- de totaal ontgoochelde uitdrukking van het model is ongemakkelijk voor iedereen die een lachend, blij gezicht verwacht van een advertentie; hier krijgen we echter een beeld van een niet-Europees, vluchteling of verbannen persoon, die slecht in haar vel zit, naakt en in een houding die doet denken aan degenen die op klanten wachten aan de kant van een stoep en wiens pooier niet ver weg is.
Ze zou graag zien dat de lokale autoriteiten nadenken over de passieve bedwelming van het publiek door beelden waar niet om gevraagd wordt, maar waarvan de afzender denkt dat ze niet gebruikt zullen worden voor het product dat te koop wordt aangeboden, maar herinnerd zullen worden vanwege hun reductieve connotaties van de “vrouw als object”, duidelijk verdrietig en gedesillusioneerd.
/
De Jury heeft kennisgenomen van de reclame en de klacht die hierop betrekking heeft.
Zij heeft vooreerst benadrukt dat de afbeelding van de vrouw op de affiche rechtstreeks verband houdt met het gepromote product, een zomerjurk.
Rekening houdend met de huidige maatschappelijke context en algemeen aanvaarde fatsoensnormen, is de Jury van oordeel dat de afbeelding niet choquerend of onfatsoenlijk is en de vrouw niet wordt voorgesteld als een seksueel object.
Volgens de Jury getuigt de reclame evenmin van een gebrek aan respect voor de waardigheid van vrouwen en is deze niet van aard om opgevat te worden als denigrerend voor vrouwen of voor bepaalde vrouwen in het bijzonder.
Zij is derhalve van oordeel dat de betrokken reclame niet in strijd is met de JEP-regels inzake de afbeelding van de mens, en evenmin getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder.
Zij is ook van oordeel dat de affiche niet vaan aard is mentale of morele schade aan kinderen te berokkenen.
Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.
Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.
Barastraat 175, 1070, Brussel, Belgie.
E-mail: info@jep.be
Tel: +32 2 502 70 70