In de Franstalige spot komt een vrouw thuis en zegt “Coucou papa, ça a été avec les enfants ?” terwijl ze speelgoed opraapt in de gang. De opa staat voor haar met een grote glimlach op zijn gezicht en zegt niets. Ze ziet de rommel in de woonkamer, het speelgoed op de grond, de hond die iets van de bank aflikt, de stoelen en een lamp die omver zijn gegooid, enzovoort. Na een luide klap zien we een van de kinderen, met een krat op zijn hoofd, schreeuwend tegen een plank rennen voordat hij valt. Een ander kind, verstopt in een fauteuil, staat op en roept “Surprise!” en gebruikt een soort blaaspijp om spaghetti naar het hoofd van de opa te gooien, die blijft lachen en niets zegt.
Voice-over en tekst op het scherm: “Un sourire, c’est toujours une bonne réponse. Alors l’assurer, c’est toujours une bonne idée. Dentalia Up. »
De vrouw glimlacht terwijl ze naar haar vader kijkt, en achter haar zien we een kind aan een kapstok hangen.
De klager is woedend over de reclame, die volgens hem ongepaste boodschappen bevat over het gedrag van kinderen en, nog belangrijker, over het onvermogen van de grootvader om hen een kader te bieden. Volgens hem is dit een geval van totaal gebrek aan respect voor het doel van het verkopen van verzekeringen en een escalatie van middelmatigheid. Hij is van mening dat deze situatie schadelijk is voor de kinderen, ouders en grootouders die kijken.
De adverteerder deelt mee dat dit een reclamecampagne is voor tandverzekeringen die verder gaat dan de perfecte glimlach die kenmerkend is voor traditionele tandverzekeringscampagnes. Het idee is om aan te tonen dat glimlachen ook een menselijk mechanisme is om spanning weg te nemen, ongemak te verlichten of sympathie op te wekken, zelfs als de situatie gênant of ongemakkelijk is.
Hij voegt eraan toe dat het in de tv-spot in kwestie helemaal niet de bedoeling was om te laten zien dat de grootvader niet voor zijn kleinkinderen kon zorgen. Zijn bedoeling voor de scène in kwestie was om al het plezier weer te geven dat grootouders en hun kleinkinderen samen kunnen hebben. Het zijn momenten van geluk en vrijheid.
Volgens hem laat de tv-spot duidelijk alle vreugde zien die ze samen hadden en als de moeder aankomt en aan de grootvader vraagt of alles goed is gegaan, antwoordt hij met een glimlach. Een glimlach die zegt: “Ja, alles is goed gegaan, ondanks de schijn”. Zijn dochter glimlacht terug en heeft alle begrip omdat ze al soortgelijke momenten heeft meegemaakt. Uiteindelijk is het belangrijkste dat ze het allemaal naar hun zin hebben gehad.
Het was geenszins de bedoeling om met de vinger naar grootvaders te wijzen, maar gewoon om een vleugje humor aan de boodschap toe te voegen. De campagne is in feite een geheel en op andere kanalen brengt deze de boodschap over met andere voorbeelden van situaties waarin een glimlach de beste reactie kan zijn (je komt verkleed als parkiet aan op een pruikenfeest, je neemt afscheid van je collega en vertrekt dan in dezelfde richting, je kijkt tv met je ouders, een ondeugende scène gaat lang door, enz.).
De Jury heeft kennisgenomen van de klacht en de betrokken TV-spot die, om de slogan “Un sourire, c’est toujours une bonne réponse.” te illustreren, een grootvader laat zien die tijd heeft doorgebracht met zijn kleinkinderen en die gewoon glimlacht als zijn dochter de rommel ziet en hem vraagt hoe het geweest is.
De Jury merkte vooreerst de warme sfeer op die van de reclame uitgaat, evenals de verbondenheid tussen de kleinkinderen en hun grootvader en tussen deze laatste en zijn dochter. Ze merkte ook de hyperbool van de reclame op in de omzetting van het idee dat kleinkinderen zich vaak iets meer kunnen veroorloven bij hun grootouders dan bij hun ouders.
Zij is vervolgens van mening dat deze spot op een humoristische manier gemaakt is met duidelijk overdreven scènes en deze dus figuurlijk zal begrepen worden door de gemiddelde consument en niet als een te volgen voorbeeld.
Volgens haar kan de spot geenszins worden opgevat als een aansporing tot ongepast of respectloos gedrag.
In deze context is de Jury van oordeel dat de spot in kwestie niet van aard is om een persoon of categorie van personen, namelijk grootouders, te denigreren of belachelijk te maken, noch om hun autoriteit in diskrediet te brengen.
Zij is ook van mening dat de reclame niet van aard is om kinderen aan te moedigen deel te nemen aan een potentieel gevaarlijke activiteit of een potentieel gevaarlijk gedrag aan te nemen en dat de reclame geen elementen bevat die mentaal, moreel of fysiek schade aan kinderen kunnen toebrengen.
De Jury is derhalve van oordeel dat de betrokken reclame niet getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten.
Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.
Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.
Barastraat 175, 1070, Brussel, Belgie.
E-mail: info@jep.be
Tel: +32 2 502 70 70
💡 Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks sectornieuws, inzichten en JEP-cases die de grenzen scherpstellen.