De radiospot gaat als volgt:
Voice-over vrouw: “Nu bij Proximus, Black Friday met een OPPO Reno6 Pro voor 9€ en een tweede smartphone cadeau.”
Man: “9€ voor twee smartphones, dat had je niet zien aankomen he? Maar da’s niet erg want nu dat ge er twee hebt kunt ge gewoon altijd met uzelf bellen:
‘Hallo’
‘Hallo’
‘Hoe is’t?’
‘Goed jong, maar ik gaan u wel moeten laten. Ik heb een tweede lijn.’”
Voice-over vrouw: “Nu een OPPO Reno6 Pro voor 9€ bij een mobiel abonnement en een tweede smartphone cadeau. Info en voorwaarden op proximus.be.”
Onder de titel "Black Friday" toont de affiche een OPPO Reno6 Pro met de prijs "€ 799,99" doorgestreept en in grote letters "€ 9" en een OPPO A45s met de vermelding "+ Gift". Ze bevat onder meer ook de vermelding "Gerecyclede mobiele telefoon, planeet gerespecteerd!" en verwijzingen naar de website van de adverteerder.
Volgens de klager zet deze reclame consumenten er duidelijk toe aan om onredelijk te consumeren, terwijl een zekere digitale soberheid zou moeten worden bepleit. In een tijd waarin, om voor de hand liggende ecologische redenen, de nadruk ligt op het tegengaan van overmatige consumptie, is het niet verantwoord om mensen aan te moedigen twee smartphones te kopen voor de prijs van één.
Hij voegde eraan toe dat dit op zich al een probleem is, maar dat het nog wordt verergerd door het feit dat de adverteerder de laatste tijd zeer intensief communiceert over zijn inzet voor duurzame ontwikkeling (en in het bijzonder de circulaire economie).
De adverteerder deelde mee dat het legitiem is voor een onderneming als de zijne om deel te nemen aan Black Friday, zoals alle Belgische spelers op de markt van telecommunicatieproducten en -diensten.
In deze context is het specifieke aanbod waarop de advertentie is gericht, een tijdelijk en kortstondig aanbod.
Hij tracht zijn klanten tevreden te stellen met verschillende en innoverende aanbiedingen. Het principe om een "geschenk" aan te bieden bij de aankoop van een mobiel toestel is reeds ingeburgerd in de commerciële praktijk van telecomoperatoren en smartphonefabrikanten.
Wat het betwiste aanbod betreft, is het geschenk dat de klant wordt aangeboden bij de aankoop van een Oppo-smartphone in combinatie met een abonnement, inderdaad een tweede mobiel toestel van hetzelfde merk en van een lagere waarde. Er moet op gewezen worden dat het geschenk niet automatisch wordt toegekend. Consumenten moeten naar de Oppo-partnerwebsite gaan en het cadeau aanvragen met een aankoopbewijs.
De adverteerder heeft verduidelijkt dat het doel van deze aanbieding natuurlijk niet is om consumenten aan te moedigen twee toestellen te bezitten en te gebruiken voor persoonlijk gebruik, hoewel dit natuurlijk niet kan worden uitgesloten. Consumenten die door dit aanbod worden aangetrokken, zullen naar zijn mening eerder geneigd zijn om een familielid of iemand in hun omgeving het voordeel van dit tweede toestel te geven en zo een onnodige uitgave of een uitgave die zij zich niet kunnen veroorloven, te vermijden.
Bovendien is het legitiem en in overeenstemming met het beginsel van de commerciële vrijheid om mobiele toestellen van alle categorieën en prijzen te koop aan te bieden, teneinde tegemoet te komen aan klanten die performante producten willen kopen die aan hun behoeften voldoen. Het feit dat hij een tweede toestel als geschenk aanbiedt, in plaats van andere geschenken zoals een geconnecteerde horloge of een hoofdtelefoon, lijkt hem dus niet te duiden op de wens om consumptie aan te moedigen en lijkt evenmin onverenigbaar met het eco-verantwoordelijke beleid dat hij ontwikkelt.
Hij biedt milieuverantwoorde alternatieve oplossingen, zoals de mogelijkheid om tegen lagere kost gereviseerde toestellen te kopen of smartphones aan te bieden van het Fairphone-assortiment, die duurzamer en milieuvriendelijker zijn. In dezelfde geest heeft hij de campagne "Don't miss the call" ontwikkeld, waarmee iedereen zijn oude telefoon kan inleveren bij inzamelpunten om de materialen die erin zitten te recyclen.
Volgens de adverteerder is de betrokken reclame, gelet op het voorgaande, niet van dien aard dat zij aanzet tot "onredelijke consumptie" en maakt zij geen inbreuk op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen.
De Jury heeft vastgesteld dat de betrokken reclames, verspreid via radio en affichage, een aanbieding van de adverteerder voor Black Friday promoten, die met name bestaat uit het aanbieden van een tweede OPPO-smartphone bij aankoop van een OPPO Reno6 Pro voor 9 euro.
Zij heeft eveneens kennisgenomen van de klacht volgens dewelke deze reclame consumenten zou aanzetten tot onredelijke consumptie, terwijl om ecologische redenen een zekere mate van digitale soberheid moet worden bepleit.
Naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder merkte de Jury onder andere op dat hij het legitiem acht dat een onderneming als de zijne deelneemt aan Black Friday met een specifieke tijdelijke en kortstondige aanbieding, waarvan het principe al wijdverbreid is.
In het bijzonder heeft de Jury de reclame onderzocht in het licht van artikel 22 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC-Code), dat bepaalt dat commerciële communicatie niet de indruk mag geven dat ze bepaalde handelingen goedkeurt of aanmoedigt die ingaan tegen de wet, zelfregulerende codes of algemeen aanvaarde normen van milieuverantwoordelijk gedrag.
De Jury is van mening dat de betrokken reclames zich beperken tot het uitnodigen van consumenten om gebruik te maken van een tijdelijke aanbieding en de twee smartphones aan te schaffen, waarvan er één bestemd zou kunnen zijn voor een andere persoon. Het feit dat consumenten uiteindelijk twee eigen telefoons hebben wordt bespot in de radioreclame, waarin de man zichzelf belt.
Volgens de Jury wekt de reclames in kwestie dus niet de indruk dat ze milieu onverantwoordelijk gedrag goedkeurt of aanmoedigt.
Zij is ook van mening dat de deelname van de adverteerder aan Black Friday via deze aanbieding niet onverenigbaar is met en hem in principe niet belet om te kunnen communiceren over zijn inspanningen om het milieu te respecteren.
De Jury is derhalve van oordeel dat de betreffende reclames niet in strijd zijn met voornoemde bepaling van de ICC-Code en evenmin getuigen van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op dit punt.
Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op dit punt.
Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.
Barastraat 175, 1070, Brussel, Belgie.
E-mail: info@jep.be
Tel: +32 2 502 70 70
💡 Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks sectornieuws, inzichten en JEP-cases die de grenzen scherpstellen.