Play Media 26-04-2023: Geen opmerkingen

Adverteerder / Annonceur: PLAY MEDIA

Product-Dienst / Produit-Service: Play4 – ‘Junior Bake Off’

Media / Média: Radio

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De radiospot gaat als volgt:
Man: “Wat zit in een witte tent en heeft een snotneus? Een bakkertje van Junior Bake Off.”
Jongen: “Maar ik heb helemaal geen snotneus.”
Man: “Wat zit in een witte tent en heeft een wijsneus? Een bakkertje van Junior Bake Off dat de presentator durft te onderbreken.”
Jongen: “Maar ik heb ook geen wijs…”
Man: “Uhum, wat zit in een witte tent en heeft een gebroken neus? Datzelfde bakkertje als hij daar niet rap mee ophoudt.”
Jongen: “Hihihi.”
Man: “Voor iedereen met een neus voor bakken. Het nieuwe seizoen van Junior Bake Off.”
Voice-over: “Zaterdag om kwart over acht op Play4.”

Klacht(en) / Plainte(s)

De klaagster vindt persoonlijk dat deze spot geweld tegen kinderen normaliseert. Ze vraagt zich af of het normaal is dat men een kind een gebroken neus mag geven omdat het een presentator onderbreekt. Naar haar mening is geweld nooit het antwoord en alvast niet tegen kinderen.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Geen opmerkingen
Décision Jury de première instance: Pas de remarques

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft kennisgenomen van de radiospot in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Zij heeft er ingevolge het antwoord van de adverteerder onder meer nota van genomen dat als stem voor deze zelfpromotiespot van het nieuwe seizoen van het programma Junior Bake Off werd gekozen voor de presentator, Jeroom Snelders, wiens werk gekenmerkt wordt door absurde humor en surrealistische situaties.

Zij heeft daarnaast tevens vastgesteld dat de spot volledig is opgebouwd rond woordspelingen met het woord neus (“snotneus”, “wijsneus”, “gebroken neus”, “neus voor bakken”) en dat ook bij het kwestieuze onderdeel met de verwijzing naar de gebroken neus reeds uit de stemmen en de toon van de protagonisten (zowel de presentator als de jongen) duidelijk blijkt dat dit geenszins serieus is bedoeld.

In deze context is de Jury van mening dat de spot aldus wel degelijk duidelijk aansluit bij het humoristische register van het gepromote programma, en met name niet van aard is om letterlijk te zullen worden opgevat, maar dat daarentegen de insteek van humoristische overdrijving onmiddellijk duidelijk blijkt.

Zij is eveneens van mening dat deze spot aldus door de gemiddelde consument niet geïnterpreteerd zal worden als een bepaalde laakbare stelling inzake geweld tegen kinderen uitdragend in een realistische context, zoals de klaagster lijkt voor te houden.

De Jury is derhalve van oordeel dat de spot in kwestie niet van aard is om gewelddadig gedrag, ten aanzien van kinderen of anderszins, te tolereren of aan te moedigen of om geweld te banaliseren.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op dit punt.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.

andere beslissingen