Lidl 26-06-2019: Beslissing tot wijziging/stopzetting

Adverteerder / Annonceur: LIDL

Product-Dienst / Produit-Service: Gin-tonic

Media / Média: E-mailing

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De newsletter met als onderwerp “Zonder tonic heeft het leven geen gin: alles voor de perfecte gin-tonic!” toont een afbeelding van flessen gin en flessen tonic en van een verpakking “gin&tonic spices” met daarbij de vermelding “Zonder tonic heeft het leven geen gin” (met de woorden “tonic” en “gin” in het blauw op een gele achtergrond).
Daaronder de tekst: “Spice it up: de perfecte zomercocktail
De gin-tonic blijft nog steeds de koning onder de aperitiefdrankjes. Serveer 'm zoals het moet: in een prachtig bol glas op slanke voet, smakelijk versierd met gin-tonickruiden. Welke gin drink jij het liefst? De Wild Burrow: een kruidige Ierse gin met 12 botanicals van het Rabbit Island of de Schwarzwald Pink Gin, een kruidige gin met zoete, fruitige frambozentoets? Indian Tonic en eventueel een ijsblokje erbij et voilà: de perfecte zomercocktail! Tgin-tgin ;-)”.

Klacht(en) / Plainte(s)

De klager vindt deze reclame wansmakelijk.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft deze reclame naar aanleiding van de klacht onderzocht in het licht van het Convenant inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken (hierna: het Convenant).

Zij heeft vastgesteld dat de reclame in kwestie met de slogan “Zonder tonic heeft het leven geen gin” promotie voert voor de verschillende producten waarmee de cocktail gin-tonic wordt gemaakt.

De Jury is vooreerst van mening dat de in de reclame gebruikte woordspeling er in casu niet toe leidt dat deze reclame meteen ook zou suggereren dat “het leven geen zin heeft zonder gin” en derhalve zou indruisen tegen artikel 3.5 van het Convenant.

Zij is tevens van mening dat de reclame niet aanzet tot een onverantwoordelijke of overmatige consumptie van alcoholhoudende dranken, noch dit aanmoedigt in de zin van artikel 3.1 van het Convenant en evenmin hun consumptie in verband brengt met gunstige psychische of fysieke effecten of prestaties in de zin van artikel 3.2 van het Convenant.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

De Jury heeft echter eveneens vastgesteld dat deze reclame voor alcoholhoudende dranken nalaat om de door het Convenant opgelegde educatieve slogan “Ons vakmanschap drink je met verstand” (in het Frans, “Notre savoir-faire se déguste avec sagesse”) duidelijk en leesbaar te vermelden.

Zij is derhalve van oordeel dat de reclame op dit punt strijdig is met artikel 11.1 + Bijlage B, 1, (a), (v) van het Convenant.

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepaling, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame te wijzigen wat de vermelding van de educatieve slogan betreft, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.