Groothandel Claessens 03-07-2018: Beslissing tot wijziging/stopzetting

Adverteerder / Annonceur: GROOTHANDEL CLAESSENS

Product-Dienst / Produit-Service: Groenten en fruit

Media / Média: Affiche

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De reclame op de achterzijde van de bestelwagen toont een vrouw in een korte jeansshort die op haar rug in het gras ligt met de benen in de lucht. Haar borsten zijn bedekt met twee stukken watermeloen. Daarbij de naam van de adverteerder en de tekst: “Wenst je een prettige vakantie”.

Klacht(en) / Plainte(s)

De klager vindt de reclame vrouwonvriendelijk en vraagt zich af wat het verband is tussen iemand een prettige vakantie wensen en een halfnaakte vrouw daarvoor gebruiken.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft vastgesteld dat de reclame op de achterzijde van de bestelwagen een vrouw in een korte jeansshort toont die op haar rug in het gras ligt met de benen in de lucht. Haar borsten zijn bedekt met twee stukken watermeloen. Daarbij de naam van de adverteerder en de tekst: “Wenst je een prettige vakantie”.

De Jury is van mening dat het gebruik van de afbeelding van de vrouw misplaatst is om een commerciële boodschap over te brengen betreffende de betrokken producten – groenten en fruit – die geen enkel verband vertonen met het aldus afgebeelde lichaam van de vrouw en dat de reclame op deze manier de vrouw tot een object herleidt.

Dat de vrouw in kwestie haar boezem bedekt met stukken fruit die vaak in de zomer worden gegeten, komt de Jury met name onvoldoende voor om aannemelijk te maken dat de reclame aldus een verband zou leggen tussen de gebruikte afbeelding en tekst en de gepromote producten dat het gebruik van de kwestieuze afbeelding zou verrechtvaardigen.

Rekening houdend met de manier waarop de vrouw in casu afgebeeld wordt, is de Jury eveneens van oordeel dat de reclame de menselijke waardigheid van de vrouw aantast.

Op basis van artikel 4, alinea 1 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel en punten 2 en 3 van de JEP-regels inzake de afbeelding van de mens, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame te wijzigen, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.