Bamigo 28-03-2018: Beslissing tot wijziging/stopzetting

Adverteerder / Annonceur: BAMIGO

Product-Dienst / Produit-Service: Onderkleding van bamboe

Media / Média: Dagblad

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De advertentie toont onder meer mannen in onderkleding met een pandabeermasker. Daarbij onder meer het logo van de adverteerder en de volgende tekst:
“Onderkleding van bamboe
Anti-transpirerend, zijdezacht en de perfecte pasvorm
De onderkleding van Bamigo is gemaakt van bamboe. Een nieuwe en unieke textielsoort die zo zacht en comfortabel is, dat deze aanvoelt als een tweede huid. Daarnaast heeft het een antitranspirerende werking en helpt zo transpiratievlekken voorkomen.”.

Klacht(en) / Plainte(s)

De klager haalde aan dat aan het product de eigenschappen “anti-transpirerend” en “anti-transpirerende werking” worden toegeschreven. Volgens hem is deze bewering misleidend en wordt deze niet wetenschappelijk ondersteund. Hoogstens heeft het product een hoger opslorpend vermogen waardoor transpiratievlekken voorkomen kunnen worden.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft kennisgenomen van de reclame in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

De Jury heeft vastgesteld dat de advertentie onder meer het volgende vermeldt:
"Onderkleding van bamboe - Anti-transpirerend, zijdezacht en de perfecte pasvorm - De onderkleding van Bamigo is gemaakt van bamboe. Een nieuwe en unieke textielsoort die zo zacht en comfortabel is, dat deze aanvoelt als een tweede huid. Daarnaast heeft het een antitranspirerende werking en helpt zo transpiratievlekken voorkomen.”.

Zij is van mening dat de adverteerder aldus duidelijk claimt dat zijn product specifieke eigenschappen heeft wat de “anti-transpirerende” werking ervan betreft.

De Jury heeft er vervolgens nota van genomen dat de adverteerder ter staving van deze claim, naast algemene beweringen dat viscose gemaakt van bamboe een hoger gehalte van vochtopname heeft dan conventionele textielsoorten, zoals bijvoorbeeld katoen, waardoor er minder snel transpiratievlekken ontstaan en dat de vezel microgaatjes bevat, waardoor het beter ademend is en zo actief helpt tegen het transpireren, in hoofdzaak slechts een tweetal pagina’s uit het werk “Encyclopedia of Applied Plant Sciences” van 2013 bezorgd heeft, die betrekking hebben op viscose, of “rayon”, in het algemeen.

De Jury is van mening dat de adverteerder aldus, niettegenstaande herhaalde uitnodigingen, in elk geval niet de gevraagde specifieke staving voor de bewering in kwestie wat zijn specifieke product betreft heeft overgemaakt, maar hoogstens een vorm van onderbouwing heeft bezorgd die verwijst naar kenmerken die viscose in het algemeen zou vertonen.

In deze context is de Jury van oordeel dat de reclame van aard is om de consument te kunnen misleiden omtrent de specifieke draagwijdte van de in de advertentie gebruikte claim rond de “anti-transpirerende” werking van zijn product, wat strijdig is met artikel VI.97 van het Wetboek van Economisch Recht en artikels 3 en 5 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC Code).

Voor zover nodig verwijst de Jury tevens naar artikel 8 van de ICC Code, dat bepaalt dat “beschrijvingen, beweringen of illustraties met betrekking tot verifieerbare feiten in reclameboodschappen gestaafd (moeten) kunnen worden” en dat “een dergelijke staving altijd beschikbaar (moet) zijn zodat elk bewijs direct kan worden voorgelegd op vraag van de zelfregulerende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de Code”.

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame te wijzigen op dit punt, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.