UNILEVER - 13/01/2016

Adverteerder: 
UNILEVER
Product/Dienst: 
Becel pro.activ
Media: 
Dagblad
Onderzoekscriteria: 
Eerlijkheid
Waarachtigheid
Wettelijkheid
Andere
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Voedingsmiddelen
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
woensdag, 13 januari 2016
Beschrijving van de reclame

De advertentie bevat onder meer de volgende tekst:
“Klinische studies hebben aangetoond dat met plantensterolen verrijkte voedingsmiddelen de slechte cholesterol met 7 tot 10% verlagen (bij een inname van 1,5-2,4g sterolen per dag). Deze verlaging neemt 2-3 weken in beslag en kan behouden worden door de inname verder te zetten.
(…)
Het is wetenschappelijk aangetoond dat plantensterolen de bloedcholesterol verlagen. Een verhoogd cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Hiervoor bestaan meerdere risicofactoren en de verandering van één van die factoren kan al dan niet een heilzaam effect hebben. De inname van 1,5 tot 2,4 g plantensterolen per dag kan de cholesterol met 7 tot 10% verlagen na 2 tot 3 weken.”.

Motivering van de klacht(en)

Volgens de klager zijn er tegenstrijdige "wetenschappelijke" uitspraken in de reclame en hij vraagt zich af wat de consument nu moet geloven.
Eerst valt het volgende te lezen: “Klinische studies hebben aangetoond dat met plantensterolen verrijkte voedingsmiddelen de slechte cholesterol met 7 tot 10 % verlagen.”. Wat verder in de publireportage beweert “Annemie Van Den Abeele, voedingsexperte van Becel ProActiv” echter: “(...) de verandering van één van die factoren KAN AL DAN NIET een heilzaam effect hebben” en “De inname van (...) plantensterolen (…) KAN de cholesterol (…) verlagen (…)”.

Standpunt van de adverteerder

De klacht is volgens de adverteerder niet gegrond omwille van de volgende redenen:

  1. Het is inderdaad wetenschappelijk aangetoond dat plantensterolen de cholesterol verlagen en dat een hoog cholesterolgehalte een risicofactor is voor de ontwikkeling van coronaire (of hart- en vaat-) ziekten. De adverteerder is gerechtigd door de Europese wetgever om die claim inzake ziekterisicobeperking te maken voor het product Becel pro.activ (cf. Bijlage I bij de Verordening nr. 983/2009 van de Commissie van 21 oktober 2009 inzake de verlening en weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen).
  2. De wetgeving legt wel de volgende voorwaarden op voor het gebruik van bovenstaande claim (cf. Verordening nr. 686/2014 van de Commissie van 20 juni 2014 tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 983/2009 en (EU) nr. 384/2010 wat betreft de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde gezondheidsclaims met betrekking tot het verlagende effect van plantensterolen en plantenstanolen op de LDL-cholesterol in het bloed):
    1. Informatie voor de consument van het aantal grammen plantensterolen dat dagelijks ingenomen moet worden om het gunstige effect te verkrijgen;
    2. Indien de grootte van het effect wordt vermeld, moet het bereik en de duur om het effect te bereiken aan de consument worden meegedeeld. De uitspraak “de inname van 1,5 tot 2,4 g plantensterolen per dag kan de cholesterol met 7 tot 10% verlagen” beantwoordt aan die voorwaarden en moet derhalve begrepen worden als “de inname van 1,5 tot 2,4 g plantensterolen per dag is in staat om de cholesterol met 7 tot 10% te verlagen”.
  3. De adverteerder wordt ten slotte door de wetgever gevraagd om aan te geven dat er andere risicofactoren bestaan (dan een hoge cholesterol) voor de ontwikkeling van coronaire (of hart- en vaat-) ziekten en dat de verandering van één van die factoren al dan niet een heilzaam effect kan hebben (zie artikel 14 van de Verordening nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen). Ook al moet dit enkel in de reclame vermeld worden indien deze informatie niet op de verpakking wordt opgenomen (wat wel het geval is voor Becel pro.activ) heeft de adverteerder beslist om die vermelding toch op te nemen in zijn reclame, voor een goede informatie van de consument.

Niet alleen is de betrokken advertentie volgens de adverteerder helemaal in lijn met de toepasselijke wetgeving, bovendien bevat ze geen enkele tegenstrijdigheid.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennis genomen van de reclame in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

De Jury heeft er ingevolge het antwoord van de adverteerder nota van genomen dat deze op basis van Verordening nr. 983/2009 van de Commissie van 21 oktober 2009 inzake de verlening en weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen en Verordening nr. 686/2014 van de Commissie van 20 juni 2014 tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 983/2009 en (EU) nr. 384/2010 wat betreft de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde gezondheidsclaims met betrekking tot het verlagende effect van plantensterolen en plantenstanolen op de LDL-cholesterol in het bloed gerechtigd is om voor dit product de volgende gezondheidsclaim te maken:
“Het is aangetoond dat plantensterolen het bloedcholesterol verlagen. Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten”.

Bij gebruik van de claim dient tevens bepaalde informatie aan de consument te worden verstrekt, met name:
“Informatie voor de consument dat het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 1,5 à 3 g plantensterolen. De grootte van het effect mag alleen worden vermeld voor levensmiddelen in de volgende categorieën: smeersels op basis van gele vetten, zuivelproducten, mayonaise en slasauzen. Als de grootte van het effect wordt vermeld, moet het bereik „7 tot 10 %” respectievelijk „10 tot 12,5 %” voor levensmiddelen die een dagelijkse inname van 1,5-2,4 g respectievelijk 2,5-3 g plantensterolen opleveren, en de duur om het effect te verkrijgen, „na twee tot drie weken”, aan de consument worden meegedeeld.”.

Zij heeft er tevens nota van genomen dat de adverteerder ervoor geopteerd heeft om overeenkomstig artikel 14, alinea 2 van Verordening nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen bij deze claim inzake ziekterisicobeperking in de reclame eveneens te vermelden dat de ziekte waaraan de claim verwijst, meerdere risicofactoren heeft en dat verandering van een van die factoren al dan niet een heilzaam effect kan hebben.

De Jury is van mening dat de reclame in overeenstemming is met het bovenstaande en geen tegenstrijdigheid bevat.

Gelet op het voorgaande is de Jury van oordeel dat de reclame evenmin van aard is om de gemiddelde consument te misleiden op dit punt.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op dit punt.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.