RECKITT BENCKISER - 19/11/2019

Adverteerder: 
RECKITT BENCKISER
Product/Dienst: 
Airwick
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Onderhoud/Doe het zelf
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 19 november 2019
Beschrijving van de reclame

De Franstalige spot toont een man die de deur van het toilet opent.
VO: « Dans les toilettes, on ne sait jamais quelle odeur on va trouver. Beaucoup trop de parfum ! »
De man belandt onder een lawine van bloemen.
VO: « Ou pas du tout ! »
De man bevindt zich achter een koe met vliegen en krijgt haar staart in zijn gezicht.
VO: « Contrairement aux sprays classiques, le désodorisant automatique d’Airwick diffuse la bonne dose de parfum pour 60 jours de fraîcheur non-stop. »

Motivering van de klacht(en)

De klaagster vindt dat de reclame die een koe in een toilet toont, die symbool staat voor slechte geuren, de waardigheid aantast van het beroep van landbouwer, dat al niet erg gerespecteerd wordt.

Standpunt van de adverteerder

De Jury heeft deze reclame onderzocht op basis van de artikels 4 en 6 van haar reglement (zie www.jep.be, rubriek “Extra info – Juryreglement”) die voorzien dat in geval van onontvankelijkheid, manifeste inbreuken of manifest gebrek aan inbreuken, de adverteerder niet wordt uitgenodigd zijn standpunt over te maken.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de tv-spot in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Zij heeft vastgesteld dat de spot het beeld van een lawine aan bloemen gebruikt om een teveel aan parfum in de toiletten te concretiseren en het beeld van een koe om het gebrek aan parfum te illustreren, en dit om de kenmerken van de automatische geurverspreider van de adverteerder naar voor te brengen.

Volgens de Jury zal het overdreven en duidelijk absurde karakter van de voormelde voorstellingen wel degelijk als dusdanig begrepen worden door de gemiddelde consument.

Zij is van mening dat het beeld van de koe geen verwijzing is naar het beroep van landbouwer en a fortiori de menselijke waardigheid van de landbouwers zelf niet aantast.

Zij is eveneens van mening dat de reclame niet van aard is om een groep personen of een beroep te kleineren of belachelijk te maken of in diskrediet te brengen.

Gelet op het voorgaande, is de Jury van oordeel dat de reclame niet in strijd is met de JEP-Regels inzake de afbeelding van de mens en evenmin getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.