RECKITT BENCKISER - 15/11/2019

Adverteerder: 
RECKITT BENCKISER
Product/Dienst: 
Dettolpharma
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Eerlijkheid
Waarachtigheid
Andere
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Onderhoud/Doe het zelf
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
vrijdag, 15 november 2019
Beschrijving van de reclame

De Tv-spot toont een baby en een vrouw in een keuken. De vrouw trekt vervolgens een witte schort aan en bevindt zich in een apotheek.  
Vrouwenstem:  
“Als moeder van deze schattige baby weet ik dat mijn huis perfect hygiënisch moet zijn.  
En als apotheker raad ik aan om Dettolpharma te gebruiken. Dettolpharma reinigt niet alleen maar desinfecteert ook door 99,9% van de bacteriën overal in huis te verwijderen. Resultaat: een proper en hygiënisch huis dat mijn baby helpt beschermen tegen microben.” 
VO:  
“Ontdek heel het Dettolpharma gamma. Het nummer 1 merk verkocht in apotheken.” 
Tekst op het scherm aan het begin van de spot:  
“De afgebeelde persoon is een actrice, geen apotheker.” 

Motivering van de klacht(en)

De klager deelde mee dat de adverteerder een product presenteert dat oppervlakken in huis reinigt en desinfecteert door een moeder te tonen die apothekeres wordt om haar uitspraken te ondersteunen. Zo wordt in de reclame, ondersteund door een professional uit de gezondheidszorg (apothekeres), gezegd dat “je huis desinfecteren je kind beschermt”.  
Volgens hem houdt deze boodschap grotendeels in dat men alle oppervlakken in huis regelmatig moet desinfecteren om zijn kind te beschermen. Als kinderarts wijst hij er echter op dat in de literatuur uitgebreid wordt beschreven dat hyperhygiëne nefast is voor kinderen en de ontwikkeling van allergische aandoeningen zoals astma of eczeem bevordert.  
Deze spot geeft volgens hem een misleidende boodschap aan ouders, des te meer omdat hij het beeld van een apothekeres gebruikt.  

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde mee dat in deze reclameboodschap vooreerst wordt aangegeven: “Als moeder van deze schattige baby weet ik dat mijn huis perfect hygiënisch moet zijn” en dat de boodschap die overgebracht wordt dus de volgende is: er zijn sleutelmomenten in het leven waarbij men meer aandacht heeft voor hygiëne, bijvoorbeeld bij de komst van een baby.  
Hij benadrukte dat, in tegenstelling tot wat de klager beweert, er dus niet geïnsinueerd wordt dat “alle oppervlakken in het huis” dus “regelmatig” gedesinfecteerd moeten worden, maar enkel dat de komst van een baby de ouders aanzet om hun huis vrij te houden van ziektekiemen en extra aandachtig te zijn voor de hygiëne in huis.  
Om het misleidende karakter van een reclame te beoordelen, moet volgens hem de perceptie ervan door een gemiddelde, normaal geïnformeerde consument worden bepaald. Hoewel het waar is dat de wetenschappelijke “literatuur”, om de bewoordingen van de klager te gebruiken, aangeeft dat hyperhygiëne de ontwikkeling van allergische aandoeningen kan bevorderen, blijft het een feit dat de klager slechts zijn mening als kinderarts uitspreekt, zodat hij niet kan worden beschouwd als een normaal geïnformeerde consument.  
Wat ten slotte het gebruik van het beeld van een apothekeres betreft, deelde hij mee dat de professionele dimensie van de reclame te danken is aan het feit dat zijn producten het voorwerp uitmaken van talrijke wetenschappelijke studies en dat de geclaimde resultaten gebaseerd zijn op solide, objectieve en verifieerbare studies en tests. Het is de betrouwbaarheid van deze gegevens die hij op een pedagogische manier in zijn reclame naar voren wilde brengen. Bovendien worden de producten alleen in de apotheek verkocht.  
Volgens hem kan uit deze reclame geen misleidende praktijk worden afgeleid. De Belgische wetgeving verbiedt enerzijds niet dat in een reclame een apotheker wordt getoond, en anderzijds zet de reclame enkel aan om de producten te gebruiken om een huis schoon te maken en niet om “alle oppervlakken (…) regelmatig” te desinfecteren.  
Om al deze redenen is hij van mening dat hem niet kan worden verweten dat hij de consument probeert te misleiden. 

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de tv-spot en van de klacht die daarop betrekking heeft. Zij heeft eveneens terdege nota genomen van het feit dat de klacht afkomstig is van een kinderarts.  

In dit verband is de Jury zich bewust van de ins en outs van het debat met betrekking tot hyperhygiëne dat aangehaald wordt in de klacht en wenst zij te benadrukken dat zij zich beperkt tot het onderzoeken van de inhoud van de reclame zonder zich te buigen over de wetenschappelijke argumenten van het debat in kwestie dat niet tot haar bevoegdheid behoort. 

Zij heeft vervolgens benadrukt dat het eerder gaat om een kwestie van interpretatie en perceptie door de gemiddelde consument en is van mening dat deze in de reclame een boodschap zal zien die bedoeld is om zijn aandacht te vestigen op netheid en hygiëne in huis dankzij het product waarvoor de adverteerder reclame maakt en dit in het bijzonder wanneer er een kind aanwezig is.  

Ingevolge het antwoord van de adverteerder heeft de Jury er nota van genomen dat zijn product het voorwerp uitmaakt van talrijke wetenschappelijke studies en dat hij de betrouwbaarheid ervan wilde benadrukken via het gebruik van het beeld van een apothekeres.  

Gelet op het pedagogische doel van de adverteerder en het feit dat het product in kwestie enkel in de apotheek verkocht wordt, is de Jury van mening dat de tv-spot het beeld van een apothekeres niet op een onrechtmatige manier uitbuit.  

Zij is eveneens van mening dat de reclame in kwestie geen angstgevoelens uitbuit om de kijkers aan te zetten om het gepromote product te gebruiken.  

Gelet op het voorgaande is de Jury van oordeel dat de reclame niet getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder en niet van aard is om de consument te misleiden op deze punten. 

De Jury heeft de klacht derhalve ongegrond verklaard.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.