RABOBANK - 17/12/2002

Adverteerder: 
RABOBANK
Product/Dienst: 
Financiële producten
Media: 
Dagblad
Radio
Onderzoekscriteria: 
Wettelijkheid
Afbeelding van de mens/ menselijke waardigheid
Kleineren
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Financiën en verzekeringen
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 17 december 2002
Beschrijving van de reclame

In een radiospot hoort men de getuigenis van een man die zegt : “Mijn bankier, da's ne pee. Hij geeft mij concerttickets, een mooi agenda en elk jaar een tombola, plus elke vrijdag geeft hij een show voor zijn klanten, zelfs op de billen van zijn personeel” (op de achtergrond hoort men een feestje en een geklets). “Het enige wat hij niet doet, is een goede intrest geven op mijn spaargeld, en dat is spijtig, vooral voor een bankier”. Vervolgens zegt een vrouwenstem : “Meer geïnteresseerd in een bank met een goede intrest ? Surf dan naar www.rabobank.be of bel 0800/20666. Rabobank.be, krachtig groeimiddel voor uw spaargeld”.

Motivering van de klacht(en)

Het feit dat de directeur op de billen van zijn bedienden kletst is onaanvaardbaar en vulgair.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder liet gelden dat hij de negatieve reactie betreurt, maar dat de klacht hem inziens ongegrond is. Aanvoeren dat een onderdeel van de spot vulgair is kan bezwaarlijk als criterium gelden om de spot als onaanvaardbaar te bestempelen. Men dient rekening te houden met de totaalindruk van een publiek met middelmatige aandacht : het gaat duidelijk om een karikatuur waarvan het overdreven karakter onmiddellijk onderkend wordt door dit publiek en de aangevochten passage is slechts een onderdeel van deze karikatuur. Er kan dan ook geen enkel verband gelegd worden met enigerlei reële situatie en kan evenmin kwetsend overkomen voor enige persoon. De kwalificatie vulgair is persoonlijk en subjectief en is geen objectief criterium. Rekening houdend met de binnen onze maatschappij aanvaarde normen en gelet op de overdrijvingen van de aangevochten passage overschrijdt deze spot geenszins de grenzen van het goed fatsoen.

Jurybeslissing

Na onderzoek heeft de Jury gemeend dat deze radiospot totaal irreëel overkomt gelet op het duidelijk humoristisch karakter. De passage waarvan sprake betreft duidelijk een karikatuur en het verwijt vulgariteit terzake, betreft een aspect dat tot de persoonlijke appreciatie van eenieder behoort en derhalve volledig subjectief is. Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke en zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren.