PROXIMUS - 28/11/2017

Adverteerder: 
PROXIMUS
Product/Dienst: 
Proximus
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Informatica en telecom
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 28 november 2017
Beschrijving van de reclame

De spot brengt een familie met kerst in beeld aan de hand van korte scènes met de verschillende familieleden. In één van de scènes komt een koppel in beeld waarvan de vrouw de fles geeft aan een baby.

Motivering van de klacht(en)

De klager haalt aan dat reclame voor eerste flessenvoeding verboden is en vindt dit sluikreclame. Volgens hem mist de adverteerder een serieuze kans om borstvoeding te promoten.

Standpunt van de adverteerder

De Jury heeft deze reclame onderzocht op basis van de artikels 4 en 6 van haar reglement (zie www.jep.be, rubriek “Extra info – Juryreglement”) die voorzien dat in geval van onontvankelijkheid, manifeste inbreuken of manifest gebrek aan inbreuken, de adverteerder niet wordt uitgenodigd zijn standpunt over te maken.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennis genomen van de TV-spot in kwestie en van de klacht dienaangaande.

Zij heeft vastgesteld dat de spot een familie met kerst in beeld brengt, waarbij in één van de scènes een koppel in beeld komt waarvan de vrouw de fles geeft aan een baby.

Volgens de Jury beoogt de opeenvolging van korte familiale scènes de slogan “Proximus. Altijd dichtbij” van de betrokken telecomoperator te illustreren, zonder dat de korte scène waarin de baby de fles krijgt hierbij prominent is of geacht kan worden een statement vanwege de adverteerder inzake borstvoeding in te houden.

Zij is tevens van mening dat uit de spot niet valt op te maken dat het hier zou gaan om zuigelingenvoeding en niet om afgekolfde moedermelk.

De Jury is van mening dat het hier niet gaat om reclame voor zuigelingenvoeding en dat de desbetreffende specifieke regelgeving inzake reclame derhalve geen toepassing vindt op deze reclamespot.

De Jury is ook van mening dat de reclame zich geenszins negatief uitspreekt over borstvoeding en evenmin van aard is om consumenten te ontraden borstvoeding te geven.

Zij is derhalve van oordeel dat de spot niet getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op dit punt.

De Jury heeft derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op dit punt en heeft de klacht ongegrond verklaard.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.