OIVO - 26/09/2006

Adverteerder: 
OIVO
Product/Dienst: 
CelBel
Media: 
Internet
Onderzoekscriteria: 
Eerlijkheid
Fatsoen en goede smaak
Initiatief: 
Jury
Categorie: 
Andere goederen en diensten
Type beslissing: 
Advies van voorbehoud
Datum afsluiting: 
dinsdag, 26 september 2006
Beschrijving van de reclame

Een banner toont een mobiele telefoon met op het scherm het volgende bericht : « Heb geen belwaarde meer : bel mij ».
Vervolgens verschijnt de volgende tekst: “Nooit meer zonder belwaarde. CelBel. Bel je vrienden GRATIS tot je 21 bent!!”.

Deze banner is gelinkt aan de CelBel website (www.click2win.be) waar zich een inschrijvingsformulier bevindt. Na inschrijving ontvangt men een bericht dat CelBel niet bestaat, gevolgd door de sensibiliseringsboodschap teneinde te waarschuwen voor de gevaren van het web en waarbij men verwijst naar de website www.web4me.be .

Motivering van de klacht(en)

Conformiteit met de basisregels inzake reclame-ethiek.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde mee dat CelBel geen reclamecampagne betreft, maar kadert in een publieke actie voor een informatief en educatief doel en dat het opzet van deze voorlichtingscampagne het algemeen belang dient.

Jurybeslissing

De Jury deelde aan de adverteerder mee dat zij ook bevoegd is inzake niet-commerciële reclame.

De Jury heeft vervolgens de banners onderzocht en zij heeft vastgesteld dat deze initieel voorgesteld worden als zijnde een boodschap van commerciële aard om daarna een sensibiliseringsboodschap uit te dragen.

De Jury is van oordeel dat indien OIVO gebruik maakt van commerciële technieken om de jonge consumenten te bereiken, zij net zoals de alle andere adverteerders de regels inzake reclame-ethiek dient te respecteren. Zij heeft benadrukt dat de doelstelling om de consumentenbescherming te bevorderen geen vrijgeleide vormt om deze regels niet te respecteren.

De Jury heeft vastgesteld dat de initiële boodschap van deze campagne niet waarheidsgetrouw is en derhalve misbruik maakt van het vertrouwen van de consument. De Jury is van oordeel dat dit niet van goede smaak getuigt in hoofde van OIVO en heeft derhalve gemeend terzake een advies van voorbehoud te moeten formuleren overeenkomstig art. 4 van haar reglement.