NEWPHARMA - 15/05/2019

Adverteerder: 
NEWPHARMA
Product/Dienst: 
Newpharma
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Handel/distributie
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
woensdag, 15 mei 2019
Beschrijving van de reclame

De Tv-spot toont een peuter in een hoge stoel die zijn melkfles omstoot en men hoort de voice-over onder andere zeggen: “Babymelk nodig? Newpharma... en voila! 30.000 producten aan scherpe prijzen. Newpharma.be: uw online apotheek.”  
Men ziet vervolgens de peuter een smartphone vasthouden met op het scherm een aanbod voor opvolgmelk op de website van de adverteerder. Hij klikt op “Toevoegen aan winkelwagentje”.  

Motivering van de klacht(en)

De klager haalde aan dat deze reclame een peuter toont die zonder enig probleem bij de adverteerder opvolgmelk kan aankopen langs een smartphone. Hoewel hij genoeg kennis heeft van technologie om te weten dat dit amper kan vanwege o.m. betalingsverkeer en samenhangende id-controle enzovoort, vindt de klager het toch ethisch niet verantwoord om deze reclame overdag uit te zenden wanneer er kinderen van alle leeftijden naar tv zitten te kijken. Dat stuurt volgens hem een volledig verkeerde boodschap naar kinderen: het is wel een apotheek en men kan daar andere spullen kopen ook. Als dit een poging tot humor is dan vindt hij het persoonlijk geen al te goede en intelligente.  

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder trok vooreerst de ontvankelijkheid van de klacht in twijfel onder verwijzing naar artikel 5 van het JEP-Reglement dat bepaalt dat de klacht “een duidelijke motivering aan de hand van de visuele en/of redactionele elementen in de reclame” moet bevatten. 
Aangezien de klacht zich beperkt tot algemene opmerkingen die geen betrekking hebben op een specifieke afbeelding of bewering, is deze volgens hem onontvankelijk.  
Hij voegde toe dat de formulering ervan het principe zelf van reclame door een apotheek in twijfel trekt zonder een specifieke reclame aan te klagen aan de hand van een specifieke grief.  

De adverteerder heeft vervolgens zijn argumenten uiteengezet om aan te tonen dat de klacht ongegrond is.  

Met betrekking tot het feit dat de boodschap specifiek op kinderen gericht zou zijn, ziet hij niet in waaruit de klager dit zou kunnen afleiden.  £
Het is niet omdat er een kind voorkomt in de spot dat deze specifiek op kinderen gericht is:  
- de elementen van de boodschap op visueel en redactioneel vlak zijn gericht op de ouders;  
- deze reclame wordt uitgezonden op algemene zenders op verschillende tijdstippen die niet gericht zijn op de jeugd;  
- de aanwezigheid van een jong kind wordt vooral gerechtvaardigd door het feit dat het product dat als kader voor de reclame gebruikt wordt opvolgmelk is.  
Zoals de klager benadrukt, weet iedereen dat het onmogelijk is dat een kind van 2 tot 3 jaar online iets bestelt aangezien het daar de vaardigheden niet voor heeft, noch de benodigde kredietkaart of gebruikersaccount.  
Aangezien het om opvolgmelk gaat, kan men bovendien niet volhouden dat de reclame gericht is op kinderen als voorschrijvers van de aankopen van hun ouders.  

Met betrekking tot het feit dat de boodschap ongepast zou zijn, deelde hij mee dat de klager het lijkt te betreuren dat een apotheek reclame voor dergelijke producten kan maken, omdat het een apotheek is waar ook andere zaken kunnen worden gekocht. Volgens hem betwist de klager aldus het beginsel zelf van reclame door een apotheek, hetgeen niet ter discussie kan worden gesteld, aangezien reclame door een apotheker uitdrukkelijk is toegestaan, ook voor geneesmiddelen.  
Wat betreft het (zuiver theoretische) risico van het onbedoeld verkopen van een gevaarlijk product bij een aankoop van opvolgmelk, is hij van mening dat de klager zich weinig rekenschap geeft van het wettelijke kader dat van toepassing is op apotheken. Als dit wettelijk kader het mogelijk maakt om zeer gevoelige producten veilig online te verkopen, moet worden erkend dat dit niveau voldoende is om opvolgmelk te verkopen.  

Met betrekking tot het aspect humor, deelde de adverteerder mee dat de humor die naar voren komt uit de reclame hierin ligt dat de interface die de adverteerder ontwikkeld heeft zo makkelijk te gebruiken is dat een baby het zou kunnen doen (een situatie die zodanig onrealistisch is dat deze enkel als humoristisch kan worden begrepen).  

Volgens hem mist de boodschap geen behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder. 

Tot slot is hij van mening dat de betwiste reclame geen morele of fysieke schade toebrengt aan de minderjarigen die deze, zonder er de weliswaar de doelgroep van te zijn, zouden bekijken. In het bijzonder:  
- zet ze minderjarigen er niet rechtstreeks toe aan een product of dienst te kopen door te profiteren van hun onervarenheid of goedgelovigheid;  
- zet ze minderjarigen er evenmin rechtstreeks toe aan om hun ouders (of anderen) te overreden om een product of dienst te kopen.  

Jurybeslissing

Wat de ontvankelijkheid van de klacht in het algemeen betreft, is de Jury van oordeel, op basis van de informatie waarover zij beschikt, dat deze beantwoordt aan de ontvankelijkheidsvereisten zoals voorzien in artikel 5 van het JEP-Reglement.  

Voor wat betreft in het bijzonder het standpunt van de adverteerder volgens hetwelk de klacht onontvankelijk is bij gebreke aan voldoende motivatie, is de Jury van mening dat de klager, door de reclame te beschrijven als het tonen van een peuter die zonder enig probleem opvolgmelk kan aankopen bij de adverteerder langs een smartphone en mee te delen dat hij het ethisch niet verantwoord vindt om deze reclame uit te zenden op een moment waarop kinderen van alle leeftijden televisie kijken, een voldoende duidelijke grief aanhaalt opdat zijn klacht zou voldoen aan de motiveringsvereiste zoals gepreciseerd in de voormelde bepaling.  

De Jury heeft de klacht derhalve ontvankelijk verklaard.  

Wat betreft de inhoud van de reclame en de klacht in dit verband, heeft de Jury vastgesteld dat de spot een peuter toont die zijn melkfles omstoot en online opvolgmelk bestelt bij de adverteerder via een smartphone. 

Ingevolge het antwoord van de adverteerder, heeft de Jury er nota van genomen dat de hierboven beschreven en door de klager geviseerde scène als doel heeft om het feit te illustreren dat de interface van de adverteerder dermate gemakkelijk in gebruik is dat een baby er gebruik van zou kunnen maken.  

Volgens de Jury is deze scène zo onrealistisch en duidelijk absurd dat de gemiddelde consument ze niet zal interpreteren als een te volgen voorbeeld of als het aanzetten van kinderen om zich naar de online verkoopsite van de adverteerder te begeven. 

Zij is eveneens van mening dat de reclame geen voorstelling bevat van gevaarlijke praktijken of van situaties waarbij veiligheid en gezondheid niet in acht worden genomen.  

Zij is derhalve van oordeel dat de reclame in kwestie niet getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten. 

Zij is eveneens van oordeel dat de reclame evenmin in strijd is met de JEP-Regels inzake humor, die toestaan om hierop beroep te doen onder bepaalde voorwaarden die volgens haar in dit geval gerespecteerd worden.  

Gelet op het voorgaande, heeft de Jury de klacht ongegrond verklaard. 

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.