MINISTERIE VAN WELZIJN EN GEZONDHEID VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP - 29/03/2001

Adverteerder: 
MINISTERIE VAN WELZIJN EN GEZONDHEID VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
Product/Dienst: 
Sensibiliseringscampagne 'Veilig vrijen'
Media: 
Magazine
Affiche
Onderzoekscriteria: 
Fatsoen en goede smaak
Initiatief: 
Officiële instantie
Categorie: 
Andere goederen en diensten
Type beslissing: 
Advies van voorbehoud
Datum afsluiting: 
donderdag, 29 maart 2001
Beschrijving van de reclame

De advertenties en affiches tonen gestileerde koppels onder de vorm van kleine figuurtjes met de slogans : “Vrijen zonder praten is kut”; “Bla bla bla en dan pas boem boem boem”, “Zeg dan iets, lul”, “Met je tong kan je ook gewoon lekker praten”.

Motivering van de klacht(en)

De gebruikte slogans in deze campagne van algemeen nut zijn vulgair en platvloers, daar waar de overheid een voorbeeldfunctie te vervullen heeft wat stijl en taalgebruik betreft. Men beschouwt de jongeren als debielen door zich op dergelijke manier tot hen te richten. De reclame is onfatsoenlijk, wat in strijd is met art. 2 van de IKK code.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder liet weten dat het helemaal niet de bedoeling was om te choqueren, maar om met jongeren te praten over veilig genieten en respect in hun seksuele relatie met hun partner. Hij benadrukt dat de jongeren zelf betrokken werden bij de keuze van deze campagne. Er werden 7 ontwerpen ingediend door verschillende reclamebureaus die allen voorgelegd werden aan 3 focusgroepen van jongeren uit zowel technisch, beroeps als algemeen vormend secundair onderwijs, die unaniem voor huidige campagne kozen daar ze deze campagne helemaal niet choquerend vonden. De negatieve reacties zouden zich bovendien voornamelijk situeren bij de volwassenen en niet bij de jongeren zelf waarvoor de campagne bedoeld is. Campagnes over seksualiteit roepen altijd reacties op, maar men kan stellen dat deze campagne geslaagd is, daar erover gepraat wordt en de website en telefoonlijnen druk geraadpleegd worden.

Jurybeslissing

Na onderzoek was de Jury de mening toegedaan dat de bedoelde advertenties geen inbreuk uitmaken op art. 2 van de IKK code. Zij heeft vastgesteld dat het taalgebruik hoewel niet in strijd met de wet of de codes, een deel van het publiek kan kwetsen die zich niet kan vinden in dergelijk taalgebruik op relationeel vlak, waar toch respectvoller en fijnzinniger taalgebruik aan de orde is. De Jury heeft derhalve beslist een advies van voorbehoud te formuleren aangaande het taalgebruik.