MEDIALAAN - 04/12/2018

Adverteerder: 
MEDIALAAN
Product/Dienst: 
VTM – ‘Wat Als?’
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Fatsoen en goede smaak
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Cultuur en uitgeverij
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 4 december 2018
Beschrijving van de reclame

De spot voor het Tv-programma ‘Wat Als?’ toont een vrouw in een middeleeuwse setting aan wie boodschappers onder de hoofding “Wat als Godfried van Bouillon zijn ex miste?” verschillende boodschappen brengen. Een van de boodschappen luidt: “Ge moet niet antwoorden ze, hoer” en wordt gevolgd door de boodschap: “Dat laatste was maar om te lachen he (…)”.

Motivering van de klacht(en)

De klaagster wees erop dat op dat uur van de dag (17u29) er veel jonge kinderen voor televisie zitten waarbij dit soort woordenschat door 85% van de ouders gemeden en verworpen wordt.
Zij zit zelf met een autistisch kind dat al dat soort woorden opslaat en te pas en te onpas gebruikt. Niet alleen zij sukkelt daarmee maar 90% van de kinderen met ASS hebben dit soort problemen.
Ze vindt het totaal ongehoord en ongepast dat niet wordt afgewogen welke soort taal er gebruikt kan worden rekening houdend met bepaalde “gevoelige kijkers”, leeftijd en tijdstippen en wijst erop dat ook Tv-zenders een mede-opvoedingstaak in de maatschappij hebben en een stukje verantwoordelijkheid dragen voor wat ze in de huiskamers brengen.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde mee dat “Wat als?” een populair programma is dat bestaat uit opeenvolgende sketches die absurde en denkbeeldige situaties uitbeelden op een humoristische manier. Elke sketch geeft een antwoord op een hypothetische vraag. De trailer bestaat uit een sketch van iets meer dan één minuut en draagt als titel: “Wat als Godfried van Bouillon zijn ex miste?”.

De uitgezonden trailer is precies zoals de sketches zelf in het programma. De uitgebeelde situatie is zuiver denkbeeldig, in dit geval een middeleeuws tafereel. Volwassen kijkers zien er onmiddellijk de humor van in, en zien de uitbeelding van een middeleeuwse versie van een sms. Kinderen zullen de trailer dan weer op een andere manier grappig vinden, m.n. door de opeenvolging van boodschappers die voortdurend korte boodschappen komen voorlezen.

Het gebruik van het woord hoer is een miniem en onopvallend onderdeel van de trailer, waarop geenszins de nadruk wordt gelegd. Bovendien wordt onmiddellijk erna expliciet gezegd “dat het maar om te lachen was”. Het woord hoer wordt evenmin op een agressieve toon uitgesproken, noch wordt het gebruikt in combinatie met aanstootgevende beelden. Er wordt evenmin de indruk gegeven dat het gebruik van dit woord goed te keuren valt.

Wat het tijdstip van uitzending betreft (m.n. in de vooravond) betreurde de adverteerder natuurlijk dat de klaagster zich gekwetst voelt door de trailer omwille van de gevoeligheid van haar kind. De bedoeling van de trailer is om de kijker te vermaken, niet om hem in verwarring te brengen of te choqueren.
Daarbij wordt rekening gehouden met de gemiddelde kijker op dat moment, zijnde niet de minst maar ook niet de meest gevoelige kijker. Op het ogenblik van uitzending van de trailer werd noch erna noch ervoor een programma uitgezonden dat voornamelijk op kinderen gericht is. Natuurlijk kunnen er kinderen aan het kijken zijn, maar het is niet zo dat de trailer getoond werd in een context bestemd voor kinderen. Gelet op de programma’s die in de vooravond worden uitgezonden, is de trailer niet choquerender of gewaagder dan deze programma’s.

De adverteerder ziet dan ook niet in in welke mate hij met deze trailer een ethische of andere grens zou overschreden hebben.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de spot in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Zij heeft vastgesteld dat deze spot een fragment uit de betrokken Tv-reeks bevat en aldus de inhoud en het opzet van het programma weergeeft.

De Jury is van mening dat het voor de gemiddelde kijker voldoende duidelijk is dat deze beoogt een humoristische reeks te promoten en daarbij gebruik maakt van het gebruikelijke register van het programma in kwestie.

Hoewel de Jury begrip heeft voor de situatie van de klaagster, meent zij bovendien dat de spot niet nodeloos de nadruk legt op het woord “hoer” en dat geen sprake is van het aansporen tot of het goedkeuren van maatschappelijk laakbaar taalgebruik of gedrag.

In deze context is de Jury van oordeel dat deze spot geen elementen bevat die indruisen tegen de geldende fatsoensnormen.

Zij is eveneens van oordeel dat zijn inhoud niet van aard is om mentale of morele schade toe te brengen aan kinderen.

Gelet op het voorgaande, is de Jury van oordeel dat de spot in kwestie niet in strijd is met de JEP-Regels inzake de afbeelding van de mens en evenmin getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.