MEDIA MARKT - 29/03/2019

Adverteerder: 
MEDIA MARKT
Product/Dienst: 
Actie ‘21% BTW - Weg ermee!’
Media: 
TV
Radio
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Handel/distributie
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
vrijdag, 29 maart 2019
Beschrijving van de reclame

De Franstalige radiospot gaat als volgt:
VO: « La question du jour : puis-je faire mes achats si je suis allergique à la TVA ? Oui ! Mais seulement chez Media Markt, car en ce moment, vous profitez de l’action ‘21% de TVA? – Pas pour moi !’. Media Markt vous offre le montant de la TVA, sur des TV, smartphones, ordi, électroménagers et bien plus encore. Conditions en magasin et sur mediamarkt.be. ».

De Tv-spot vermeldt “De vraag van vandaag” en toont drie mannen die naderen tussen de winkelrekken en een tas vol bankbiljetten openen. Men ziet vervolgens een lachende ploeg verkopers, een scherm met “21% BTW – Weg ermee!” en daaronder “Geldig van 27 februari t.e.m. 3 maart 2019.” en verschillende producten die voorbijkomen. Daaronder in grote letters “Voorwaarden in onze winkels en op mediamarkt.be.”.
VO: “De vraag van vandaag: of je ons moet omkopen om de BTW niet te betalen? Nee hoor, want vanaf nu is het 21% BTW, weg ermee. Media Markt betaalt het bedrag van de BTW op TV’s, smartphones, computers, huishoudtoestellen en nog zoveel meer. Voorwaarden in onze winkels en op mediamarkt.be.”

Motivering van de klacht(en)

Volgens de klager is de reclamecampagne met betrekking tot de actie "21% BTW - Weg ermee!" een aanmoediging tot fiscale fraude en denigreren de radio- en Tv-spots de Belgische BTW.
Hij verwees vooreerst naar de Franstalige radiospot waar men met name hoort "allergique à la TVA, ..." die een boodschap brengt die ertoe strekt de zwarte markt te promoten en de Belgische belastingwetten met de voeten te treden door de BTW niet betalen.
Hij verwees vervolgens naar de Tv-spot waar men een groep van drie personen ziet, een oudere persoon met twee handlangers, zoals het icoon van de maffia, die naderen en een tas vol bankbiljetten openen. Volgens hem is de boodschap van deze reclame te tonen hoe men zijn zwart geld kan uitgeven en doet deze een oproep aan diegenen die dit bezitten.
De klager is van mening dat de adverteerder de consumenten ertoe brengt om te proberen om de in ons land geldende fiscale wetgeving te omzeilen en dat het onverantwoord is om dergelijke handelingen te promoten.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder verwees naar de Jurybeslissing MEDIA MARKT 13/03/2019 en naar zijn argumentatie in dit dossier.
Hij deelde vervolgens mee dat de spot geenszins de maffia of corruptie wil promoten, maar gewoon de aandacht wil trekken op de BTW-campagne en dat geenszins wordt aangemoedigd om BTW niet te betalen of te ontduiken.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de Franstalige radiospot en de Tv-spot waarnaar de klager verwijst en die deel uitmaken van de campagne “21% BTW – Weg ermee!” (in het Frans: “21% TVA? – Pas pour moi!”).

Zij heeft vastgesteld dat de Franstalige radiospot op een duidelijk absurde manier een allergie voor BTW aanhaalt en dat de Tv-spot drie mannen toont met een tas vol bankbiljetten om de op een evenzeer duidelijk absurde manier gestelde vraag “Of je ons moet omkopen om de BTW niet te betalen?” te illustreren.

De Jury is van mening dat de humoristische en overdreven toon voldoende duidelijk blijkt uit de algemene indruk van de spots in kwestie en dat ze derhalve niet van aard zijn om letterlijk genomen te worden.

Zij is derhalve van mening dat de gemiddelde consument hieruit niet zal besluiten dat de reclame in kwestie aanzet tot het met de voeten treden van de geldende belastingwetgeving of toont hoe men zwart geld moet uitgeven.

Zij is dus van mening dat de reclame geen onwettelijk of antisociaal gedrag aanmoedigt, noch dergelijk gedrag tolereert of banaliseert.

Gelet op deze context, is zij van oordeel dat het voldoende duidelijk is voor de gemiddelde consument dat de door de spots gepromote actie, die een korting op de aankoopprijs betreft een geen vrijstelling van BTW, evenmin van aard is om de Belgische BTW te denigreren.

De Jury is eveneens van oordeel dat de spots in kwestie niet getuigen van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.