LIDL - 30/03/2021

Adverteerder: 
LIDL
Product/Dienst: 
Parkkonijn
Media: 
Internet
Onderzoekscriteria: 
Eerlijkheid
Waarachtigheid
Initiatief: 
Socio-culturele vereniging
Categorie: 
Voedingsmiddelen
Type beslissing: 
Beslissing tot wijziging of stopzetting
Datum afsluiting: 
dinsdag, 30 maart 2021
Beschrijving van de reclame

Op een pagina van de folder, onder de hoofding “Parkkonijn”, een afbeelding van een pakje vlees en een bereide maaltijd.
Onderaan onder meer, naast het logo “Deze keer konijn – konijn.be” de volgende tekst:
“Dit vlees komt van konijnen die in een meer diervriendelijke huisvesting gehouden worden. Zo zitten de dieren niet in een kooi, maar in een groter park met klimplateaus, tunnels en knaagmateriaal.”

Motivering van de klacht(en)

De klaagster, een vereniging, deelde mee dat de adverteerder twee onjuiste beweringen doet over het vlees van parkkonijnen: dat het diervriendelijker is en dat de dieren niet in een kooi worden gehouden.

Zij gaf aan dat parksystemen het antwoord van de konijnenhouderij zijn op de maatschappelijke kritiek op de batterijkooien. In realiteit beantwoorden ook de nieuwere huisvestingsnormen echter volgens haar in de verste verte niet aan de natuurlijke behoeften en gedragingen van konijnen en brengen ze de massale sterfte van konijnen in dit systeem niet naar beneden. Daarom zijn deze systemen niet diervriendelijk en zelfs niet diervriendelijker dan de klassieke batterijkooien.

Parksystemen omschrijven als zijnde geen kooien zoals de adverteerder doet, is volgens haar de waarheid verdraaien.

De parksystemen zijn nog steeds kooien van 800 cm2 (oftewel 0,08 m2) per dier in plaats van 630 cm2 in de klassieke batterijkooien. Het is geen konijnenparadijs, maar een konijnenhel. Nog steeds kunnen konijnen niet naar buiten, zien geen daglicht, leven niet in natuurlijke groepssamenstellingen, lopen over een gespleten ondergrond, kunnen niet graven en grazen, kunnen niet of nauwelijks schuilen, etc. Ja, er is een plateau en er is een stuk pvc-buis dat voor een tunnel moet doorgaan, maar dit draagt niet bij tot een wezenlijke verbetering van het welzijn van de dieren.

De claim van ‘meer diervriendelijk’ van de adverteerder is tevens onterecht volgens de klaagster, omdat een van de basisfactoren voor het welzijn van dieren, namelijk dat ze gezond en in leven blijven, niet wordt vervuld.

Ze verwees hierbij naar het feit dat het sterftecijfer in parksystemen even hoog is als is in de klassieke batterijkooien. Bovendien bracht een dierenrechtenvereniging in december 2019 de resultaten van een jaar lang onderzoek naar buiten, waarbij tussen oktober 2018 en november 2019 ongeveer een kwart van de naar schatting 40 overgebleven commerciële konijnenhouderijen in Nederland werden geïnspecteerd. De aangetroffen omstandigheden zijn ronduit schokkend, met bijna overal dode, zieke en stervende dieren aan tussen de levende konijnen. Ook bij de hoogste welzijnsstandaard van de zogenaamde ‘parkkooien’ tonen de beelden een ongelofelijke hoeveelheid dierenleed. De omstandigheden in de Belgische parksystemen is vergelijkbaar. Bovendien is er in Nederland geen konijnenslachthuis, de in Nederland gekweekte konijnen worden in een van de twee Belgische konijnenslachthuizen gedood en liggen ook bij ons in de schappen.

Volgens de klaagster heeft de reclame in kwestie als doel de consument het gevoel te geven dat hij kiest voor een diervriendelijk product. Omwille van bovenstaande is zij van mening dat dit onterecht en misleidend is.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde mee dat hij een ambitieuze duurzaamheidsstrategie heeft waarin dierenwelzijn een belangrijk onderwerp is. Het is zijn doel om zijn klanten een diervriendelijker product te kunnen aanbieden aan de beste prijs. Daarbij maakt hij steeds gebruik van onafhankelijke labels en keurmerken, en natuurlijk van de relevante wetgeving.

Betreffende konijn was Lidl de eerste retailer in België die de stap nam om enkel nog parkkonijn te verkopen. Opnieuw baseert hij zich hiervoor op een extern keurmerk, namelijk het Codiplan-lastenboek voor ‘Parkkonijn’. Bij vragen of discussie rond het woord ‘park’ worden deze volgens hem beter aan Codiplan en de overheid gericht (zie ook wetgeving: Koninklijk Besluit van 29 juni 2014 betreffende het welzijn van konijnen in fokkerijen, waar deze bewoording is vastgelegd).

Voor de beschrijving in zijn folder baseert hij zich grotendeels rechtstreeks op het Codiplan-lastenboek, dat de verplichte aanwezigheid van plateaus, tunnels, knaag- en ander verrijkingsmateriaal letterlijk verplicht. Zijn leveranciers staan onder controle van Codiplan en worden dus geaudit op deze voorwaarden.

Naast de aanwezigheid van verrijkingsmateriaal is er een minimumoppervlakte: met 800 cm² per konijn en minimum 20 konijnen per groep, is dit een minimumoppervlakte van 1,6 m² per park, en één van de zijden moet minimum 180 cm lang zijn. Daarnaast moet het dak van het park open zijn en de bodem grotendeels dicht; indien de bodem van draadgaas is, moet deze minstens voor 80% bedekt zijn met voetmatjes of comfortzones.

Alles samengenomen lijkt het hem niet bediscussieerbaar dat deze situatie beter is voor de konijnen dan een klassieke, kleinere kooi. Natuurlijk blijft ‘beter’ hier een relatief begrip. Niemand zal kunnen beweren dat vlees ooit 100% diervriendelijk kan zijn. Daarom let hij steeds op het gebruik van dit woord en omschrijft hij het in zijn folder als: ‘meer diervriendelijke huisvesting’.

Gezien er tot op vandaag nog steeds konijn uit kooien op de markt is, en dit nog toegelaten is tot 2024 (zie opnieuw het Koninklijk Besluit), vindt hij het echter belangrijk zijn klanten te wijzen op dit verschil, en de mogelijkheid tot een (relatief) betere keuze.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de reclame in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Zij heeft vooreerst benadrukt dat ze zich beperkt tot het onderzoek van de inhoud van de reclame in kwestie, zonder zich te buigen over het maatschappelijk debat over de wenselijkheid van het parksysteem zelf, dat niet tot haar bevoegdheid behoort.

Zij heeft vastgesteld dat de advertentie onder de hoofding “Parkkonijn”, onder meer de volgende tekst bevat: “Dit vlees komt van konijnen die in een meer diervriendelijke huisvesting gehouden worden. Zo zitten de dieren niet in een kooi, maar in een groter park met klimplateaus, tunnels en knaagmateriaal.” (in het Frans: “Lapin élevé en parc” et “Cette viande provient de lapins élevés dans des conditions plus respectueuses du bien-être animal. Ils ne sont donc jamais tenus en cage, mais vivent dans un grand parc équipé de plateau sur lesquels grimper, de tunnels où jouer et de matériaux à ronger.”).

Naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder heeft de Jury kennisgenomen van de relevante wetgeving en van het Codiplan-lastenboek waarnaar de adverteerder verwijst en waarop hij zich grotendeels baseert voor de beschrijving in de advertentie in kwestie.

Zij heeft er tevens nota van genomen dat de adverteerder beoogt te wijzen op het verschil met vlees van konijnen uit klassieke, kleinere kooien dat nog steeds op de markt is.

Dienaangaande is de Jury van mening dat het gebruik van de vermelding “meer diervriendelijke huisvesting” voldoende nuance aanbrengt in dat opzicht en door de gemiddelde consument niet opgevat zal worden als een absolute bewering dat het vlees in kwestie als zodanig diervriendelijk is maar slechts als een indicatie dat de parken in kwestie relatief beter zijn voor de konijnen dan de klassieke, kleinere kooien.

De Jury is anderzijds echter van mening dat de combinatie van het woord “Parkkonijn”, dat in de betrokken wetgeving niet als dusdanig gebruikt wordt en geen ingeburgerde term is, met de vermelding “Zo zitten de dieren niet in een kooi” verkeerde verwachtingen op het vlak van het dierenwelzijn creëert in hoofde van de gemiddelde consument die volgens haar niet per se weet wat een parkkonijn of een park in deze context is en wat dit inhoudt. Zij is ook van mening dat dit des te meer het geval is in de Franstalige versie met de combinatie van de woorden “Lapin élevé en parc” en “jamais tenus en cage” en “vivent dans un grand parc”.

De Jury is derhalve van oordeel dat de reclame in kwestie van aard is om de gemiddelde consument te misleiden op dit punt, wat in strijd is met artikels 4 en 5 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC-Code).

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame te wijzigen, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.

Gevolg

De adverteerder heeft bevestigd dat hij de reclame zal aanpassen.