HUIS DER RECHTEN - 06/04/2016

Adverteerder: 
HUIS DER RECHTEN
Product/Dienst: 
Dagdisco
Media: 
Internet
Andere media
Onderzoekscriteria: 
Andere
Initiatief: 
Officiële instantie
Categorie: 
Dranken
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
woensdag, 6 april 2016
Beschrijving van de reclame

De klager verwees naar een krantenartikel met als titel “Dagfuif met pintjes aan 0,50 euro loopt stevig uit de hand”.

De betrokken activiteit van fakbar Huis der Rechten werd, met vermelding van de prijs van 50 cent, aangekondigd op Facebook.

Motivering van de klacht(en)

Onder verwijzing naar een krantenartikel met als titel “Dagfuif met pintjes aan 0,50 euro loopt stevig uit de hand”, wenste de klager klacht in te dienen voor een schending van het Alcoholconvenant.
In artikel 3 van het Alcoholconvenant staat dat reclame niet mag aanzetten tot een onverantwoordelijke, overmatige of onwettige consumptie, noch dit aanmoedigen.
In casu werd bier verkocht aan een prijs van slechts € 0.50. Op die manier wordt er aangezet tot een onverantwoordelijke of overmatige consumptie.
Hij wenste met name klacht in te dienen tegen de mededeling dat het bier aan slechts 50 cent wordt verkocht.

Standpunt van de adverteerder

De Jury heeft zowel fakbar Huis der Rechten als brouwerij AB InBev om een reactie verzocht.

Reactie Huis der Rechten

Wat de onontvankelijkheid van de klacht betreft was het Huis der Rechten van mening dat deze klacht niet voldoet aan de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden die zijn opgenomen in het Juryreglement.

De klacht stelt dat artikel 3 van het Alcoholconvenant overtreden werd omdat het bier verkocht werd aan een prijs van ‘slechts’ €0,50 en dat op die manier wordt aangezet tot onverantwoorde of overmatige consumptie, samen met een link naar een krantenartikel. Deze klacht voldoet bijgevolg niet aan de voorwaarden zoals geëist in artikel 5 van het Reglement aangezien de klacht:

  • Geen klacht is betreffende een reclameboodschap;
  • Geen duidelijke motivering geeft aan de hand van visuele en/of redactionele elementen in de reclame;
  • Geen kopie of reproductie van de reclameboodschap bevatte of geen informatie bevatte om de reclame terug te vinden.

De klacht gaat niet over een reclameboodschap, maar over een verkoopprijs en een krantenartikel, nergens wordt naar enige reclame verwezen. De 0,50 € zoals opgenomen in de klacht is geen reclame, maar een feit, dat de klager uit een krantenartikel heeft gehaald. Ook het krantenartikel zelf is per definitie geen reclame, maar een verslag over een evenement (ook al staat dit krantenartikel vol feitelijke onjuistheden). In deze klacht werd bijgevolg niet naar een reclame verwezen. Het feit dat er communicatie op Facebook bestond en dat het Secretariaat van de Jury deze heeft kunnen vinden, is voor de beoordeling van ontvankelijkheid irrelevant.

Daarnaast heeft de klager zijn motivering beperkt tot het volgende: er is een artikel geschonden omdat de prijs €0,50 was. Hier worden geen redactionele of visuele element gebruikt voor de motivering. Dat is evenwel niet onlogisch aangezien er niet wordt verwezen naar enige reclame. Los daarvan wordt geen context gegeven, er wordt niet gezegd waarom een prijs van €0,50 zou aanzetten tot onverantwoord alcoholgebruik, kortom, de motivering is gebrekkig.

Gelet op het bovenstaande dient de klacht volgens het Huis der Rechten onontvankelijk te worden verklaard.

Wat de klager eigenlijk tracht te vragen aan de JEP is om een moreel oordeel te vellen over de wenselijkheid van een evenement en hij gebruikt hier een (grotendeels onwaar) krantenartikel. Dit behoort evenwel niet tot de bevoegdheid van de JEP, die enkel kan oordelen over de conformiteit van een reclameboodschap aan, onder andere, het Convenant.

Wat de grond van de klacht betreft, deelde het Huis der Rechten het volgende mee.

1) Geen reclame voor alcoholhoudende dranken:

In het onmogelijke geval dat de Jury zou oordelen dat deze klacht ontvankelijk zou zijn, dan nog heeft de klacht feitelijk geen grond. De communicatie op Facebook voor het evenement ‘Dagdisco’, was geen reclame voor een alcoholhoudende drank, maar een aankondiging van een evenement.

Nooit hebben zij als vzw het doel gehad om aan te zetten tot een onverantwoordelijke, overmatige of onwettige consumptie van alcohol. Het enkele doel van de communicatie was om het evenement Dagdisco aan te kondigen aan het doelpubliek, namelijk Vlaamse universiteits- en hogeschoolstudenten. Zij hebben dit evenement aangekondigd zoals zij dat al 15 jaar lang doen, het medium is geëvolueerd, maar het concept niet. Aangezien het doel, noch op een rechtstreekse, noch op een onrechtstreekse manier er in bestond om de verkoop van alcoholisch dranken te bevorderen, is de communicatie niet in strijd met artikel 3.1 van het Convenant.

Het is inderdaad zo dat de aankondiging op Facebook bevatte dat bier zou worden verkocht aan €0,50, wat die dag ook gebeurd is. Het is evenwel niet zo dat dit erop gericht was om de verkoop van alcoholhoudende dranken te bevorderen, maar dit kaderde in het aankondigen van een evenement dat de vzw al meer dan 15 jaar lang tweemaal per academiejaar organiseert in het kader van de ‘Week van het HdR’.

Het concept van de Dagdisco is ondertussen een bekend feestconcept in Leuven en werd voor de eerste maal georganiseerd door vzw Huis der Rechten. Het concept werd door vele partijen gekopieerd en is al die tijd ongewijzigd gebleven: de ruimte wordt donker gemaakt, er is een dj die speelt en het bier wordt verkocht aan een verminderde prijs. De verminderde prijs is een integraal deel van het concept Dagdisco en is in die context ook gecommuniceerd, naast de aanwezigheid van ‘DJ Topsystem’ en de donkere zaal. Het is evenwel een welbekend feit in Leuven en ook in andere studentensteden dat de prijs bij een Dagdisco een verminderde prijs is. Het feit dat de prijs wordt vernoemd is alleen omdat dit historisch deel uitmaakt van het concept.

De prijs die zij kiezen is weloverwogen en perfect binnen wat wettelijk is toegelaten. In het kader van het gegeven Dagdisco is deze overigens verre van uitzonderlijk. Deze is niet buitenproportioneel lager dan op een andere Dagdisco in Leuven dat deze direct zou gaan aanzetten tot overmatig drankgebruik. De normale korting tijdens een Dagdisco schommelt doorgaans tussen de 30% en 50% op de standaardprijs, dat is ook in deze Dagdisco zo. Aangezien de normale prijs van een biertje in de fakbar €1 bedraagt en ze daar een korting op toepassen van 50%, ligt €0,50 volledig in lijn met wat gebruikelijk is tijdens Dagdisco.

Het is overigens ook niet zo dat op een Dagdisco geen andere dranken te verkrijgen zijn. De normale kaart blijf ter beschikking tegen de normale prijzen, die ook democratisch zijn. Bovendien is er voor de bezoekers ook altijd gratis water te krijgen.

Ook in het gebruik van merktekens lag niet het doel om reclame te gaan maken voor dit bier of hiermee te gaan aanzetten tot alcoholgebruik. AB InBev is al lange tijd een partner van vzw Huis der Rechten en ze wilden met het vermelden van het logo enkel wat goodwill creëren, net zoals ze dat trachten te doen bij al hun andere partners.

2) Beleid inzake alcoholmisbruik

Het Huis der Rechten heeft nooit enige intentie gehad, om met gelijk welke van zijn activiteiten aan te zetten tot drankgebruik, integendeel, reeds jaren voeren zij een beleid dat verantwoord drankgebruik tracht aan te moedigen.

Zij verwezen naar algemene maatregelen tegen alcoholmisbruik zoals de keuze om alle zogenaamde sterkedranken van de kaart te schrappen en enkel nog bieren als alcoholische dranken aan te bieden, de opleiding van de vrijwilligers, de systematische controle van studentenkaarten aan de inkom.

Daarnaast waren voor deze activiteit een aantal bijkomende maatregelen genomen. Zo waren bijvoorbeeld in totaal 30 vrijwilligers voorzien om de zaken in goede banen te leiden en waren in de lokalen ook structurele aanpassingen gebeurd om incidenten tot een minimum te beperken.

Naar de toekomst toe zijn recent een aantal beslissingen genomen die verantwoord drinken nog meer in de verf moeten zetten. Zij willen de non-alcoholische/alcoholarme alternatieven op eenzelfde voet zetten met hun meer alcoholische tegenhanger en daarom hebben ze de beslissing genomen om deze non-alcoholische en alcoholarme bieren permanent op te nemen op de kaart en dit tegen dezelfde prijs als de alcoholhoudende tegenhangers. Op deze manier zullen de studenten altijd een volwaardig en gelijk geprijsd alternatief hebben. Zij zullen dit ook duidelijk communiceren naar de studenten toe. Daarnaast hebben zij ook de beslissing genomen om tijdens evenementen zoals een Dagdisco naast de normale promoties telkens een gelijkaardige promoactie op te zetten rond een non-alcoholische drank. Zij geloven dat dergelijke acties het meeste effect zullen hebben op de studenten en een belangrijke rol kunnen spelen in de bewustwording omtrent alcoholmisbruik.

Reactie AB InBev

AB InBev deelde mee dat een schending van het Convenant in eerste instantie zou impliceren dat er reclame gevoerd werd door hen.

In de veronderstelling dat de Facebookpost op de pagina van het Huis der Rechten als de reclameboodschap wordt beschouwd, preciseren zij dat deze post niet uitgaat van AB InBev, maar van de organiserende vzw Huis der Rechten.

AB InBev is niet de organisator van het evenement “dagdisco” en is niet betrokken bij de communicatie errond. De afbeelding in de aankondiging van het evenement werd niet voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan AB InBev. Hetzelfde geldt voor de woordelijke communicatie rond het merk van het bier dat geserveerd zou worden op het evenement en de verkoopprijs ervan.

Conform de mededingingsregels is het overigens niet toegelaten verkoopprijzen op te leggen aan wederverkopers.

Op basis van deze redenen zijn zij dan ook van mening dat – in de mate dat de reclame voor de “dagdisco” strijdig zou zijn met het Convenant – deze handelswijze niet ten laste gelegd kan worden van AB InBev.

Zij kwamen desalniettemin met de organisator overeen hen in de toekomst verder bij te staan door bv. een training te geven in het verantwoord serveren van drank aan de consument.

Jurybeslissing

De Jury heeft dit dossier onderzocht rekening houdend met de argumenten van de betrokken partijen en in het licht van het Convenant inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken (hierna: het Convenant).

De Jury heeft kennis genomen van de klacht en de door de klager meegedeelde informatie omtrent het evenement. Zij heeft er tevens nota van genomen dat de klager met name op basis van artikel 3.1 van het Convenant klacht wenst in te dienen tegen de mededeling dat het bier aan slechts 50 cent wordt verkocht.

De Jury heeft er tevens nota van genomen dat deze mededeling aanwezig is in aankondigingen met betrekking tot het evenement op Facebook.

Zij heeft tevens kennis genomen van de reacties van de verschillende in de klacht onrechtstreeks vermelde partijen, met name fakbar Huis der Rechten en brouwerij AB InBev.

Wat de ontvankelijkheid van de klacht betreft, heeft de Jury geoordeeld dat zij de in de – overigens aan de vermelde partijen ter beschikking gestelde – aankondigingen van het evenement vervatte door de klager geviseerde mededeling kan onderzoeken in het licht van de door de klager aangehaalde bepaling.

De Jury bevestigt tevens dat de klacht voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten van artikel 5 van haar Reglement en artikel 13.1 van het Convenant, in de mate dat wordt gehandeld met het oog op de verdediging van de consumentenbelangen en geen commercieel belang wordt nagestreefd.

Wat de grond van de klacht betreft, heeft de Jury vooreerst nota genomen van de reactie van AB InBev waarin onder meer wordt bevestigd dat AB InBev niet de organisator van dit evenement is en evenmin betrokken is bij de communicatie errond.

Zij heeft er vervolgens ingevolge de reactie van de organisator, fakbar Huis der Rechten, nota van genomen dat het enkele doel van de communicatie was om het evenement Dagdisco aan te kondigen, waarbij het concept Dagdisco en de daarmee gepaard gaande prijszetting een bekend feestconcept zijn in Leuven. Hij heeft nooit de intentie gehad om met zijn activiteiten aan te zetten tot drankgebruik en voert binnen zijn VZW reeds jaren een beleid dat verantwoord drankgebruik tracht aan te moedigen, met maatregelen zoals stewardopleidingen voor de vrijwilligers en controle van studentenkaarten.

De Jury is van mening dat de aankondigingen in kwestie reclame maken voor het aangekondigde evenement van deze fakbar en geen alcoholreclame in de zin van het Convenant betreffen.

De Jury is derhalve van oordeel dat deze aankondigingen niet binnen het toepassingsgebied van het Convenant vallen en er in casu dus evenmin sprake kan zijn van een overtreding van dit Convenant.

De Jury heeft de klacht derhalve ongegrond verklaard.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.