HANS ANDERS OPTICIENS - 27/02/2019

Adverteerder: 
HANS ANDERS OPTICIENS
Product/Dienst: 
Brillen
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Persoonlijke voorwerpen, juwelen
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
woensdag, 27 februari 2019
Beschrijving van de reclame

De spot toont een man in een kantoor van een opticien die een verhaald vertelt dat tevens in beeld wordt gebracht.  
VO: “Bij Hans Anders vinden wij dat brillen betaalbaar moeten zijn, voor iedereen. Want wat doen die ander optiekers eigenlijk met al dat extra geld dat die vragen? Misschien openen ze wel een trainingsschool voor kakkerlakken en trainen ze die dan om ’s nachts in uwe mond te kruipen en dan verspreiden ze het nieuws dat ge jaarlijks wel acht kakkerlakken eet in uwe slaap. Zodat gij insecto kill in uw gezicht spuit waardoor dat uw haar uitvalt en uwe bril niet meer bij uw gezicht past en gij dus weer ne nieuwe moet gaan kopen. Ok, da’s misschien een beetje vergezocht, maar waarom zou je het risico nemen? Kom gewoon naar Hans Anders en krijg nu 3 brillen voor de prijs van één. Hans Anders! Ja, het kan anders.”  

Motivering van de klacht(en)

Het stuit de klager tegen de borst dat een grote keten als deze op de kap van de kleine zelfstandigen zit en hen afschildert als geldwolven. In de reclamespot wil de adverteerder waarschijnlijk aantonen dat hij goedkoper is dan andere brillenwinkels maar de klager vraagt zich af waarom dat moet door de concurrenten af te schilderen als duur. De adverteerder maakt de claim dat de andere opticiens duur zijn zonder dat er enig bewijs voor die claim is. De klager vraagt zich af hoe de adverteerder dat weet en op basis waarvan. Als hij dan toch een vergelijking maakt met de andere opticiens dan moet hij dat maar kunnen bewijzen. Ondertussen wordt er wel het beeld opgehangen dat hij goedkoop is en de andere duur. De klager vindt dit niet sympathiek en discriminerend.  

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder vroeg zich vooreerst af of deze klacht bij de JEP thuishoort, daar deze zich op consumenten richt, en de klacht echter betrekking lijkt te hebben op oneerlijke of onfatsoenlijke concurrentie. Indien de klager een ondernemer zou zijn die zich door de reclame gedupeerd voelt, dan dient hij volgens de adverteerder een andere weg te bewandelen dan die van de JEP.  

Ten gronde was de adverteerder het niet eens met de stelling dat de reclame niet sympathiek en/of discriminerend is. Ook is hij het niet eens dat er een bijzondere bewijslast bestaat voor het door hem in de reclame gestelde. 

In een markteconomie is het ondernemingen toegestaan om de eigen producten aan te prijzen. Dat doet Hans Anders door de eigen kwaliteiten (een degelijk product voor een scherpe prijs) in een positief daglicht te plaatsen ten opzichte van de branche. Er wordt geen vergelijking gemaakt ten opzichte van individuele (of een bepaald type) opticiens en de uiting is daarom in de ogen van de adverteerder niet discriminerend. De reclame maakt gebruik van humor door middel van overdrijving (absurdisme). Het is niet de bedoeling dat andere opticiens in een kwaad daglicht gesteld worden. De reclame is dermate absurd dat de adverteerder het aannemelijk acht dat consumenten de strekking van de reclame begrijpen.  

De reclame informeert de consument dus dat Hans Anders een winkel is waar goede producten tegen scherpe prijzen worden verkocht. Het betreft hier een algemene stelling die naar de mening van de adverteerder geen nadere onderbouwing vereist. De stelling berust in algemene zin op waarheid (Hans Anders opereert in het value-for-money segment) en bovendien is de consument zelf in staat om een prijsvergelijking te maken ten opzichte van andere winkels. 

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de Tv-spot in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.  

Voor zover als nodig bevestigt zij vooreerst dat de klacht in kwestie voldoet aan de in artikel 5 van haar Reglement gestelde ontvankelijkheidsvereisten.  

Ten gronde heeft zij vastgesteld dat deze spot ter promotie van het commercieel aanbod van de adverteerder een man in beeld brengt die een absurd verhaal vertelt, dat op even absurde wijze in beeld wordt gebracht, en waarbij de verteller bovendien zelf aangeeft dat één en ander vergezocht is.  

De Jury is van mening dat de reclame aldus slechts beoogt om, zoals de adverteerder dat in zijn antwoord aangeeft, de eigen producten aan te prijzen en de eigen kwaliteiten in een positief daglicht te plaatsen.  

De Jury is met name van oordeel dat de spot op dermate absurde wijze is gerealiseerd dat in casu geen sprake is van een daadwerkelijke (negatieve) vergelijking met andere opticiens of hun producten en dat de gemiddelde consument de strekking van de reclame ook zal begrijpen.  

Zij is in deze context tevens van oordeel dat de spot niet van aard is om andere bedrijven of een andere groep van beroepsbeoefenaars of hun producten te kleineren of in diskrediet te brengen.  

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.  

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.