DE PERSGROEP - 24/01/2002

Adverteerder: 
DE PERSGROEP
Product/Dienst: 
Het Laatste Nieuws
Media: 
Bioscoop
Onderzoekscriteria: 
Wettelijkheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Cultuur en uitgeverij
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
donderdag, 24 januari 2002
Beschrijving van de reclame

Een bioscoop-spot kondigt een actie aan van het dagblad, waarin zich strips op kwaliteitspapier zullen bevinden om te verzamelen in een luxemap. In het begin van de film verschijnen verschillende levendige beelden gelijktijdig zoals in een stripverhaal : een stapel dagbladen, een winkel met dagbladen waar een man een dagblad koopt, dezelfde persoon keert terug naar zijn wagen die voor de winkel geparkeerd staat en vertrekt. Twee beelden tonen de binnen- en buitenkant van de winkel. Voor het overige toont de film een familie waarbij een vader uit zijn krant een stripverhaal haalt en deze overhandigt aan een van zijn kinderen. De verschillende stripverhalen worden voorgesteld.

Motivering van de klacht(en)

De spot laat op de achtergrond een lichtreclame van een tabaksmerk zien, terwijl reclame voor tabak verboden is. Aangezien reclamefilmpjes vaak herbekeken worden alvorens een definitieve montage wordt uitgebracht en technische middelen voorhanden zijn om deze desgevallend digitaal aan te passen, gaat het hier om sluikreclame van de verdeler van Barclay tabaksproducten die bewust in de film is gestoken.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder liet gelden dat de spot werd opgenomen in en rond een krantenwinkel die geselecteerd werd omwille van de manier waarop hun krant daar in de rekken wordt aangeboden en dat de lichtreclame voor een tabaksmerk op de gevel, die overigens op deze plaats volledig wettig is, louter toevallig in beeld komt en men trouwens zeer aandachtig moet kijken om deze te zien. Hij heeft tevens bevestigd dat hij helemaal niet de bedoeling heeft om de verkoop van tabaksproducten te bevorderen en dat er geen contacten zijn geweest met de betreffende tabaksproducent.

Jurybeslissing

De Jury was van oordeel dat men uit de manier waarop de lichtreclame voor tabak in beeld wordt gebracht niet expliciet kan afleiden dat de adverteerder de bedoeling heeft gehad om reclame voor tabak te maken en dat rekening houdend met de informatie die werd meegedeeld niet kan besloten worden dat er sprake zou zijn van sluikreclame. Aangezien het aanbrengen van het merk van een tabaksproduct in en aan de voorgevel van krantenwinkels die tabaksproducten verkopen niet verboden is en zij tevens geen inbreuken op andere wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen heeft kunnen vaststellen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren.