DE PERSGROEP - 18/12/2018

Adverteerder: 
DE PERSGROEP
Product/Dienst: 
Humo-actie met Filliers gin
Media: 
Internet
Onderzoekscriteria: 
Andere
Initiatief: 
Socio-culturele vereniging
Categorie: 
Dranken
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 18 december 2018
Beschrijving van de reclame

Onder de hoofding “Extra’s bij Humo” bevat de aankondiging op de website van het weekblad Humo met de titel “Volgende week bij Humo: Gratis Filliers Dry Gin 5cl” de volgende tekst:
“Gingle bells, Gingle bells, Gingle all the way! Uw ballen kunnen de boom in en de kerststal moet nog worden uitgemest. Om de feeststress te verzachten, koos Humo de drank al voor u uit. Zo hebt u altijd iets ginnigs te vertellen met de Gin van Filliers.”.
Vervolgens een afbeelding van een flesje van het product met de tekst “Gratis Filliers Dry Gin 5cl” en op de achtergrond een kerstbal, takjes van een kerstboom en lichtvlekjes, samen met het logo van Humo en de tekst “Humo heeft er wel gin in!” met eronder de educatieve slogan “Ons vakmanschap drink je met verstand.”.
Daaronder een afbeelding van een cocktail in een Filliers-glas, met daarbij de tekst:
“Mix een klassieke gin & tonic
• 5 cl Filliers Dry Gin 28 Classic
• 15 cl tonic
• 1 partje limoen of citroen
Vul een longdrinkglas of een wijnglas met ijsblokjes, voeg 5 cl gin en een partje limoen of citroen toe en roer goed. Voeg 15 cl goede tonic toe. Laat het u smaken!
Filliers Dry Gin 28 smaakt perfect in uiteenlopende mixdranken, en het perfecte, evenwichtige recept leent zich zowel voor verfrissende longdrinks, als voor klassieke en eigentijdse cocktails.”.

Motivering van de klacht(en)

De klager haalde aan dat het weekblad Humo zich naar een ruim, maar vooral jong publiek richt, dus ook minderjarigen. Op die manier bekomen zij een gratis flesje sterkedrank, terwijl het volgens de wet verboden is om sterkedrank te verkopen, te schenken of aan te bieden aan -18-jarigen.
Volgens hem is het gratis aanbieden van sterkedrank in strijd met de bepalingen van artikel 5.1 van het Alcoholconvenant.£
Gezien een gratis flesje sterkedrank wordt aangeboden, en ook minderjarigen dit bij aankoop van Humo kunnen bekomen, is deze reclamecampagne volgens hem eveneens in overtreding met artikel 3.1 van Alcoholconvenant.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde vooreerst mee dat uit de laatste CIM-cijfers (2017-2018) blijkt dat het Humo-lezerspubliek vooral bestaat uit upscale mannen ouder dan 35 jaar. Minderjarige lezers maken volgens dit onderzoek 8,2% uit van de totale lezersgroep. De positionering van Humo is absoluut niet gericht op minderjarigen, en klager brengt hier ook geen enkel (begin van) bewijs van bij.
Het volstaat volgens hem niet dat er ook minderjarigen zijn die Humo al eens lezen, of die een persverkooppunt bezoeken, om te stellen dat er sprake is van het aanbieden van sterke drank aan minderjarigen.
Hij gaf tevens aan dat ten aanzien van de persverkopers benadrukt werd dat deze actie niet mag verkocht worden aan -18-jarigen.

Wat betreft het deel van de klacht dat betrekking heeft op artikel 5.1 van het Alcoholconvenant deelde de adverteerder mee dat de Humo-actie een zogenaamde losse verkooppromotieactie is die ertoe strekt om zowel de trouwe kopers van Humo in het persverkooppunt een extraatje te geven, als om nieuwe klanten in persverkooppunten ertoe aan te zetten ook eens een Humo te kopen. Humo heeft al een lange traditie met dit soort van promo’s.
Zonder aankoop van Humo krijgt de klant geen flesje Filliers. De persverkooppunten waar Humo te koop wordt aangeboden zijn hoofdzakelijk de klassieke krantenwinkels, de grootwarenhuizen en de tankstationshops.
Artikel 5.1 van het Alcoholconvenant heeft betrekking op een verdeling of aanbieding op de openbare weg. Dit artikel viseert dus een geheel andere situatie dan de Humo-actie en is bijvoorbeeld van toepassing bij alcohol die door hostessen wordt uitgedeeld aan stoplichten, op het strand, enz. De verkooppunten van Humo kunnen volgens de adverteerder niet als openbare weg worden beschouwd.

Wat ten slotte de vermeende inbreuk op artikel 3.1 betreft kan de klager volgens de adverteerder evenmin gevolgd worden in zijn redenering. Deze bepaling houdt een verbod in op het aanzetten tot een onverantwoordelijke, overmatige of onwettige consumptie en het aanmoedigen ervan.
De advertentie is erg kenmerkend voor de alom gekende stijl van Humo: humoristisch, maar nooit platvloers of gratuit, eigenzinnig, spits, open van geest, verrassend. Dit geldt niet enkel voor het magazine en de website, maar wordt doorgetrokken naar de reclame voor dit merk. De vele woordspelingen op gin en kerstmis (“gingle bells”, “Humo heeft er wel gin in!”, enz.) zijn typisch voor Humo. De foto op de advertentie waarop een flesje gin in een oerklassiek kersttafereel staat, zonder afbeelding van mensen, zet op geen enkele manier aan tot overmatige of onverantwoordelijke consumptie. Het gaat trouwens om een flesje van 5 cl, en het recept op de advertentie is voor een “gin & tonic” met die 5 cl gin. Dit kan men volgens de adverteerder bezwaarlijk als overmatig beschouwen.
Bovendien leeft de advertentie ook het Alcoholconvenant na op het vlak van de verplichte vermelding “Ons vakmanschap drink je met verstand”.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de reclame op de website van de adverteerder en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Voor zover nodig vestigt de Jury er vooreerst de aandacht op dat het haar niet toekomt om zich uit te spreken over het schenk- en verkoopverbod als dusdanig.

Wat de door de klager aangehaalde bepalingen van het Convenant inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken (hierna: het Convenant) betreft, heeft zij er ingevolge het antwoord van de adverteerder, de uitgever van het weekblad Humo, onder meer nota van genomen dat uit de laatste CIM-cijfers blijkt dat het Humo-lezerspubliek vooral bestaat uit mannen ouder dan 35 jaar en dat minderjarige lezers een kleine minderheid uitmaken en de positionering van het blad absoluut niet op hen gericht is.

Zij heeft er tevens nota van genomen dat de adverteerder ten aanzien van de persverkopers benadrukt heeft dat deze actie niet mag verkocht worden aan -18-jarigen.

Met betrekking tot artikel 5.1 van het Convenant, dat bepaalt dat het “verboden (is) om op de openbare weg gratis of voor een symbolische prijs alcoholhoudende dranken te verdelen of aan te bieden”, is de Jury van mening dat het hier niet gaat om een verdeling of aanbieding op de openbare weg daar de actie doorgaat in persverkooppunten en dat deze bepaling veeleer beoogt te vermijden dat alcoholhoudende dranken gratis ter beschikking gesteld worden aan toevallige voorbijgangers op de openbare weg.

Zij is derhalve van oordeel dat in casu geen overtreding van artikel 5.1 van het Convenant voorligt.

Met betrekking tot artikel 3.1 van het Convenant, dat bepaalt dat de “reclame niet (mag) aanzetten tot een onverantwoordelijke, overmatige of onwettige consumptie, noch dit aanmoedigen”, is de Jury van mening dat noch het betrokken weekblad, noch de reclame voor de actie in kwestie op de website ervan minderjarigen als doelgroep heeft. Dat er ook minderjarigen zijn die Humo al eens lezen of die een persverkooppunt bezoeken betekent met name niet dat de reclame voor de actie meteen ook gericht is tot minderjarigen.

Met betrekking tot de inhoud van de betrokken reclame is de Jury vervolgens van mening dat niet wordt aannemelijk gemaakt dat de inhoudelijke kenmerken ervan van die aard zijn dat deze specifiek aantrekkelijk zou zijn voor minderjarigen. Gelet op het voorgaande is zij van mening dat de betrokken reclame niet aanzet tot onwettige consumptie.

Zij is ten slotte eveneens van mening dat de reclame in kwestie, waarmee een actie wordt aangekondigd waarbij een flesje van 5 cl van het product ter beschikking wordt gesteld en die tevens een klassiek recept bevat voor de bereiding van een cocktail met de inhoud ervan, niet aanzet tot een onverantwoordelijke of overmatige consumptie.

De Jury is derhalve van oordeel dat de reclame evenmin in strijd is met artikel 3.1 van het Convenant.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.