CAROLINE BOSMANS - 08/09/2020

Adverteerder: 
CAROLINE BOSMANS
Product/Dienst: 
Kinderkledij
Media: 
Internet
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Afbeelding van de mens/ menselijke waardigheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Textiel/kleding
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 8 september 2020
Beschrijving van de reclame

De klaagster verwees naar promotionele foto’s voor bepaalde collecties kinderkledij op de website van de adverteerder.
De foto’s voor de ene collectie tonen onder meer een kind dat op de schouder zit van een man die een bodybuilderpose aanneemt, een kind dat tegen een wasmachine aangeleund ligt en een kind waarvan het hoofd bedekt is met een grote sluier van doorzichtig materiaal.
De foto’s voor de andere collectie tonen kinderen waarvan sommigen de kledij dragen en anderen als het ware sculpturen van textiel vormen en waarvan telkens de hoofden ook met textiel bedekt zijn.

Motivering van de klacht(en)

De klaagster was gedegouteerd en geschokt door de betrokken afbeeldingen. Ze haalde aan dat in sommige foto’s de kinderen worden getoond met plastic over hun hoofd of dood lijken te zijn en dat in een andere een kind wordt vastgehouden door een quasi naakte man in een onderbroek. Volgens haar is het reclamemateriaal onaanvaardbaar en suggereert het kindermisbruik op z’n ergst.

Standpunt van de adverteerder

Volgens de adverteerder is hier sprake van sfeermakerij waartegen bezwaarlijk een wederwoord mogelijk is. Hij vindt dat de klacht ongegrond is en niet aangeeft in welk opzicht de ethische regels inzake reclame zouden worden geschonden.
Hij gaf aan de interpretatie door de klaagster van de weergegeven beelden niet te onderschrijven noch zo te hebben bedoeld. De bewering dat de beelden kindermisbruik suggereren, vindt hij een lasterlijke aantijging.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennisgenomen van de reclame op de website van de adverteerder in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Zij is van mening dat de betrokken reclame-uitingen beogen om op een artistieke wijze een sfeer van exclusiviteit rond de collectie te creëren en aldus geen choquerend oogmerk hebben.

Hoewel zij begrip kan opbrengen voor het feit dat de gehanteerde specifieke stijl niet door iedereen wordt geapprecieerd, is de Jury bovendien van mening dat de reclame-uitingen door de gemiddelde consument niet zullen worden opgevat in de betekenis die de klaagster daaraan geeft, namelijk als een suggestie van kindermisbruik.

Zij is tevens van mening dat deze reclame-uitingen niet van aard zijn om de menselijke waardigheid van kinderen aan te tasten of hen mentale of morele schade te kunnen toebrengen.

De Jury is derhalve van oordeel dat de reclame-uitingen in kwestie geen inbreuk vormen op de JEP-Regels inzake de afbeelding van de mens of op artikel 2, alinea 1 en 3 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC-Code) en evenmin getuigen van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.