BELGACOM - 23/12/2014

Adverteerder: 
BELGACOM
Product/Dienst: 
Proximus
Media: 
TV
Onderzoekscriteria: 
Sociale verantwoordelijkheid
Afbeelding van de mens/ menselijke waardigheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Informatica en telecom
Type beslissing: 
Geen opmerkingen
Datum afsluiting: 
dinsdag, 23 december 2014
Beschrijving van de reclame

De spots tonen een man die met uitgestrekte armen achter een vrachtwagen loopt en een andere die hem vergezelt.

Spot 1:
Man 1: “Hey Tom, wa zedde gij aan ‘t doen gast?”
Man 2: “Wa denkte? Aan ‘t wachten totdat er iets van de camion valt.”
Man 1: “Da’s wel een uitdrukking eh gast.”
Man 2: “Whatever.”
Man 1: “Ok, euh succes eh.”
Man 2: “Jawadde.”

Spot 2:
Man 1: “Hey Tom, ik het er nog eens over nagedacht eh.”
Man 2: “Ja.”
Man 1: “Denkte gij echt dat er iets van de camion gaat vallen?”
Man 2: “Anders zou ik hier niet lopen eh jong. Hallo!”
Man 1: “Ok.”

Op het einde van de spots de voice-over: “Wacht niet tot er iets van de camion valt. Bij Proximus krijgt u een Samsung smartphone voor maar €49 bij een nieuw Smart 20 abonnement.”.

Motivering van de klacht(en)

De klager deelde mee dat de man als idioot uitgebeeld wordt, wat het zelfbeeld van mannen naar beneden haalt (denigrerend effect, te vergelijken met domme blondjes). Het is niet de eerste keer dat Belgacom/Proximus dit doet.



De klager haalt aan dat dit wachten totdat een toestel ‘van de camion valt’ absurd wil zijn en als belachelijk wordt beschouwd, aangezien het toestel gewoon aangekocht kan worden. Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat de uitdrukking ‘van de camion gevallen’ ‘gestolen’ betekent. Die humoristische banalisatie van diefstal als dom alternatief is niet enkel bedenkelijk maar ook gevaarlijk. Dit getuigt van een levendige handel in gestolen goederen die hier een echte status krijgt en verkeerdelijk gebagatelliseerd wordt door deze reclame. De verbloemende knipoog stuit daardoor tegen de borst.



De klager is van oordeel dat de adverteerder alle buitenkansjes in diskrediet brengt door te opperen dat zij het gevolg zijn van het feit dat iets van de camion ‘gevallen’ is. Iedereen weet wat ‘van de camion gevallen’ wil zeggen; dit doet geloven dat er mensen zijn die tot dergelijke daden in staat zijn.


Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde mee dat de toon van de spot humoristisch is en geenszins denigrerend. De hele eindejaarscampagne is opgebouwd rond de uitdrukking “van de camion gevallen”. De adverteerder stelt zijn aanbiedingen voor als dermate voordelig, dat het lijkt alsof ze “van de camion zijn gevallen”. De spot speelt op een grappige manier in op deze uitdrukking. De gemiddelde consument zal de spot dan ook niet als denigrerend ervaren.

De adverteerder deelde ook mee dat de uitdrukking in kwestie in het algemeen betekent dat goederen heel goedkoop zijn, omdat de oorsprong ervan onbekend en in sommige gevallen inderdaad twijfelachtig is. De spot beeldt de bekende uitdrukking uit op een duidelijk humoristische manier en op een speelse, letterlijke wijze.

Het is tevens niet correct dat de adverteerder zou suggereren dat zijn eigen aanbiedingen (of aanbiedingen van andere operatoren) van de camion zijn gevallen. De spot stelt duidelijk dat de klant niet hoeft te wachten tot er iets van de camion valt. De spot dient bekeken te worden in de context van de volledige campagne. In andere media wordt duidelijk gesteld dat de aantrekkelijke aanbiedingen van Proximus niet van de camion gevallen zijn.

De spot suggereert geenzins strafrechtelijk gesanctioneerde feiten, velt geen oordeel over dergelijke feiten en banaliseert deze ook niet.

Jurybeslissing

De Jury heeft vastgesteld dat de TV-spots een man tonen die een vrachtwagen achterna loopt in de hoop dat er iets van de camion valt en dit om de uitdrukking “van de camion vallen” te illustreren.

De Jury is van mening dat de uitdrukking in kwestie in deze context een humoristische verwijzing is die door de gemiddelde consument niet letterlijk zal worden opgevat.

De Jury is van oordeel dat de spots in kwestie geen onwettelijk gedrag banaliseren, tolereren of aanmoedigen.

De Jury is ook van oordeel dat deze spots de waardigheid van de man niet aantasten en niet van aard zijn om door de gemiddelde consument als denigrerend voor mannen ervaren te worden.

De Jury is derhalve van oordeel dat deze spots niet in strijd zijn met de JEP-regels inzake de afbeelding van de mens.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gevolg

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.