BELGACOM - 18/06/2015

Adverteerder: 
BELGACOM
Product/Dienst: 
Proximus Smart+ 20
Media: 
Radio
Onderzoekscriteria: 
Eerlijkheid
Waarachtigheid
Initiatief: 
Consument
Categorie: 
Informatica en telecom
Type beslissing: 
Beslissing tot wijziging of stopzetting
Datum afsluiting: 
donderdag, 18 juni 2015
Beschrijving van de reclame

De radiospot gaat als volgt:

Zoon: “Amai ma, ne nieuwe smartphone.”
Moeder: “Ja?”
Zoon: “Da’s minstens € 300.”
Moeder: “Euh… nee, maar € 49 bij Proximus.”
Zoon: “€ 49, da’s € 251 minder.”
Moeder: “Ja.”
Zoon: “84% korting.”
Moeder: “Wel, ja.”
Zoon: “Zes keer goedkoper gewoon!”
Moeder: “Allé… dat belooft voor uw examen wiskunde morgen.”
Zoon: “Seg, genen druk hé, ma.”

Voice-over: “Bij Proximus hebt u al een Huawei Ascend G7 voor maar € 49, als u een Smart+ 20 abonnement neemt. Da’s zes keer goedkoper, geniet er nu van via proximus.be.
Proximus, altijd dichtbij.”

Motivering van de klacht(en)

De klager haalt aan dat de adverteerder beweert dat zijn smartphones zes maal goedkoper zijn met een Smart+ 20 pack. Volgens hem is dit niet correct want men dient een abonnement van 24 maanden te nemen. De consument betaalt hiervoor per maand 5 euro extra (in vergelijking met een abonnement zonder smartphone). Dit levert op: 5×24 = 120 + prijs van promotie 49 euro = 169 euro. Dat is niet zes keer goedkoper dan de aangehaalde originele prijs van het toestel, zijnde 299 euro.

Standpunt van de adverteerder

De adverteerder deelde mee dat bij intekening op een Smart+ 20 abonnement, de klant een smartphone aan € 49 in plaats van aan € 299,99 krijgt.

Indien de klant de smartphone koopt met een specifiek mobiel tariefplan, betaalt hij € 49. Indien de klant de smartphone aankoopt zonder tariefplan, betaalt hij € 299,99.
De prijsvergelijking betreft derhalve de prijs met of zonder abonnement. Dit blijkt duidelijk uit de spot.
De prijsvergelijking is bovendien correct. € 49 is werkelijk 1/6 van € 299,99.

De voorwaarde dat de klant dient in te tekenen op een abonnement Smart+ 20 wordt duidelijk vermeld in de spot. De klant weet aan welke voorwaarden hij dient te voldoen om van de promotionele prijs te genieten.

Het feit dat er goedkopere tariefplannen in stand-alone bestaan, doet niet ter zake, aangezien bij deze tariefplannen geen smartphone geboden wordt.

De spot is volgens de adverteerder dan ook duidelijk en correct. Van misleiding kan geen sprake zijn.

Jurybeslissing

De Jury heeft kennis genomen van de radiospots in kwestie waarmee de adverteerder een actie aankondigt waarbij een smartphone kan worden aangekocht aan €49 in plaats van €299,99 mits het nemen van een smartphone-abonnement Smart+ 20 aan €20/maand gedurende 24 maanden.

Zij heeft vastgesteld dat hierbij geclaimd wordt dat de smartphone in kwestie aldus zes keer goedkoper is.

De Jury heeft er vervolgens nota van genomen dat op de website van de adverteerder eveneens het losstaande smartphone-abonnement Smart+ 15 aan €15/maand staat aangekondigd.

De Jury heeft dienaangaande vastgesteld dat de op de website van de adverteerder vermelde respectieve inhouden van enerzijds het losstaande smartphone-abonnement Smart+ 15 en anderzijds het promotie-abonnement Smart+ 20 met smartphone dezelfde zijn.

De Jury heeft derhalve vastgesteld dat door nieuwe abonnees Smart+ 20 €120 meer (24 x €5, het prijsverschil tussen de twee abonnementstypes x 24 maanden) dient te worden betaald voor een abonnement met dezelfde inhoud in het raam van de actie in kwestie dan voor een standaard Smart+ 15 abonnement en dus een surplus betalen ten opzichte van standaard abonnees Smart+ 15.

Ondanks het feit dat het aanbod in zijn geheel voordeliger is dan de som van de afzonderlijke winkelprijzen van de componenten van dit aanbod is de Jury derhalve van oordeel dat in casu moeilijk kan worden beweerd dat de smartphone zes keer goedkoper is.

De Jury is meer bepaald van oordeel dat het gebruik van deze claim in combinatie met het prijsverschil tussen het abonnement Smart+ 15 en het abonnement Smart+ 20 met smartphone van aard is om de gemiddelde consument er toe te kunnen brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.

De Jury heeft derhalve geoordeeld dat deze reclame misleidend is, wat strijdig is met artikel VI.97 van het Wetboek van Economisch Recht en met artikels 3 en 5 van de code van de Internationale Kamer van Koophandel.

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de reclame te wijzigen, en bij gebreke daaraan de reclame niet meer te verspreiden.

Gevolg

De adverteerder heeft de stopzetting van de campagne bevestigd.