Lapperre 08-09-2020: Geen opmerkingen

Adverteerder / Annonceur: LAPPERRE 

Product-Dienst / Produit-Service: Hoorapparaten 

Media / Média: Radio 

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité  

De radiocampagne bevat verschillende spots die in korte en lange versies hetzelfde stramien volgen, waarbij een persoon met een gehoorprobleem een uitspraak van een andere persoon verkeerd begrijpt.  
De spot waarnaar de klager in het bijzonder verwees gaat als volgt:  
Man: “De premier is ne lapzwans.” 
Vrouw: “Nee liefje, den Didier is naar Lapland.” 
Man: “Ah, is ne Lapland.” 
Vrouw: “Naar Lapland.” 
Man: “Premier?” 
Vrouw: “Didier!” 
VO: “Hoor weer wat men echt tegen je zegt met een hoortoestel van Lapperre. Kom ze uittesten in één van onze hoorcentra. Lapperre.” 

Klacht(en) / Plainte(s)  

De klager deelde mee dat de reclamespots personen met gehoorstoornis als achterlijk afschilderen. Volgens hem zijn dergelijke spots waar er om hun kwaal gelachen of ermee gespot wordt voor hen die dement of gehoorgestoord zijn erg beledigend. 

Beslissing Jury in eerste aanleg: Geen opmerkingen 
Décision Jury de première instance: Pas de remarques 

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.  

De Jury heeft kennisgenomen van de radiocampagne in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.  

Zij heeft er nota van genomen dat de verschillende spots hetzelfde stramien volgen, waarbij telkens een persoon met een gehoorprobleem een uitspraak van een andere persoon verkeerd begrijpt.  

De Jury is van mening dat de spots de betrokken personen en het misverstand waartoe het gehoorprobleem aanleiding geeft op een weliswaar karikaturale, maar gemoedelijke wijze ensceneren, zonder aldus kwetsend of beledigend over te komen ten aanzien van de persoon met het gehoorprobleem.  

Zij is bovendien van mening dat de gebruikte scenario’s hier worden ingezet ter promotie van een product dat beoogt om gehoorproblemen te remediëren, zodat duidelijk sprake is van een positief verband tussen de enscenering en het product waarvoor reclame wordt gemaakt.  

In deze context is de Jury van oordeel dat de betrokken reclame niet van aard is om personen met een gehoorprobleem of een geheugenprobleem te denigreren of in diskrediet te brengen en evenmin afbreuk doet aan hun menselijke waardigheid.  

De Jury is derhalve van oordeel dat de reclame niet in strijd is met de JEP-Regels inzake de afbeelding van de mens en evenmin getuigt van een gebrek aan een behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten. 

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten. 

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep. 

andere beslissingen