Proximus 01-03-2018 – Appel: Décision de modification/arrêt

Adverteerder / Annonceur: PROXIMUS

Product-Dienst / Produit-Service: Proximus TV

Media / Média: Radio, TV

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

25’ radiospot met K3:
Stemmen van K3: “Hallo, wij zijn K3 en we hebben net keihard meegeholpen aan de grote verhuis van Studio 100 TV. Kom je kijken op hun nieuwe adres? We hebben het speciaal versierd met 10.000 ballonnen.”
(liedje op de achtergrond: “10.000 luchtballonnen zijn op weg naar jou”)
VO: “Studio 100 TV, vanaf nu exclusief bij Proximus. Verhuis je graag mee? Kijk snel op proximus.be. Proximus, altijd dichtbij.”

TV-spot met K3:
De spot toont een klein meisje dat de woonkamer binnenkomt in pyjama en de TV aanzet.
Op het scherm verschijnt de boodschap “Deze zender verhuist”.
Het meisje is verbaasd en zegt, eerst stil en dan luider, “Mama, K3 is weg”.
De vrouwen van K3 komen in beeld aan de linkerkant van het TV-scherm terwijl ze een grote doos voorttrekken aan een touw en één van hen zegt: “Hej, we zijn er nog hoor.”
Meisje: “Ja?”
K3: “We zijn aan het helpen met de grote verhuis van Studio 100 TV”
Het meisje lacht.
K3: “Kom je mee?”
Het meisje sprint recht, roept “mama” en loopt de kamer uit.
VO: “Bekijk Studio 100 TV vanaf nu exclusief op hun nieuwe adres. Bij Proximus.”

De campagne bevat analoge radio- en TV-spots met Kabouter Plop en een jongetje.

Klacht(en) / Plainte(s)

De klager haalde aan dat het voor zijn kinderen een bittere pil was dat hun geliefde zender verdween bij Telenet. Hij vindt het echter een brug te ver dat men daarna in de reclame de kinderen benadert om zo hun ouders te motiveren om over te stappen van Telenet naar Proximus TV. Zij kunnen dat om praktische en financiële redenen niet doen, en zijn nu in de ogen van hun kinderen slechte ouders, omdat ze Studio 100 TV en K3 niet kunnen volgen naar Proximus TV zoals aan de kinderen voorgesteld werd tijdens de reclame. Hij stelt zich dan ook ernstige vragen bij de ethiek van deze specifieke campagne.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft kennisgenomen van de radio- en TV-spots in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

De Jury is dienaangaande van mening dat deze spots, rekening houdend met hun opbouw en het gehanteerde taalgebruik, duidelijk vanuit het gezichtspunt van kinderen en voor hen zijn gerealiseerd.

Dit blijkt naar de mening van de Jury overduidelijk uit de beelden van de audiovisuele reclame, waar een kind in beeld wordt gebracht dat, na eerst verbaasd te hebben vastgesteld dat bepaalde Studio 100-figuren van het scherm zijn verdwenen en hierover naar haar moeder roept, rechtstreeks wordt aangesproken door deze figuren met de mededeling dat ze aan het helpen zijn met de grote verhuis van Studio 100 TV en wordt uitgenodigd om mee te komen, waarna het kind recht springt, opnieuw “mama” roept en de kamer uitloopt.

Ook in de auditieve reclame komen eerst Studio 100-figuren aan het woord die naar de mening van de Jury bezwaarlijk geacht kunnen worden hier andere personen dan kinderen aan te spreken (“Kom je kijken op hun nieuwe adres?”), waarna de voice-over vraagt: “Verhuis je graag mee?”.

De Jury is derhalve van mening dat de spots in kwestie wel degelijk op kinderen gericht zijn, en zich geenszins beperken tot het loutere commercieel meedelen van feitelijkheden aan volwassenen, zoals de adverteerder voorhoudt.

Zelfs als het zo zou zijn dat de Studio 100-figuren ook bij volwassenen populair zijn, zoals de adverteerder in zijn reactie eveneens aangaf, dan nog is de Jury van mening dat de spots in kwestie niet op deze volwassenen gericht zijn, maar wel kinderen aanspreken.

Zij is tevens van mening dat de hoger weergegeven structuur van de spots in kwestie de aldus aangesproken kinderen ertoe aanspoort om aan hun ouders te gaan vragen om het gepromote product voor hen aan te schaffen.

De Jury is derhalve van oordeel dat de spots in kwestie kinderen er rechtstreeks toe aanzetten om hun ouders ertoe over te halen de aangeprezen producten voor hen te kopen, wat in strijd is met artikel VI.103, 5° van het Wetboek van Economisch Recht, artikel 72, 2° van het Vlaams Mediadecreet en artikel 18 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel.

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om de spots in kwestie te wijzigen, en bij gebreke daaraan deze spots niet meer te verspreiden.

De adverteerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de Jurybeslissing in eerste aanleg.

Beslissing Jury in hoger beroep: Hoger beroep deels gegrond. Gedeeltelijke hervorming beslissing in eerste aanleg: Geen opmerkingen wat betreft radiospots / Beslissing tot wijziging/stopzetting wat betreft TV-spots
Décision Jury d’appel : Appel partiellement fondé. Réforme partielle de la décision de première instance : Pas de remarques en ce qui concerne les spots radio / Décision de modification/arrêt en ce qui concerne les spots TV

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in hoger beroep heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury in hoger beroep heeft kennisgenomen van de inhoud van de radio en TV-spots voor Proximus TV in kwestie en van alle elementen en standpunten die terzake meegedeeld werden in dit dossier.

Zij heeft er tevens nota van genomen dat de Jury in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de radio en TV-spots in kwestie kinderen er rechtstreeks toe aanzetten om hun ouders ertoe over te halen de aangeprezen producten voor hen te kopen en derhalve in strijd zijn met artikel VI.103, 5° van het Wetboek van Economisch Recht, artikel 72, 2° van het Vlaams Mediadecreet en artikel 18 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel.

De Jury in hoger beroep is vooreerst met de Jury in eerste aanleg van mening dat zowel de radiospots als de TV-spots een taalgebruik hanteren dat kinderen aanspreekt en dat zij in die zin op kinderen gericht zijn en niet – zoals de adverteerder voorhoudt – een louter op volwassenen gerichte commerciële mededeling van feitelijkheden uitmaken.

De Jury wijst er echter op dat het voor de toepassing van de door de Jury in eerste aanleg als grondslag van haar beslissing weerhouden bepalingen niet volstaat dat de spots in kwestie niet (louter) op volwassenen gericht zijn, maar wel (vooral ook) kinderen aanspreken, maar dat tevens vereist is dat sprake is van het er rechtstreeks toe aanzetten van kinderen om hun ouders ertoe over te halen de aangeprezen producten voor hen te kopen.

Welnu, wat de radiospots betreft is de Jury in hoger beroep van mening dat deze specifieke dimensie ontbreekt en dat deze spots geen specifieke elementen bevatten die ertoe zouden moeten doen besluiten dat een dergelijke rechtstreekse aanzetting voorligt.

Niet alleen wordt in deze radiospots bijvoorbeeld geen kind geënsceneerd dat interageert met de Studio 100-figuren, maar bovendien en vooral, en in tegenstelling tot wat het geval is bij de TV-spots, bevatten de radiospots a fortiori dus geen enkele actieve gedraging van een kind naar zijn ouders toe.

De Jury in hoger beroep is derhalve van oordeel dat de onderzochte radiospots geen inbreuk vormen op de door de Jury in eerste aanleg weerhouden bepalingen.

Wat daarentegen de TV-spots betreft, is de Jury van mening dat daar een situatie wordt geschetst van een kind dat enerzijds als het ware in conversatie treedt met de Studio 100-figuren en anderzijds contact zoekt met een ouder naar aanleiding van het gepromote commerciële aanbod.

De Jury is met name van mening dat de opbouw van deze TV-spots en de gehanteerde beeldensequensen duidelijk culmineren in een actieve gedraging van het geënsceneerde kind naar zijn ouders toe – daar waar het kind recht springt, “mama” roept en de kamer uitloopt – en dat dit laatste ertoe leidt dat de spots in hun geheel kinderen ertoe aansporen om aan hun ouders te gaan vragen om het gepromote product voor hen aan te schaffen.

De Jury in hoger beroep is derhalve van oordeel dat de onderzochte TV-spots kinderen er rechtstreeks toe aanzetten om hun ouders ertoe over te halen de aangeprezen producten voor hen te kopen, wat in strijd is met artikel VI.103, 5° van het Wetboek van Economisch Recht, artikel 72, 2° van het Vlaams Mediadecreet en artikel 18 van de Code van de Internationale Kamer van Koophandel.

De Jury in hoger beroep verklaart derhalve het hoger beroep slechts deels gegrond en hervormt slechts gedeeltelijk de beslissing van de Jury in eerste aanleg.

De Jury in hoger beroep heeft de adverteerder met name verzocht om de TV-spots in kwestie te wijzigen of bij gebreke daaraan deze niet meer te verspreiden.

Dienaangaande heeft de Jury er nota van genomen dat de adverteerder in zijn verzoekschrift reeds voorstelde om de laatste 10 seconden van de spot, waarbij het kind de kamer uit rent, te schrappen, wat naar het oordeel van de Jury een correcte naleving van deze beslissing vormt.

De beslissing van de Jury in hoger beroep is definitief.

autres décisions