Wellness Kliniek 09-04-2020: Décision de modification/arrêt

Adverteerder / AnnonceurWELLNESS KLINIEK 

Product-Dienst / Produit-Service: Borstvergroting 

Media / Média: Internet (Facebook) 

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité  

De gesponsorde Facebookpost bevat de volgende tekst:  “Borstvergroting met implantaten tot 500CC. Nu voor €2600. Geldig tot en met 31 Maart. In onze kliniek voeren we meer dan 3000 borstvergrotingen per jaar uit.  
Samen met de chirurg worden de wensen over het volume, de vorm en de projectie besproken.”.  
Daaronder een foto van een lachende vrouw met daarbij het logo van de adverteerder en de tekst “Borstvergroting met implantaten tot 500CC - €2600 incl btw”. 
Onder de foto een link naar de website van de adverteerder en de tekst “Boek een vrijblijvend consult vanaf €25!”. 

Klacht(en) / Plainte(s)  

Voor zover de klaagster wist en kon terugvinden is reclame maken voor cosmetische chirurgie verboden en maar goed ook. In deze tijd van perfecte levens en lichamen die we constant zien op sociale media is iets serieus als een cosmetische ingreep niet iets wat lichtzinnig aangeboden hoeft te worden. 

Beslissing Jury in eerste aanleg: Beslissing tot wijziging/stopzetting 
Décision Jury de première instance: Décision de modification/arrêt 

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.  

De Jury heeft kennisgenomen van de gesponsorde Facebookpost in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.  

Zij heeft vastgesteld dat deze post duidelijk een promotioneel aanbod voor borstvergrotingen door de betrokken kliniek aanprijst.  

Zij is derhalve van mening dat het hier duidelijk gaat over reclame in de zin van artikel 2, 6° van de Wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren en tot regeling van de reclame en informatie betreffende die ingrepen, dat het begrip “reclame” omschrijft als “iedere vorm van op het publiek gerichte mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de (…) bedoelde ingrepen te bevorderen, ongeacht de daartoe aangewende plaats, drager of aangewende technieken, reality-tv-uitzendingen inbegrepen”.  

De Jury is derhalve van oordeel dat de post in kwestie verboden reclame vormt in de zin van artikel 20/1 van de voormelde wet, dat het volgende stelt: “Het is elke natuurlijke of rechtspersoon verboden om reclame voor (…) bedoelde ingrepen te verspreiden.”.  

Gelet op het voorgaande en op basis van voormelde bepalingen, heeft de Jury de adverteerder derhalve verzocht om deze reclame niet meer te verspreiden.  

In dit verband heeft de Jury vastgesteld dat de adverteerder in zijn reactie reeds aangaf de post in kwestie na ontvangst van de klacht te hebben verwijderd. 

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.