Lidl 26-06-2019: Pas de remarques

Adverteerder / Annonceur: LIDL

Product-Dienst / Produit-Service: Lidl

Media / Média: Radio

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De radiospot gaat als volgt:
VO: “Om indruk te maken op de rechter kunt ge uitpakken met uw goede daden.”
Man: “Ok, ik reed te snel, maar ik sorteer wel mijn afval.”
Vrouw: “Ja, en?”
VO: “Of met uw filosofisch talent.”
Man: “Te snel, goh ja, maar wat is snelheid in een steeds snellere maatschappij?”
Vrouw: “Te snel meneer.”
VO: “Of met uw acteertalent.”
Man: “Ok, ik reed te snel, maar …”
VO: “Da’s den bak in jong. Dus als ge echt ne goeien indruk wilt maken op de rechter dan zet ge beter de verse zomerproducten van Lidl op tafel.”
Man: “Hopla, gegrilde kippenboutjes vanop den barbecue. En?”
Vrouw: “Lekker.”
VO: “De verse producten van Lidl. Voor iedereen die telt.”

Klacht(en) / Plainte(s)

Volgens de klager laat deze spot uitschijnen dat hardrijden kan als men maar de verse producten van de adverteerder serveert. Volgens hem suggereert dit niet enkel dat justitie omkoopbaar is, maar vergoelijkt het ook de praktijk van te snel rijden en dat in een week waar alweer een jong verkeersslachtoffer viel te betreuren. Hij vindt dit onbegrijpelijk en ongehoord.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Geen opmerkingen
Décision Jury de première instance: Pas de remarques

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft kennisgenomen van de radiospot in kwestie en van de klacht die daarop betrekking heeft.

Zij is van mening dat het humoristische gebruik van overdrijving in deze reclame dermate duidelijk is dat de gemiddelde consument hier geenszins een aanmoediging of tolerantie van gevaarlijk rijgedrag of een negatieve uitlating ten aanzien van het gerecht in zal zien.

De Jury is derhalve van oordeel dat deze reclame niet getuigt van een gebrek aan behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in hoofde van de adverteerder op deze punten.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.