GAIA 04-07-2017: Geen opmerkingen

Adverteerder / Annonceur: GAIA

Product-Dienst / Produit-Service: Campagne tegen onverdoofd slachten

Media / Média: TV

 

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

De spot toont een schaap. Een traan van bloed loopt beetje bij beetje uit zijn oog. Gedurende die tijd hoort men een mannenstem met op de achtergrond klassieke muziek: “Een onschuldige blik, veel wol en een baaah. Dat weten we over schapen. En dat het wettelijk toegelaten is om ze de keel over te snijden zonder verdoving en dat ze vreselijk afzien, dat is wetenschappelijk bewezen. En dat verschillende Europese landen deze praktijk al hebben verboden, zonder afbreuk te doen aan de vrijheid van religie. Dat weten we over schapen. Dus, dames en heren parlementsleden, genoeg geblaat, stem nu voor een verbod op onverdoofd slachten.”.

Klacht(en) / Plainte(s)

Het zoontje van anderhalf van de klager kreeg het beeld van het schaap dat bloed huilt te zien en raakte hierdoor overstuur. De klager vindt niet dat kinderen met zo’n beelden geconfronteerd mogen kunnen worden.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Geen opmerkingen
Décision Jury de première instance: Pas de remarques

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury heeft vastgesteld dat de spot een schaap toont met een traan van bloed die beetje bij beetje uit zijn oog loopt.

De Jury heeft tevens vastgesteld dat met deze spot de adverteerder de parlementsleden uitnodigt om voor een verbod op onverdoofd slachten te stemmen.

De Jury is van mening dat deze boodschap van de adverteerder duidelijk blijkt uit de spot.

De Jury is eveneens van mening dat het gebruikte beeld een rechtstreeks verband vertoont en in verhouding is met de boodschap die de adverteerder wil overbrengen.

De Jury is derhalve van oordeel dat de spot in kwestie niet in strijd is met de JEP-Regels inzake niet-commerciële reclame en niet getuigt van een gebrek aan behoorlijk maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.